Zuinige gretigheid bij overname

Voor de tweede keer in korte tijd bijt Shell met een overname in het stof. Gisteren met het Amerikaanse Barrett. Is Shell te gretig, te zuinig of beide?

Het op een na grootste energieconcern ter wereld doet opeens een bod op jouw bedrijf. Al ligt het bod 10 procent boven de koers die jouw bedrijf op dat moment waard is, je voelt onmiddellijk aan dat je veel meer waard geworden bent. Je wijst het bod af. Het concern verhoogt daarop zijn bod met nog eens 10 procent. Weer afgewezen. Je biedt jezelf te koop aan. Het concern volhardt nu in zijn bod. Dan verschijnt een derde partij, met precies dat waarop jij hoopte: een hemels bod.

Voor 73,32 dollar per aandeel is gisteren het Amerikaanse energiebedrijf Williams uit Tulsa, Oklahoma, de nieuwe eigenaar van Barrett geworden, het Amerikaanse aardgasbedrijf uit Denver, Colorado. Voor 73,32 dollar op papier. De aandeelhouders moeten nog beslissen en de autoriteiten hun goedkeuring nog geven. Maar 73,32 dollar is in elk geval 13,32 dollar per aandeel méér dan Shell bood, het Nederlands-Britse energieconcern dat vanaf maart gretig zijn zinnen op Barrett had gezet – aanvankelijk vriendelijk, maar daarna vijandig.

Zichzelf royaal een pluim gevend kwam Peter A. Dea, topman van Barrett, gisteren vertellen dat ,,het proces dat Barrett in gang had gezet om de waarde van het bedrijf voor zijn aandeelhouders zo groot maken te maken, een geweldig succes was geworden'.

Heel anders klonk gisteren het commentaar van Shell. Zuinig. ,,Wij hebben niet de bedoeling onze economische discipline af te zweren en een overname na te streven tegen prijzen die geen waarde toevoegen voor onze aandeelhouders en waarbij het alleen nog maar om de overname zelf gaat,' schreef directeur Walter van de Vijver van Shell Oil (de Amerikaanse dochter van de groep) in een verklaring. De deal moest, kortom, wel economische zin hebben.

Dat het bod van Williams op Barrett hoog was, te hoog misschien, vonden ook beleggers. Ze dumpten het aandeel en de koers van Williams kelderde gisteren op Wall Street. Omdat de overname voor de helft in contanten, voor de andere helft in aandelen Williams zal gebeuren, werd door de koersval van het energiebedrijf uit Oklahoma meteen een miljard dollar van de overnameprijs afgesnoept. Toch een uitstekend bod, pochte gisteren Williams, want door de overname van Barrett werden zijn gasreserves in één klap ruim verdubbeld.

Een geweldig succes? Te duur? Een uitstekende prijs? Wie heeft er gelijk? Dat Shell in korte tijd voor de tweede keer in het stof bijt, eerst met de mislukte overname van het Australische Woodside, nu met Barrett in de Verenigde Staten, maakt het concern natuurlijk niet tot een winnaar. En de verliezer heeft altijd ongelijk.

In Australië blokkeerde de conservatieve regering-Hawk de overname, bang als die was nationalistische sentimenten tegen buitenlandse overnames te negeren. Dit jaar zijn er in Australië verkiezingen en minister-president Hawk is niet populair.

Shell kondigde gisteren aan nieuwe pogingen in het werk te zullen stellen om aardgasbedrijven in de Verenigde Staten over te nemen. Tenslotte is in de VS gas hot. De aardgasprijzen zijn er in één jaar tijd verdubbeld. De nieuwe elektriciteitscentrales zullen allemaal op aardgas draaien.

Waar gas is, zit Shell, zei topman Van der Veer van de Koninklijke laatst in een vraaggesprek met NRC Handelsblad. Met zijn aankondiging op nieuwe overnameprooien te jagen bevestigde Shell gisteren de gretigheid waarmee het zich in maart op de Amerikaanse gasmarkt, op Barrett had gestort. Een gretigheid die elke nieuwe prooi kostbaarder zal maken en zich slecht verdraagt met zuinigheid.

Gerectificeerd

Williams

In het artikel Zuinige gretigheid bij overname (in de krant van dinsdag 8 mei, pagina 17) staat dat door de koersval van Williams een miljard dollar van de overnameprijs werd afgesnoept. Dat moet zijn honderd miljoen dollar. Ook staat er dat het bod van het op één na grootste energieconcern ter wereld 10 procent boven de koers van Barrett ligt. Dat moet zijn 20 procent.