Mengelberg 1

In NRC Handelsblad van 30 april las ik met grote interesse de recensie van de cd-box van Willem Mengelberg door Kasper Jansen. In diens commentaar werd ook aandacht besteed aan Mengelbergs opstelling gedurende de oorlog. Na de bevrijding werd hij veroordeeld, en hij verbande zichzelf naar Zwitserland. Hij dirigeerde nimmer meer, tot voldoening van degenen die zijn oorlogsgedrag hadden veroordeeld. Jansen schrijft: ,,Hij stond vriendelijk, zolang het kon, tegenover de muziek van joden als Mendelssohn en Mahler. Mengelberg was vriendelijk voor de joden in zijn orkest, tot ze werden weggevoerd.'' Daar zijn wel wat kanttekeningen bij te plaatsen.

In muzikantenkringen werd er na de oorlog regelmatig over gesproken dat Mengelberg zijn joodse musici behulpzaam zou zijn geweest met het vinden van onderduikadressen. Toen van een van de orkestleden, die getrouwd was met een joodse vrouw, de echtgenote werd opgepakt en gedeporteerd naar Westerbork, wendde hij zich onmiddellijk tot Mengelberg, in het Amstel Hotel. De dirigent bleek niet te kunnen bereiken dat zij in vrijheid werd gesteld, maar hij wist wel te bewerkstelligen dat de vrouw niet verder naar een Duits concentratiekamp werd getransporteerd. Zij keerde na de oorlog terug.

Tijdens de bezetting werd door de bezetter bepaalde muziek `verboden'. Muziek van joodse componisten, Russische muziek, onder meer. Mengelberg zette echter midden in de oorlog de verboden Tsjaikovski op het programma en dirigeerde diens Zesde symfonie. Het concert was uitverkocht, het publiek uitzinnig. Er zaten ook nog eens veel Duitse militairen in de zaal, zo luidde het verhaal destijds. Deze stunt van Mengelberg werd toen als een daad van verzet beschouwd. Inmiddels is de historie reeds iets milder over de man gaan oordelen dan direct na de bevrijding.