Franse rechter kiest kant kleine belegger

Voor één keer hebben de kleine aandeelhouders in Frankrijk Justitie aan hun kant gekregen. Het preferente aandeel staat weer op de agenda.

Het is een strijd geweest tussen afkortingen. ADAM (Association de Défense des Actionnaires Minoritaires, de Vereniging van Aandeelhouders Met Minderheidsbelang) heeft gewonnen, en met name de ADP, de houder van preferente aandelen. De CMF, de Franse Raad voor de Financiële Markten, toezichthouder op de beurs, en de aanpalende COB, een tweede toezichthouder, hebben het nakijken gehad. Samen met Henri Lachmann, PDG, president-directeur van Schneider, een producent van elektrische apparatuur. Zijn OPE, vriendschappelijke overname van branchegenoot Legrand is vorige week afgeblazen. Met dank aan justitie.

Oppermachtig waren de toezichthouders op de beurs, althans zo leek het tot vorige week. Wat zij goedkeurden, wás goed. Maar net op het moment, dat kleine aandeelhouders de moed begonnen te verliezen, keerde het tij en stelde de rechter hen voor één keer in het gelijk. Met mogelijk vérstrekkende gevolgen voor de toekomst.

In januari kondigde Henri Lachmann, brein achter de overname van Legrand, strijdlustig aan, dat ,,we tot de reuzen gaan behoren.'' Zijn optimisme was eigenlijk nog bescheiden, want Schneider/Legrand zou nummer één van de wereld worden. Hij legde de waarde van Legrand (door analisten geschat op 6,72 miljard euro) vast in een verhouding van zeven aandelen Schneider tegen twee aandelen Legrand. Voorts was elk preferent aandeel Legrand volgens hem twee aandelen Schneider waard.

De preferente aandeelhouders, die bijna 24 procent van het kapitaal van Legrand uitmaken, ontploften. Het verschil tussen hen en gewone aandeelhouders is dat ze geen stemrecht hebben. In ruil daarvoor krijgen ze 60 procent meer dividend uitgekeerd dan gewone aandeelhouders, althans in theorie, want in de praktijk haalden ze de afgelopen tien jaar niet meer dan 43 procent op. Een rekensom leerde niettemin dat Lachmann hen slechts een zesde van de overnameprijs gunde, hoewel ze een vierde van het kapitaal van Legrand in handen hebben.

De preferente aandeelhouders stapten naar de rechter en die achtte de waardebepaling van de respectieve aandelen onvoldoende onderbouwd en ontdekte en passant ook nog een procedurefout bij het samenstellen van het prospectus. Lachmanns verwijt dat de preferente aandeelhouders met hun actie het belang van de bedrijven schaadden, keert als een boemerang tegen zich. Het is zijn eigen onzorgvuldigheid die de bedrijven er nu van weerhoudt wereldleider te worden en de voorgenomen introductie aan de beurs in New York frustreert.

De uitspraak van de rechter blaast het preferente aandeel intussen nieuw leven in. Populair in de jaren tachtig, leed het verschijnsel inmiddels een zieltogend bestaan. Naast Legrand hadden alleen Sagem, Casino en Essilor ze nog. C. Neuville, voorzitster van Adam, zei dat ,,het belang van de beurs'' met het vonnis gediend was, maar erkende ook dat ,,zonder deze uitspraak het gedaan zou zijn met andere dan gewone aandelen.''

Feit is dat er vorige week een run ontstond op preferente aandelen, die vanwege hun betrekkelijke zeldzaamheid van de weeromstuit een soort collector's items zijn geworden: Mochten ze alsnog verdwijnen, dan hebben de houders nu in elk geval een betere onderhandelingspositie. En samen met hen heeft ook justitie de financiële markt haar haar tanden weer eens laten zien.