`Breid toezicht telecom uit'

Het toezicht op de Nederlandse telecommarkt moet worden uitgebreid en aangescherpt. De mededinging in die markt is kwetsbaar en kan gemakkelijk weer omslaan in de oude, monopolistische situatie.

Dat staat in een vandaag gepubliceerde studie van het Instituut voor Informatierecht (IVIR), onderdeel van de Universiteit van Amsterdam. Het huidige toezicht is als gevolg van onduidelijke of verkeerde politieke keuzes niet efficiënt georganiseerd, aldus de studie die is verricht op verzoek van telecomtoezichthouder Opta.

Opta is vier jaar geleden opgericht met de gedachte dat het, bij het bereiken van concurrentie in de markt, zou opgaan in de NMa. Volgens de onderzoekers is de discussie over het toezicht te veel gericht op de vraag of Opta al dan niet zelfstandig moet blijven. Duidelijke doelstellingen voor het concurrentiebeleid zijn er niet of worden uit het oog verloren.

Volgens het IVIR moeten alle toezichtstaken voor de telecomsector bij één toezichthouder, Opta, worden ondergebracht. Nu valt bijvoorbeeld het frequentiebeleid (de verdeling van radiofrequenties onder telecombedrijven) nog onder het ministerie van Verkeer en Waterstaat. Het frequentiebeleid kan echter een belangrijk instrument zijn om de markt te beïnvloeden, aldus de onderzoekers.

Daarnaast moeten de bevoegdheden van Opta worden uitgebreid. Opta is nu een `geschilgestuurde' organisatie, die alleen in beweging mag komen na een klacht van een marktpartij. Opta zou, wanneer de telecomwetgeving tekort schiet, ook de mogelijkheid moeten krijgen om zich te baseren op algemene mededingingsregels, die op dit moment alleen door de NMa mogen worden gebruikt.

Telecom pagina 14