Strijd om marktconforme CAO's in de zorg

De strijd om de nieuwe CAO in de ziekenhuizen draait om de vraag wat een marktconform salaris is.

Een loonsverhoging met 9 procent in twee jaar is marktconform, zeggen de werkgevers in de ziekenhuissector. Voor een marktconforme loonsverhoging is ruim 12 procent nodig, vinden de vakbonden in de zorg. Dat lijkt op het eerste gezicht een helder en overzichtelijk conflict. Na alle afruil van eerdere wensen en verlangens in de voorafgaande onderhandelingen over een nieuwe, tweejarige CAO voor het ziekenhuispersoneel zou enkel nog het gevecht om de procenten resten.

Met name de werkgevers hebben de afgelopen dagen al veel `weggegeven'. Hun eis tot verlenging van de werkweek tot 38 uur om op die manier iets te doen aan het tekort aan geschoold personeel, is inmiddels van tafel. Daarvoor in de plaats is er de toezegging van de bonden dat ze er geen bezwaar tegen hebben dat personeel op vrijwillige basis 40 uur per week gaat werken. Daar staat weer tegenover dat ook het aanbod van de werkgevers om in één keer de dertiende maand in te voeren van de baan is. Verder zijn de werkgevers akkoord gegaan met een (verdere) verhoging van het salaris van de leerlingen en met maatregelen die het voor 55-plussers aantrekkelijker moeten maken tot hun pensioen te blijven doorwerken.

Het aanbod van 9 procent (5 procent in 2001 en 4 procent in 2002) past in elk geval wel in de lijn van enkele eerder voor dit jaar afgesloten CAO's. Zo bereikten bonden en verpleeg- en verzorgingshuizen vorige maand overeenstemming over een loonsverhoging met 4,8 procent in 2001 en krijgen de werknemers in de academische ziekenhuizen er dit jaar 3,5 procent bij. Voor de `gewone' ziekenhuizen eisen de bonden twee keer 4 procent plus voor zowel 2001 als 2002 een verhoging van de eindejaarsuitkering met 2,4 procent. Dit laatste als opmaat voor de `dertiende maand' die dan in 2003 zou moeten worden ingevoerd.

Voor de bonden is dit dan `marktconform', waarbij ze verwijzen naar het advies over de honorering in de collectieve sector. De commissie-Van Rijn beval onder meer zo'n dertiende maand aan om de sector aantrekkelijk te houden. Maar de bonden winkelen wel selectief in het advies.

Van Rijn constateerde ook dat de functies voor lager en middelbaar geschoolden in het algemeen heel behoorlijk worden gehonoreerd. Hij was niet de eerste overigens: al uit eerder onderzoek was bekend dat de mbo-geschoolde verpleegkundigen en verzorgenden in vergelijking met wat anderen met die opleiding elders verdienen goed worden betaald. Dat geldt niet voor degenen met een hbo-opleiding: die zitten wat minder hoog in de boom. Het gaat dan wel om verpleegkundigen die een functie hebben die bij hun opleiding past. Daar zit overigens wel een deel van het probleem: in de ziekenhuizen hebben nogal wat verpleegkundigen met een hbo-diploma een functie waarvoor met een mbo-opleiding kan worden volstaan. Het gevoel van werkdruk, het ontbreken van perspectief en groeiende ontevredenheid is daar het gevolg van.

De ziekenhuizen hebben geprobeerd aan die symptomen wat te doen met een ander stelsel met meer salarisschalen. Daarover waren bonden en werkgevers het in de aflopende CAO al eens geworden. De kosten daarvan blijken overigens hoger uit te vallen dan was verwacht. Er was 150 miljoen gulden voor gereserveerd, uiteindelijk kost het nieuwe `loongebouw' 300 miljoen gulden per jaar extra. De aanpak van het probleem dat er eigenlijk te weinig functies zijn voor al die hbo-opgeleiden en dat er dus een verregaande functiedifferentiatie nodig is heeft tot dusver nog niet de hoogste prioriteit.

De nieuwe CAO kost de premiebetalende burger vele honderden miljoen guldens. Elke procent loonsverhoging betekent minimaal 92 miljoen gulden extra, bijna zes gulden per burger, die uiteindelijk wordt verwerkt in de tarieven die de ziekenhuizen in rekening mogen brengen. Mede om die reden hebben de werkgevers ook niet helemaal de vrije hand als ze met de bonden onderhandelen over een nieuwe CAO. Hoeveel geld de werkgevers aan verbetering van de arbeidsvoorwaarden kunnen besteden, wordt jaarlijks door het kabinet vastgesteld. Voor dit jaar voorziet dit bedrag in een loonsverhoging met 4 procent, voor 2002 met 3,25 procent, met daarnaast nog een bedrag voor betere secundaire arbeidsvoorwaarden. Met hun bod van 5 en 4 procent zitten de ziekenhuizen daar dus al boven. Voor een deel komt dat `extra' geld uit de talrijke potjes die ze her en der nog hebben en voor een deel kan het worden `verdiend' door efficiënter te gaan werken.

De ziekenhuizen zeggen dat ze niet naar minister Borst (Volksgezondheid) willen om meer geld voor hun nieuwe CAO te vragen. Ze weten dat dit geen zin heeft en alleen maar irritatie opwekt. De ziekenhuizen hebben daar geen belang bij: ze willen immers een groot deel van het geld hebben dat de sector volgens de Voorjaarsnota extra mag uitgeven. Maar als de bonden er met hun acties in slagen Borst en haar collega Zalm (Financiën) over de streep te trekken om nog meer in de sector te steken, vinden de ziekenhuizen dat uiteraard prima.