Lachen!

Nederlanders en humor, het blijft een moeilijk huwelijk. We vinden onszelf geestig, relativerend en nuchter, maar de grofste monden, de plompste en botste wijsheden, en de meest beschamende taferelen aan Zuid-Franse terrasjes zijn nog steeds de onze, en niet die van onze veelgesmade oosterburen. Ook in de media. Dat zie je bijvoorbeeld aan tv-presentator Jack Spijkerman, die een tijdje geleden de lachers op zijn hand wilde krijgen met een media-blooper waarin een gast werd aangekondigd die bij nader inzien al lang bleek te zijn overleden. Die kon dus niet meer komen, nee. Lachen!

Nederland Humorland kwam zichzelf een paar weken geleden weer keihard tegen, toen de VPRO een aflevering schrapte uit het programma De Rijdende Hufter van de komiek Rob Muntz en zijn aangever Paul Jan van de Wint. De omroep die ooit school maakte als bastion van burgerschrik, vond het te ver gaan om, onder het mom van satire op de breekijzer-programma's van Pieter Storms en Willebrord Frequin, een asielzoeker een neppistool tegen het hoofd te houden, en een verwarde bejaarde bij een gesloten politiebureau achter te laten. Terecht: satire is geen vrijbrief om te kopiëren wat je wilt aanklagen.

Dat dilemma van de VPRO geeft aan wat er is misgegaan met de grensverleggende vorm van humor die vanaf de jaren zestig opgang maakte, maar die inmiddels in shockerend potentieel, tot grote volksvreugde, allang is gepasseerd door de botteriken en patsers van de commerciële omroep. De humor van Muntz en zijn kwade genius Van de Wint bij de VPRO is zo bezien niet eens offensief, maar defensief: een doldrieste poging het beste van twee werelden te krijgen. Hufters aanklagen, en in één moeite door zelf de hufter uithangen. Je geweten uitschakelen, onder het mom dat van anderen op te schudden. Het water willen zuiveren, door met smaak de golfslag van het riool te berijden.

In vals bewustzijn – om die beladen term maar even af te stoffen – overtreffen deze twee zo tenminste een van hun doelwitten, Willebrord Frequin. Deze clown van de wraakzucht weet waarschijnlijk, met enige inspanning, nog te overtuigen van zijn sociale gewetensrol als hij struikelend over zijn eigen opwinding op straat een vermeende delinquent afblaft. Muntz en Van de Wint maken zich in het geheel geen illusies meer: de wereld is rot, dus lachen maar. Daarbij moet worden aangetekend dat Muntz dan nog in aanleg een begaafde komiek is: niet te slim, met veel energie en een goede timing. Wie weet had hij de Piet Bambergen van deze overstuurde tijd kunnen worden. Zijn rimbaldiaanse maatje Van de Wint daarentegen is, afgaande op het schoolplein-cynisme dat hij tentoonspreidt in interviews (sociaal-darwinistische observaties van het kaliber dat in de gaskamers de kinderen onderop lagen), een angstaanjagende nihilist die zijn haatgevoelens niet kwijt kan. Intellectueel stuurloos, vulgair-diepzinnig en altijd agressief. Wat was er eigenlijk mis met René van Vooren?

Wanneer wordt een humoristische avant-garde, met andere woorden, decadent? De grootste schokken in het Nederlandse naoorlogse humoristische bewustzijn waren achtereenvolgens het satirische tv-programma Zo is het toevallig ook nog eens een keer (jaren zestig: ontzuiling, secularisatie), de Sjef van Oekel en Barend Servet-shows van Wim T. Schippers (jaren zeventig: avant-gardisme, seksualisering), en het optreden van het cabaret annex rockduo Neerlands Hoop, Freek de Jonge en Bram Vermeulen (ook jaren zeventig: politisering, radicale democratisering). Dit alles samen te vatten onder de noemer: shockeren.Ook wel bekend als kwetsen. De scheuren in het ouderwetse, religieus verkavelde polderlandschap werden wreedaardig opengetrokken door deze pioniers van een geseculariseerd, vrijer en moderner Nederland.

Nu hebben we dat Nederland dan. Gefeliciteerd. Alleen: hoe nu nog kwetsen en shockeren? En vooral: waarom? Nu de KRO nota bene zelf adverteert met een halfnaakte jonge Maria. Nu de methode-Neerlands Hoop door Youp van 't Hek comfortabel gebruiksklaar is gemaakt voor het hele bedrijfsleven. Nu Freek de Jonge zelf liever het dolgedraaide kompas van zijn eigen geweten stabiliseert dan dat hij zijn publiek ontregelt. Niet voor niets was hij een van de verontruste – en dankzij de losgeslagen jaren zestig zeer succesvolle – ondertekenaars van een recent pamflet tegen de teloorgang van `de beschaving'. Het beeldenstormende zelfvertrouwen van zijn glorietijd heeft ook bij hem, na gedane zaken, plaatsgemaakt voor schuldgevoel en angst over de democratisering van een ooit als subversief bedoelde vorm van humor.

Dat is een nederlaag. Humor betekent immers in de eerste plaats: de eindigheid en betrekkelijkheid van situaties onder de aandacht brengen, met open oog voor hun onnatuurlijkheid, instabiele status en wie weet hun absurditeit. Dat is iets anders dan de obligate kwetscultuur van de grove grap, het reflexmatige aanklagen van het klootjesvolk (altijd de anderen, natuurlijk) door de huidige lichting pseudo-moralisten, die hun eigen arrogantie niet kunnen relativeren en elk oog voor betrekkelijkheid knalhard dichttimmeren. De enige antwoorden op die patstelling lijken eindeloze meligheid (Jiskefet) en zelfbewust nihilisme in de overdrive (Muntz en Van de Wint).

Of niet? Voorbeelden van zowel doeltreffend directe als indringend subtiele humor zijn te vinden bij sommige nieuwe, moderne cabaretiers en schrijvers die nu eens niet werken onder de fall out van het verleden. Zoals de stand up comedians in Amsterdam, die verbaal enthousiasme koppelen aan een onbekommerd – maar daarom nog niet eendimensionaal – engagement: zie de razende act van Najib Amhali op het Boekenbal dit jaar (`Ik heb drie talenten. Mijn vader is een Marokkaan, mijn moeder is een Marokkaan en ik kom uit Krommenie'). En in de letteren, een wereld apart, is er de satire op sociaal-wetenschappelijk onderzoek naar (zelf)beelden van allochtonen, De nachtmerrie van de allochtoon door Sevtap Baycili, waarin de humor wordt geboren uit ernst die omslaat in absurditeit. Dat is van een wonderlijke, prachtige dubbelzinnigheid die alle platgetreden paden ver achter zich laat.

Liefhebbers van humor maken er tegenwoordig ernst mee. De vijanden van de grap zijn, zoals wel vaker, de grappenmakers.

    • Sjoerd de Jong