Een kuststad met 44 varkensflats

In oktober vorig jaar kreeg het Nederlands een nieuw woord: varkensflat. Lanbouwminister Brinkhorst bleek enthousiast over een proef met een zogenaamd `agroproductiepark' voor grootschalige industriële landbouw op de Maasvlakte. Daar moest een gebouw van zes verdiepingen van 1000 bij 400 meter worden neergezet dat ruimte biedt aan 300.000 varkens, 1,2 miljoen kippen en een zalmkwekerij, zo stelde de Nationale Raad voor Landbouwkundig Onderzoek (NRLO) voor. Zo nemen het fokken van varkens en andere landbowactiviteiten veel minder ruimte in beslag.

De reacties op de varkensflat liepen uiteen. PvdA en D66 zagen er wel iets in, maar het CDA en de SP wezen deze vorm van geïndustrialiseerde landbouw af. SP'er Poppe vroeg zich zelfs af of minister Brinkhorst gek geworden was.

De heftige reacties op het plan voor varkensflats hebben het Rotterdamse architectenbureau MVRDV er niet van weerhouden het idee verder uit te werken in de film Pig City. De film maakt onderdeel uit van een tentoonstelling in de Haagse galerie Stroom, waar ook andere radicale voorstellen van MVRDV voor de inrichting van Nederland zijn te zien. Zoals in al hun projecten, gaat MVRDV in Pig City de wereld te lijf met statistieken en quotiënten. De film bevat een duizelingwekkende hoeveelheid gegevens over de varkensindustrie en Nederland, die MVRDV heeft vertaald in een wolkenkrabber van meer dan 600 meter, hoger dan welk gebouw ter wereld ook.

In 1999 woonden er 15,2 miljoen varkens en 15,5 miljoen mensen in Nederland, vertelt een Engels sprekende vrouw in het begin van de film. Eén mens plus één varken hadden toen in Nederland dus gemiddeld 25OO vierkante meter tot hun beschikking. Bij organische veeteelt, waarbij varkens meer ruimte en beter voedsel krijgen dan nu in de intensieve varkenshouderij, is voor elk varken 1726 m² nodig. Kiest men hiervoor, dan blijft er voor elke Nederlander nog maar gemiddeld 774 m² over. De keuze voor diervriendelijk fokken maakt een concentratie van varkensfokkerijen dus onvermijdelijk, zo stelt MVRDV. Bijkomend voordeel van de varkenswolkenkrabbers is dat de varkens nooit vervoerd te worden.

De drie architecten van MVRDV, die vorig jaar met hun ontwerp van het Nederlandse paviljoen op de Wereldtentoonstelling in Hannover al lieten zien hoe verschillende landschappen op elkaar kunnen worden gestapeld, achten het mogelijk om veertig etages met varkensboerderijen bovenop een groot abattoir op de begane grond te stapelen. Op de veertig etages komt nog een viskwekerij voor verrijking van het menu, want varkens zijn omnivoren. De top van het gebouw wordt gevormd door een mestsilo van vier meter met daarboven een biogaskoepel van honderd meter.

Voor de Nederlandse behoefte aan varkensvlees zijn 32 wolkenkrabbers nodig die elk jaarlijks 247.000 mestvarkens leveren, zo wordt in Pig City becijferd. Deze kunnen over het land worden verspreid. Voor de export zijn 44 varkenswolkenkrabbers nodig, die worden geconcentreerd aan de kust bij een grote haven, zodat daar een ware varkensstad ontstaat.

Zo'n varkensstad maakt misschien een absurde indruk: vierenveertig torens van meer dan 600 meter zijn moeilijk voor te stellen. Maar wie de film ziet, kan niet ontkennen dat de varkens in hun stad een beter leven zullen hebben dan in de kolossale maar toch krappe schuren die nu het platteland van Brabant en Gelderland hebben veranderd in een soort Los Angeles voor varkens. Elke etage is bijvoorbeeld voorzien van grote balkons met bomen waar de varkens elke dag een paar uur in de openlucht kunnen verblijven.

Natuurlijk heeft MVRDV's varkensstad nog een utopisch karakter. Zo zijn de aan- en afvoerwegen die ook in Pig City in grote aantallen moeten bestaan opvallend afwezig in de film. Maar wel maakt Pig City duidelijk dat minister Brinkhorst niet zo gek is als de SP denkt.

Morgenavond vindt in Studio 3, Spui 152 in Den Haag een paneldiscussie o.l.v. van Winy Maas (MVRDV) over de moraal van intensieve varkenshouderij plaats. Aanvang 20.00 uur.