Integratie is: Laat me leren en leer van mij

Kortgeleden, op een bijeenkomst met enkele allochtone ondernemers, vroeg een prominent Tweede-Kamerlid om aanwijzingen hoe het vraagstuk `integratie' aangepakt moet worden. Het is een vraag die al langdurig wordt gesteld en waar Nederland hogelijk mee worstelt. Botsende culturen, elkaar niet begrijpen, vreemde opvattingen – zoals de Rotterdamse imam over homoseksualiteit – houden de discussie voortdurend in leven.

Welke aanwijzingen kan een Kamerlid gebruiken? Is het te simpel om welwillendheid, openheid en duidelijkheid aan beide kanten te noemen, en te vragen onderscheid te maken tussen assimilatie en integratie. Het is een eeuwenoud patroon dat je je sterker voelt wanneer je een zwakker iemand dan jezelf kunt vinden.

De Rotterdamse imam probeert zijn zwakke positie in de Nederlandse samenleving te versterken door de aanval te openen op een naar zijn mening nog zwakkere groep. Maar door zijn onwetendheid en onkunde heeft hij een pijnlijke vergissing gemaakt. Hij had moeten weten dat gedurende honderden jaren sommige Ottomaanse sultans, als kalief tevens de hoogste geestelijke islamitische leider, in hun harems naast vrouwen ook jongens hebben gehad.

Nederland is de laatste decennia sterk veranderd. Er is niet meer één heersende kleur, ook al denken velen dat nog. Het antwoord aan het parlementslid: er moet eerst opnieuw een definitie van Nederland worden gemaakt. Als Nederland vroeger een pot witte suiker was, zijn er nu verscheidene soorten bruine en gele suikers in de pot gedaan. En er is flink geschud, waardoor het onmogelijk is geworden de kristallen nog te onderscheiden; het is een kleurrijk mengsel geworden. Dat is het huidige Nederland. Merkkleding kopen, hoofddoeken dragen, traditionele klederdracht is ook het huidige Nederland. Wat betekent aanpassing? Dat er in een Chinees restaurant in Volendammer klederdracht bediend gaat worden? Dat de thora of de koran in het Nederlands voorgedragen gaan worden? Bruine suiker moet geen witte suiker worden, anders verliest hij zijn smaak.

Ik spreek een gebroken taal, `de' en `het' zijn voor mij moeilijk uit elkaar te houden. Waarom? Omdat onregelmatigheden en uitzonderingen in de Nederlandse taal overheersen, en omdat ik te laat naar Nederland ben gekomen. Ik ken het Nederlandse volkslied niet uit mijn hoofd. Waarom? Omdat ik niet `van Duitschen bloed' ben en `de koning van Hispanje' me niets zegt. Zegt dit iets over de mate waarin ik geïntegreerd ben? Op de vierde mei sta ik stil, en vijf mei vier ik mee. Want ik ben Nederlander. Tulpen zijn vanuit mijn thuisland naar Nederland gebracht, het klooster van Sinterklaas staat in mijn geboorteland. Integratie is een kwestie van geven en nemen. Ik kan niet een ander worden, anderen kunnen niet zoals ik worden.

Ooit zei een buurman tegen mij dat ik niet op mijn landgenoten lijk. Ik heb zitten denken of ik die opmerking als een compliment of als een belediging zou moeten opvatten. Kent hij eigenlijk wel landgenoten van mij. Welke landgenoten kent hij? Heeft hij ooit met iemand uit mijn land gesproken? Wat maakt dat hij denkt dat ik niet op hen lijk? En eigenlijk vind ik dat mijn naaste buurman ook niet erg op mijn overbuurman lijkt, maar dat durf ik niet te zeggen. En moet ik me gaan aanpassen aan de ene of aan de andere buurman?

Dat zal ons Kamerlid ook niet bedoeld hebben. In de Tweede Kamer wordt momenteel gesproken over een nieuw wetsvoorstel ter bevordering van de integratie. Eén van de vraagstukken betreft de verplichte taal- en maatschappijcursus. Het betreffende Kamerlid stelt voor iemand die niet binnen een beperkte periode (bijvoorbeeld drie jaar) erin is geslaagd redelijk Nederlands te leren, terug te sturen naar zijn land van herkomst.

In eerste instantie lijkt dit redelijk te klinken, maar het eerste schot is niet altijd raak. Mag ik mijn fantasie eens de vrije loop laten? Een allochtone of autochtone mannelijke ingezetene van Nederland ontmoet tijdens zijn vakantie een leuk spontaan meisje. Na een verdere kennismaking besluiten zij te trouwen. Na de gebruikelijke verplichtingen (1 jaar in eigen land wachten, visum aanvragen) komt de vrouw naar Nederland. Een paar maanden later kan ze beginnen aan de verplichte cursussen. Maar u weet, het is een fantasie. De vrouw is hoogzwanger – ze zijn tenslotte al één jaar getrouwd – en de bevalling vindt plaats. Het kind moet verzorgd worden, dus even geen cursus. Het tweede kind komt snel na het eerste – dan ben je immers vlug uit de luiers (of zou het wegens de hoge kinderbijslag in Nederland zijn?). Voor je het weet zijn de drie jaar voorbij en moet moeder terug naar haar eigen land. `Vrijheid is leven zonder angst', was het thema van de herdenking dit jaar. Kunnen we deze moeder dat gevoel geven? Weggestuurd kunnen worden creëert angst bij de moeder. Kan zij in die omstandigheden aan haar kinderen een gevoel van vrijheid geven?

Geen angst hebben betekent respect hebben voor elkaar, maar ook de plicht geen angst te zaaien. Zodra de imam zich negatief uitsprak over homoseksualiteit, klonken stemmen om hem per kerende post terug te sturen naar eigen land om eerst een cursus te volgen. Welke verborgen behoefte om je sterk te voelen, doet hier van zich spreken? Dwing mij niet om te leren door te dreigen met uitzetting. Laat me leren en leer van mij, gelijke monniken, gelijke kappen. Gelijkheid is een recht dat alle inwoners van Nederland conform artikel 1 van de grondwet hebben. Dan wordt integratie niet alleen een onderwerp van discussie, maar een maatschappelijk proces, waar ik graag aan deelneem.

Naci Kapan is televisieregisseur. Als opvolger van deze estafette-column voor `nieuwe Nederlanders' nodigt hij de psychotherapeute Julia Bala uit.