Eindeloos arbitreren aan de snookertafel

Eén Nederlander nam de afgelopen weken deel aan het WK snooker: Jan Verhaas, als professioneel scheidsrechter. ,,Je moet op je benen blijven staan en dat valt soms niet mee.''

Het wereldkampioenschap snooker in Sheffield, de Embassy World Championship, kwam gisteren na zeventien dagen tot een ontknoping. Aan het toernooi werd niet deelgenomen door Nederlandse spelers. Engelsen, Schotten, Welshmen en (Noord-)Ieren domineerden het meest prestigieuze snookertoernooi ter wereld. Des te opvallender was de aanwezigheid van toparbiter Jan Verhaas. De 34-jarige Nederlander maakte deel uit van een select gezelschap van acht scheidsrechters. Hij was de jongste arbiter op het toernooi en de enige van buiten Groot-Brittannië.

Snooker is zeer populair op het eiland en is na voetbal de best bekeken sport op de televisie. Alleen voor dit toernooi had de BBC al 200 uur zendtijd gereserveerd. Illustratief voor de professionalisering van de sport was het te verdelen prijzengeld in Sheffield: ruim anderhalf miljoen pond.

Ook de arbiters zijn profs. Verhaas is een van de 114 scheidsrechters wereldwijd met een proflicentie. Hij verkeert bovendien in een bevoorrechte positie, want hij heeft samen met vier collega's een contract met de World Snooker Association dat hem jaarlijks voldoende werk garandeert om van rond te komen. ,,We hebben de bond verzocht onze vergoeding over een jaar uit te smeren. Anders heb je in de zomer geen inkomsten en niet alle arbiters kunnen even goed met hun geld omgaan'', legt Verhaas uit.

Verhaas werkt als zelfstandige zo'n tweehonderd dagen per jaar. Tijdens het seizoen (augustus tot mei) is hij meer op reis dan `thuis', in Blackpool, ongeveer tachtig kilometer van Manchester. ,,Dan leef ik in hotels. Tussen de toernooien heb ik maar één of twee dagen om naar het volgende evenement af te reizen. Je moet het zien als een groot circus. Na afloop wordt de tent afgebroken en ergens anders weer opgebouwd.''

Vanaf begin januari heeft Verhaas slechts acht vrije dagen gehad. Hij is dan ook blij dat het wereldkampioenschap in Sheffield, het langste toernooi in het snookercircuit, voorbij is. Verhaas heeft vier partijen geleid: twee in de eerste ronde, één in de tweede ronde en de kwartfinale waarin zevenvoudig wereldkampioen Stephen Hendry verrassend werd uitgeschakeld door Matthew Stevens. De laatste wedstrijddagen heeft hij als assistent-scheidsrechter gefungeerd.

Vorig jaar was Verhaas nog arbiter tijdens de halve finale en volgend jaar hoopt hij op de finale. ,,Maar dan moet ik geen blunders maken, want we worden het hele jaar gevolgd en beoordeeld door twee oud-toparbiters en iemand van de bond.'' Op het WK keken bovendien bijna duizend toeschouwers in The Crucible, de snookerarena in Sheffield, en miljoenen televisiekijkers mee over de schouders van de arbiters. ,,Daarom is het niet het fijnste toernooi. Het duurt lang en de druk is hoog'', aldus Verhaas.

Lange partijen, en vooral lange sessies – gemiddeld duurt een partij over drie sessies (elk negen frames) negen uur – vormen het zwaarste onderdeel van het arbiterswerk. ,,Je moet wel je concentratie vasthouden en op je benen blijven staan, dat valt soms niet mee'', zegt de arbiter. In Sheffield duurden de wedstrijden onder zijn leiding echter niet zo lang. ,,Wat dat betreft heb ik mazzel dat ik een vaste dagvergoeding krijg en niet per uur wordt betaald'', zegt Verhaas, die op het WK in 1994 een slopende sessie van 4,5 uur doorstond in de partij tussen Alan McManus en Nigel Bond.

Voor Verhaas, geboren in Maassluis en getogen in Brielle, is het allemaal begonnen met de opening in 1987 van het Rotterdamse snookercentrum Lijnbaan. Vanaf 1988 was hij al arbiter bij de amateurs. ,,Zelf was ik geen geweldige speler, mijn hoogste break ooit is 72 punten.'' Na de C-licentie (1989) en de B-licentie (1991) behaalde hij in 1994 het A-certificaat (profarbiter). Omdat in Nederland niet op profniveau werd gespeeld, vertrok hij naar Engeland.

,,Vanaf de begintijd in Nederland eind jaren '80 tot midden jaren '90 werd snooker steeds populairder en nam het aantal snookercentra toe. Daarna liep het terug. Er was wel animo voor het organiseren van grote toernooien maar het mocht niks kosten en er waren te weinig sponsors'', zegt Verhaas.

Inmiddels draait hij al acht jaar mee in het snookercircuit in Engeland. Hij mist zijn vaderland, vooral zijn familie. ,,Als ik een Nederlandse sponsor weet te vinden, kom ik direct terug'', zegt Verhaas, die sinds 1993 in Blackpool woont. Het gebrek aan sponsors is echter een probleem in de Nederlandse snookerwereld. ,,Daarom is het niveau ook veel lager. De Nederlandse toppers zouden eens naar Engeland moeten komen om goed op hun donder te krijgen. Misschien dat ze zich aan het niveau hier kunnen optrekken en hun spel dan beter wordt. Voorlopig zie ik nog geen talenten die zich in de toekomst kunnen meten met de wereldtop.''