Zwaailicht kan baanatletiek niet redden

Een steekproef onder een 25-tal verenigingen bevestigt de bewering dat het met de baanatletiek in Nederland slecht is gesteld. Vooral de Koninklijke Nederlandse Atletiek Unie (KNAU), die onlangs gewag maakte van een drastische terugloop van het aantal atleten, treft volgens `het veld' blaam.

Een jaar geleden kwam Juan Antonio Samaranch, voorzitter van het Internationaal Olympisch Comité (IOC), naar Amsterdam om het gerenoveerde Olympisch Stadion te openen. De atletiekbaan op die historische plek is sindsdien voor geen wedstrijd van enige importantie gebruikt. Symptomatisch voor de baanatletiek in Nederland.

Acht maanden geleden werden in Sydney de Olympische Spelen gehouden. De Nederlandse baanatleten presteerden ondermaats. Joop Alberda, technische directeur van de sportkoepel NOC*NSF, had er in zijn evaluatie geen goed woord voor over. Eveneens symptomatisch voor de baanatletiek in Nederland.

De KNAU doet haar best om de schade te repareren. Komende zomer worden in het Olympisch Stadion de Europese kampioenschappen voor atleten onder 23 jaar gehouden en gestimuleerd door de nieuwe technisch directeur, Henk Kort, is een toptrainingsplan opgesteld dat in 2004 tijdens de Spelen van Athene tot klinkende olympische prestaties van Nederlandse atleten moet leiden.

Aan goede wil op het nieuwe bondsbureau in IJsselstein is geen gebrek. Wel aan afstemming met de basis, want de clubs wekken geenszins de indruk een constante stroom topatleten te kunnen garanderen. Eerder is sprake van het tegendeel. En het gemopper op de KNAU is niet van de lucht. De verenigingen verwijten de bond star en regentesk gedrag. De afstand van de KNAU tot haar leden is te groot, is een veel gehoorde klacht. Verder bestaat een brede wens om te breken met het `grijze-baarden'-imago van de bond.

Baanatletiek dreigt een hopeloos ouderwets fenomeen te worden en niet meer aan te sluiten bij de jongerencultuur. Wie gaat er tegenwoordig nog met een discus gooien, terwijl je ook kunt abseilen, skaten of squashen? Dat verklaart deels de sterke afname van het aantal atleten, vooral bij de A-jeugd. Nu is dat geen exclusief probleem voor de atletiek, want de meeste sporten ondervinden concurrentie van trendy vrijetijdsbestedingen.

Waar de KNAU het probleem van leegloop vrij recent signaleert, blijken de verenigingen al jaren op zoek naar oplossingen. Creatieve clubs slagen er in het meest positieve geval in om het ledental te stabiliseren, maar bij de meeste verenigingen blijkt de leegloop nauwelijks of in het geheel niet te stuiten. Voor een deel ligt dat aan de traditionele concurrentie van studie, die met de invoering van het studiehuis bovendien is verzwaard.

Een algemene klacht luidt dat de KNAU niet is ingesteld op de recreatieve sporter. Het loopproject dat de bond vorig jaar lanceerde om 20.000 tot 30.000 lopers zonder club tegen een gereduceerd tarief rechtstreeks KNAU-lid te maken, mislukte. Nog geen tien procent van het beoogde aantal werd bereikt. Een voorstel van de verenigingen om leden die niet geregistreerd staan bij de bond te mogen inschrijven, stuitte vervolgens op een veto van de KNAU.

Een andere ergernis is dat clubleden hun bondscontributie per jaar moeten betalen. De KNAU kan of wil niet voldoen aan de brede wens om die afdracht maandelijks te voldoen. Nu worden clubs opgescheept met doorlopende contributiekosten als leden niet voor 5 december van het kalenderjaar bij de KNAU zijn afgemeld.

Een aantal clubs dat reageerde blijkt reeds te hebben ingespeeld op de toenemende behoefte aan recreatieve sportbeoefening en heeft deels of geheel gebroken met de traditionele prestatiecultuur van de baanatletiek. Die verenigingen gaat het relatief goed.

De adviezen om verandering te brengen in de deplorabele situatie zijn divers, maar een aantal problemen is van algemene aard. Bijvoorbeeld de kosten voor onderhoud van de baan of het veelvuldig overleg met de gemeenten in het geval die eigenaar zijn van de baan. Het blijkt voor clubs bovendien allerminst eenvoudig om trainers te vinden, zo die al betaalbaar zijn. Waar de gemiddelde clubtrainer een gemiddeld uurtarief van tussen de twintig en dertig gulden krijgt betaald, kan diezelfde man of vrouw bij een particulier loopgroepje al gauw het viervoudige incasseren. De keus is dan voor velen snel gemaakt.

De voorstellen waarmee de KNAU op de proppen kwam om de baanatletiek aantrekkelijker te maken, roepen in `het veld' meelijwekkende reacties op. Men zit echt niet te wachten op zwaailichten die bij toernooien de aandacht vestigen op belangrijke momenten. Of op muziek tijdens de loopnummers. De clubs geven nadrukkelijk te kennen vooral gebaat te zijn bij modern beleid.

Volgens menig clubbestuurder is de KNAU te veel gericht op tijden en records. De oorzaak zou zijn dat veel bondsbestuurders uit een oude atletiektraditie stammen. Er is sterke behoefte aan onderlinge strijd; atleten, ongeacht hun niveau, willen hun krachten meten met anderen. Eén club stelde voor in de zomer een clubcompetitie van ten minste zes wedstrijden op te zetten, eventueel aangevuld met twee indoortoernooien.

Van een andere vereniging kwam het advies aan de KNAU om anders om te gaan met de begrippen `prestatie' en `winnen'. De aanbeveling: weg met de hiërarchie en de kadaverdiscipline; plezier moet voorop staan.

De KNAU was vanochtend niet bereikbaar voor commentaar.