Embryonale staaltjes crisisdiplomatie in Skopje

Onder Westerse druk zijn de partijen in Macedonië het vannacht eens geworden over een brede regeringscoalitie. De `staat van oorlog' gaat niet door. Een succes voor Europa?

Het blijft een ongewone combinatie uit de rekwisietenkast van Westerse crisisdiplomatie: de NAVO en de Europese Unie samen op spoedmissie. NAVO-chef George Robertson en `EU-buitenlandchef' Javier Solana waren gisteren – opnieuw – samen in Skopje om de Macedonische regering aan te zetten tot een beheerst optreden tegen de Albanese extremisten en de vorming van een brede regeringscoalitie. Hun missie sorteerde direct effect: de Macedonische regering zag er vanaf ,,de staat van oorlog'' uit te roepen en vervolgens werden de vijf belangrijkste politieke partijen het eens over een regering van nationale eenheid, met inbegrip van de Albanese partijen.

Zijn het embryonale staaltjes van nieuw crisismanagement in Europa? Na tien jaar van uitputtende betrokkenheid bij de Balkan waken EU- en NAVO-diplomaten voor vroegtijdig enthousiasme. ,,Dit is een succesje, ja. Maar een echt succes is pas volledige stabiliteit. Macedonië is een land met een nog wankele structuur, dat nog maar tien jaar onafhankelijk is. Een brede coalitie is een legitimatie voor de noodzakelijk hervormingen. Maar het ligt allemaal nog steeds zeer moeilijk'', zei een medewerker van Solana vanochtend, die na zware onderhandelingen in Skopje vannacht om drie uur met de EU-topman terugkeerde in Brussel. ,,Laten we hopen dat dit beklijft'', zei een medewerker van NAVO-chef Robertson vanmorgen voorzichtig. ,,En dat de Macedonische militairen zich inhouden. Want het ongediscrimineerd beschieten van dorpen is natuurlijk niet de manier om zielen te winnen op de Balkan. Dit zijn niet de normen van de EU en de NAVO, waartoe Macedonië zo graag wil behoren.''

Westerse diplomaten schrijven het werk van de EU-NAVO-tandem toe aan de Europese ambities om het crisismanagement in eigen omgeving zelf uit te voeren en de Amerikaanse neiging – zeker van de regering-Bush – Europa meer eigen verantwoordelijkheid te laten nemen. ,,Dit is het begin van nieuwe arrangementen tussen de EU en de NAVO'', zegt de NAVO-diplomaat. ,,Het is logisch dat de Europeanen hierin de leiding hebben, en niet de Amerikanen, omdat Macedonië dichter bij ons ligt'', zegt Solana's assistent. ,,De EU is nu beter georganiseerd dan in 1991, en heeft ook meer ervaring dan toen.''

De herinnering aan enkele orakelspreuken uit 1991 is bij Westerse diplomaten nog steeds levendig. Toen de eerste gevechten in ex-Joegoslavië uitbraken, zeiden de Europeanen destijds bij monde van de Luxemburgse minister van Buitenlandse Zaken, Jacques Poos: ,,Dit is het uur van Europa, niet van Amerika.'' De Amerikanen zeiden via hun Republikeinse minister Baker: ,,We have no dog in this fight.''

Europa kon geen potten breken en moest tussen 1995 en 2000 in Bosnië en Kosovo in feite twee keer worden gered door de Amerikanen. Nu, in Macedonië, neemt Europa via zijn vertegenwoordiger Solana opnieuw het politieke initiatief, en heeft de nieuwe Republikeinse regering weer geluiden afgegeven, die duiden op een afnemende actieradius in Europa. Bush-medewerkers zeiden tijdens de verkiezingscampagne dat de nieuwe regering haar militaire aanwezigheid op de Balkan wil verminderen. Ondanks sussende woorden van de nieuwe minister Powell in februari bij de NAVO – Samen uit, Samen thuis – is de betrokkenheid van de Amerikaanse regering bij de jongste crisis op de Balkan wel degelijk minder dan de afgelopen jaren. Washington mag dan nog in-de-overgang zijn en de rol van de nieuwe regering nog onduidelijk, de kans op een herhaling van de taferelen van twee jaar geleden, toen de Amerikaanse minister Albright zelf tijdens de Kosovo-crisis de onderhandelingen tussen de Servische en de Kosovaarse delegaties leidde, is op dit moment zeer klein.

In dit vacuüm van Amerikaans leiderschap in Europa streeft EU-topman Solana al improviserend de Europese ambities voor politiek crisismanagement na, daarbij militair gesteund door de NAVO. Maandenlang heeft hij samen met NAVO-chef Robertson bij de Macedonische regering aangedrongen op een brede dialoog met alle partijen en op beheerst militair optreden. Bij de gesprekken met de politieke partijen van gisteren speelde Solana een ,,instrumentele'' rol, en dat zal ook zo blijven: Solana geeft geen leiding aan de dialoog, maar ,,is wel zeer nauw betrokken'', zegt zijn assistent. Europa hoopt hiermee een politieke oplossing voor de crisis te vinden, want dat de NAVO zelf geen troepen naar Macedonië wil sturen, is van meet af aan duidelijk: behalve de VS voelen ook de Europeanen daar weinig voor.

Als vorige NAVO-chef kent Solana de Balkan en Macedonië ,,zeer goed'' en ,,geniet hij groot vertrouwen van de regering'', zegt zijn medewerker. Datzelfde geldt volgens NAVO-diplomaten voor Robertson, voorheen de Britse minister van Defensie. Zij hebben onderling een goede persoonlijke verstandhouding. Sinds Robertson de baan van Solana overnam in het najaar van 1999, ontbijten ze één keer per maand met elkaar. Vaste onderwerpen van gesprek zijn de vorming van de Europese snellereactiemacht van 60.000 man, die in 2003 klaar moet zijn, de koppeling daarvan aan de NAVO en de toestand op de Balkan. Als Europa in de toekomst zelf kleine vredesmissies zou moeten ondernemen, omdat de NAVO – of liever: Amerika – hier geen brood inziet, dan is coördinatie tussen beide organisaties immers noodzakelijk.

Of de EU-NAVO-tandem zal werken, of de Europeanen toch niet weer verstrikt raken in het web van verdeeldheid, zoals eerder op de Balkan, en of de Amerikaanse neiging om Europa het initiatief te laten kan worden volgehouden, hangt af van het verdere verloop van de crisis, en vooral de mate van escalatie. Zolang de Albanese extremisten geweld blijven plegen en het Macedonische leger niet beslissend kan optreden, blijft Westerse politieke en militaire bemoeienis noodzakelijk. In welke vorm – met NAVO-troepen buiten of desnoods binnen Macedonië – en met wie – met of zonder de Amerikanen – staat nog niet vast.