Complex cultuurcentrum in Zoetermeer

Koningin Beatrix opende gisteren het Centrum voor Kunst en Cultuur (CKC) in Zoetermeer. Het nieuwe gebouw biedt onderdak aan vier kunstonderwijsinstellingen.

De ex-groeikernen beginnen steeds meer te lijken op gewone steden, zo concludeerden onderzoekers van het Sociaal Cultureel Planbureau onlangs in het rapport `Gewenste Groei'. Nog steeds zijn steden als Zoetermeer, die in de jaren zeventig werden aangewezen om de `overloop' uit de grote steden op te vangen, voornamelijk woonsteden, maar ze beginnen alle kenmerken van `gewone' steden te krijgen, aldus het rapport. ,,Het aantal winkels, scholen, musea, theaters en ziekenhuizen is in de groeikernen behoorlijk opgelopen'', stelden de onderzoekers vast.

Het Centrum voor Kunst en Cultuur (CKC), dat gisteren in Zoetermeer aan het rand van het oude dorp werd geopend door koningin Beatrix, is het recentste bewijs van de juistheid van het rapport. Met het CKC heeft Zoetermeer een groot cultureel centrum gekregen, dat onderdak biedt aan de vier Zoetermeerse kunstscholen (de Stedelijke Muziekschool, dans- en expressieacademie Wazoem, de theaterschool Zoetermeer en de Vrije Akademie Zoetermeer) die nu zijn gefuseerd tot het CKC. Tachtig docenten geven er les aan 4600 leerlingen die in leeftijd variëren van nul tot diep in de zeventig.

Het gebouw van het CKC is ontworpen door Mart van Schijndel, de Utrechtse architect die in 1999 op 56-jarige leeftijd overleed. Van Schijndel heeft ook de culturele centra in Dordrecht en Doetinchem ontworpen. Het CKC in Zoetermeer gaf Van Schijndel de vorm van twee in elkaar geschoven bouwdelen met lensvormige plattegronden. Deze doodeenvoudige opzet heeft geleid tot een gebouw dat van buiten een compacte, duidelijke vorm heeft, maar van binnen verrassend rijk en complex is.

Het exterieur kent twee duidelijk verschillende zijden. De noordkant, gelegen aan een vrij drukke doorgaande weg, heeft een grotendeels gesloten gevel, die is voorzien van wit pleisterwerk en glasplaten die het achterliggende gele isolatiemateriaal zichtbaar laten. De zuidzijde, die is gekeerd naar het rustieke oude dorpje Zoetermeer, is met zijn grote glasvlakken juist heel open. De ingang is logisch gesitueerd op de plek waar de twee ovalen bouwdelen elkaar raken, maar gaat schuil achter de uitgang van de onder het gebouw liggende parkeergarage en is zo toch niet onmiddellijk vindbaar.

Ook binnen is de opzet van het gebouw verbluffend eenvoudig. De trappen en de lift zijn geplaatst in het hart van het gebouw, waar de twee delen elkaar overlappen. Om het hart heen zijn de drie balletstudio's, de muziekruimten, het vlakke-vloertheater met 166 plaatsen, de bar, de theaterstudio en kantoorruimten gelegen. Bovenop het hart is onder een glazen dak het zogenaamde atrium geplaatst, dat dienst doet als tentoonstellingsruimte.

Maar ondanks deze eenvoud is het interieur verrassend complex. Er zijn weinig rechte vormen te ontdekken in het gebouw. De gangen zijn gebogen, en in de trappenhuizen zijn voorzien van curieuze spitse ruimten. Samen zorgen ze voor een labyrintisch interieur waar de bezoeker die het eerst het CKC bezoekt niet zonder de bewegwijzering kan.

Ook in materiaal contrasteert het interieur met het exterieur. Heeft de buitenkant door het nette pleistwerk en koele glas iets glads, van binnen domineert het kale beton waarop tal van vierkante akoestische panelen zijn aangebracht. Het robuuste karakter van het interieur wordt nog geaccentueerd door de leidingen en afvoerbuizen die overal in het zicht zijn gelaten. Zo heeft Van Schijndels postume werk verschillende gezichten gekregen: open en gesloten, eenvoudig en complex en keurig en weerbarstig.