Bankaardappels

Er is een onmiskenbare relatie tussen veelvuldig televisiekijken op middelbare leeftijd en de ontwikkeling van Alzheimer op latere leeftijd, meldt dr. Robert Friedland in een recent onderzoek voor de Amerikaanse Academy of Sciences. Het brein en het lichaam moeten voortdurend geactiveerd worden, wil men typische ouderdomskwalen als Alzheimer uitstellen of voorkomen. Televisiekijken is bij uitstek passief en geestdodend, aldus de onderzoeker.

Friedland is niet de eerste geleerde die de televisie als een intrinsiek slecht apparaat ziet. In de jaren zestig, vlak na de snelle verspreiding ervan in de huiskamers, waarschuwden wetenschappers voor de potentiële schade die het medium kon aanrichten. Jerry Mander beweerde dat de straling slecht kon zijn voor de ogen en dat vooral jeugdige kijkers in trance konden raken van de hypnotiserende beeld- en geluidsgolven. Het uitzenden van hele sportwedstrijden zou vooral oudere en te dikke mensen aan hun stoel gekluisterd houden en hun slechte conditie bevorderen.

De onderuitgezakte bankaardappel – onbeweeglijk, apathisch en dom – is nog steeds het overheersende beeld van de gemiddelde televisiekijker. Ondanks de Jane Fonda's, die miljoenen mensen uit hun stoel probeerden te krijgen om ze op de maat van discodreunen door de kamer te laten hoppen. Ondanks de vele talkshows die kijkers uit hun bol lieten gaan. Ondanks de huis- tuin- en keukenprogramma's die aanzetten tot verwoede hamer-, hark- en pollepelactiviteiten.

Ook tegenwoordig doet het nobele gilde van producenten nog steeds zijn uiterste best om het imago van het medium te verbeteren. Ze verzinnen reality-shows als Big Diet, waarin deelnemers zich onderwerpen aan een strak fitnessregime. Of interactieve spelletjes waarbij de kijker uit de stoel de bossen in wordt gejaagd om geheime mollen te vangen. Quizshows met enorme geldprijzen waaraan kijkers kunnen deelnemen en dus het brein weer eens activeren.

Het mag allemaal niet baten. Televisie is en blijft het medium van de passiviteit. De kijker verteert de beelden maar haalt er geen energie uit, hij ziet wel, maar doet niets.

Het imagoprobleem van televisie wordt alleen maar erger nu de computer een concurrent wordt op de markt van beeld en geluid. Tegenover de passieve toeschouwer staat de actieve surfer. Televisieproducenten en fabrikanten proberen uit alle macht hun product te associëren met het positieve, actieve imago van de computer. TV-programma's krijgen verbindingen met websites, waardoor kijkers moeten opstaan om de computer aan te zetten. Spelletjes worden in een `interactief' jasje gegoten, door middel van kijkers die via internet hun mening geven.

Zelfs de televisietechnologie ontkomt niet aan een substantiële overhaul. Sinds de introductie in de Verenigde Staten en Groot-Brittannië van de TiVo is passief televisiekijken voorgoed een contradictio in terminis. Deze intelligente videorecorder laat bewuste consumenten zelf programma's uitzoeken en afdraaien op elk gewenst tijdstip. De kijker wordt netmanager. Een briljant idee dat menigeen zal verlossen van passief consumentisme, verplichte commercials en apathisch kijkgedrag. Een apparaat, kortom, waarmee de kans op Alzheimer aanzienlijk gereduceerd zou kunnen worden.

Het experiment met de TiVo is vooralsnog een mislukking. Reden: inertie bij de consument. De hyperbewuste mediaconsument die het aanbod van de hele week afgraast voor een ideaal keuzemenu blijkt in de praktijk nauwelijks te bestaan.

Friedland en zijn collega's hebben gelijk: televisie is inherent slecht en dus een gevaar voor de volksgezondheid. Afschaffen is de enige remedie. Daardoor zullen 75-plussers significant minder last hebben van Alzheimer. Alleen de hele scherpe geesten kunnen zich dan nog herinneren wat televisie precies was, welke documentaires ze waardeerden. De rest lijdt aan collectieve amnesia.

José van Dijck is hoogleraar televisie, media en cultuur aan de Universiteit van Amsterdam. Zij zal maandelijks in deze rubriek schrijven.