Bram, Neelie en vrienden: organisatie van een rehabilitatie

Opeens klinkt zijn stem een beetje boos. Bram Peper is aardig en intimiderend als het moet. De stijl van een natuurtalent: `Ik heb gelijk'.

Bram Peper is zo attent om zelf terug te bellen. Drie keer was hij op een andere lijn in gesprek. Dinsdagavond tien uur. De Raad van Tucht voor registeraccountants heeft een halve dag eerder gezegd dat Pepers klachten tegen KPMG `deels gegrond' zijn. Peper heeft niet echt gewonnen. Maar hij doet alsof dat wél zo is. ,,Hebben wij elkaar weleens ontmoet?'', vraagt hij. Zijn stem klinkt vriendelijk, vertrouwelijk. Hij maakt een paar complimenten. Hij vertelt dat hij ,,alles zat'' is. Hij wil een paar maanden gaan schrijven. Een essay misschien, of een roman. ,,Daar heb ik wel wat voor liggen.'' Nee, over de affaire zal het niet gaan. Hij weet wel interessantere onderwerpen. Zometeen gaat hij eerst naar zichzelf in Nova kijken. En daarna naar zijn vrouw bij Barend & Van Dorp. Het is toeval, zegt Peper, dat ze daar vanavond zit. Ze hadden haar een jaar geleden al gevraagd. Maar hij sluit niet uit dat ze over KPMG zal praten.

Opeens klinkt zijn stem een beetje boos. Hij zegt dat niemand, niemand zich serieus in zijn zaak heeft verdiept. ,,Heeft ú de rapporten gelezen?'' Geen journalist die op het idee kwam om de verslagen op te vragen die KPMG heeft gemaakt van de gesprekken met informanten op het stadhuis van Rotterdam. Geen journalist die zich afvraagt waarom al die gesprekken geheim zijn gebleven. ,,Rara hoe kan dat'', zegt Peper. Nu heeft hij die verslagen maar zelf opgevraagd, hij is er al drie maanden mee bezig. Hij kreeg tot nu toe te horen dat die verslagen van KPMG zijn. ,,Privatisering van het openbaar bestuur. Laat mensen zich daar druk over maken! Dit is de grootste doofpot van Nederland!''

Op hetzelfde moment zegt hij dezelfde dingen op dezelfde toon in Nova. Journalisten van Nova hadden hem 's morgens opgewacht bij zijn huis in Wassenaar. Als beloning mochten ze met hem meerijden naar Amsterdam. ,,Toeval'', zegt Peper. Híj had het niet georganiseerd. Maar hij houdt er niet van om mensen die zoveel moeite voor hem hebben gedaan ,,af te blaffen''. Even later legt Peper advocaat Jan Mentink aan Kees Driehuis van Nova uit hoe dom ,,zelfs een kwaliteitskrant als NRC Handelsblad'' de uitspraak van de Raad voor Tucht heeft geïnterpreteerd. Kees Driehuis die vorig jaar maart als eerste Bram Peper mocht interviewen, toen die net ontslag had genomen als minister van Binnenlandse Zaken en naar Noorwegen was gevlucht. Pepers vriend Felix Rottenberg, adviseur van Nova, had dat geregeld. Journalisten, zegt Mentink tegen Driehuis, schrijven dat de feiten uit het KPMG-rapport overeind zijn gebleven. Maar daar ging het niet om! Die feiten zijn niet onderzocht! Het ging om de manier waarop KPMG zijn werk heeft gedaan. Díe was fout! Weer even later zit Pepers vrouw te schelden op de mensen die haar man lieten vallen. Mensen van wie ze dachten dat ze hun vrienden waren! Ze noemt de minister van Binnenlandse Zaken. Ze noemt, terloops, de premier.

Aardig zijn als het kan. Intimideren als dat beter past. Bram Peper is een natuurtalent. Hij wekt niet eens de indruk dat hij een spel speelt. Zijn vijanden - ze zitten op het stadhuis in Rotterdam en op het ministerie in Den Haag - zeggen dat Peper zijn rehabilitatie zorgvuldig heeft georganiseerd. Dat hij daarvoor zijn vrienden in de PvdA en in het zakenleven heeft ingeschakeld. En het is nog niet eens een echte rehabilitatie! Maar wie, zeggen ze, voelt dat nog zo ná het besluit van het Openbaar Ministerie in december om hem niet te vervolgen, ná de openlijke steun van Ad Melkert? En dan nu weer de uitspraak van de Raad voor Tucht. In de publieke opinie is Bram Peper allang gerehabiliteerd. En anders zegt Bram Peper het zelf nóg wel een keer. ,,Ik heb gelijk.''

Vorig jaar maart, in de week na zijn ontslag, leek het even mis te gaan. Toen waren er vrienden uit het bedrijfsleven die vonden dat ze kwaad over hem konden spreken. Peper was toch al zijn macht en aanzien kwijt. Ze belden naar deze krant om te vertellen dat ze hem gezien hadden in het Concertgebouw, bij een symfonie van Brahms. ,,Daar kan hij zich straks alleen nog maar vertonen als hij zijn rechtszaak gewonnen heeft. Anders zijn we hem zo vergeten.'' Of ze vertelden dat ze Neelie Kroes op een feest in Brasschaat hadden horen vertellen dat zij en haar man uit Nederland zouden weggaan `als dit zo blijft doorgaan'. ,,O ja?'', had iemand gezegd. ,,Dat vindt Nederland toch helemaal niet erg?'' Zelfs premier Kok nam het in die tijd niet meer zo voor Peper op als in het begin van de affaire, oktober 1999, met het verhaal in het AD. Toen zei Kok nog dat hij dat verhaal zag `als een actie om Peper te beschadigen'. Vorig jaar maart zei hij dat Peper `geheel op eigen houtje' had gekozen om te vertrekken. ,,Dat heb ik niet willen begrijpen. Dat is persoonlijk.''

Dat was het dieptepunt voor Peper. In december, na het besluit van het OM om Peper niet te vervolgen, stonden al zijn vrienden weer klaar om hem openlijk te steunen. En ze deden het slim. Ex-wethouders van Rotterdam, door KPMG ook allemaal beschuldigd van `niet-functioneel' declareren, zwaaiden met pakjes papier voor de camera en riepen dat ze `bonnetjesvorsers van KPMG' die niet eens hadden gevonden. Wat een slecht onderzoek! Pepers vriend Rob Soetenhorst, lid van de club `De Pepermolen' (PvdA-politici, zakenmannen en journalisten) zorgde ervoor dat zijn zoon bij Het Parool samen met Michiel Zonneveld een boek schreef over de affaire. De kern: de beschuldigingen tegen Peper zijn niet waar.

Heeft Peper dat allemaal zelf geregisseerd? Joop van Caldenborg, voorzitter van de Rotterdamse Kamer van Koophandel en één van Pepers beste vrienden, zegt: ,,Natuurlijk heeft Bram me nooit gevraagd om hem te verdedigen.'' Hij heeft zijn vriend altijd verdedigd omdat zijn vriend gelijk heeft. En hij wil het nog wel een keer doen. Van Caldenborg vindt dat Den Haag en Rotterdam maar eens goed moeten nadenken hoe ze Bram Peper in zijn eer kunnen herstellen.,,Waarom geven ze in Rotterdam niet gewoon toe dat ze zich vergist heb

    • Jannetje Koelewijn