`Joods bezit was 12 miljard'

Joden in Duitsland, Polen, Frankrijk, Nederland, Oostenrijk en Hongarije hadden voor de Tweede Wereldoorlog een gezamenlijk vermogen van 12,1 miljard dollar. Nederlandse joden bezaten daarvan 1,65 miljard gulden (in guldens van 1938), destijds ongeveer 1 miljard dollar.

Dit blijkt uit het proefschrift Where did all the money go? van de Britse econome Helen B. Junz, die vandaag promoveert aan de Universiteit van Amsterdam. Ongeveer een kwart van dat vermogen – 3 miljard dollar – is mogelijk over de grens in veiligheid gebracht in onder meer de Verenigde Staten en Zwitserland. Junz – voorheen onder meer economisch adviseur van Clinton – heeft de studie gemaakt voor de zogeheten Volcker-commissie, die onderzoek heeft gedaan naar tegoeden bij Zwitserse banken.

Van de ongeveer 140.000 Nederlandse joden beschikten er ongeveer 22.000 over een vermogen, concludeert Junz op grond van gegevens over vermogensbelasting en successierechten. Dat aantal stemt overeen met de 22.000 joden die bij de Duitse roofbank Lippmann, Rosenthal & Co een `bankrekening' hadden van enige omvang. ,,Ik voel me zeker over deze cijfers. Ze zijn gezond en plausibel'', zegt Junz. De commissie-Van Kemenade, die vorig jaar een rapport publiceerde over joodse tegoeden in Nederland, kwam tot een totaal van vermogen van 1 miljard gulden. Dat komt volgens Junz, doordat de onderzoekers van Van Kemenade geen rekening hebben gehouden met belastingontwijking en - ontduiking.

JUNZ: pagina 18

    • Karel Berkhout