Arrest Hoge Raad `Bacchus'

De Hoge Raad laat de straffen die het gerechtshof in Den Haag oplegde aan de broers Fuad en Zaim Ö. in de zogenoemde `Bacchus-zaak' in stand.

Vorig jaar maart legde het hof beide mannen zestien jaar celstraf op wegens het medeplegen van dubbele doodslag op twee meisjes en een poging tot doodslag. Volgens het hof was vast komen te staan dat Fuad Ö. op 10 januari 1999 twaalf schoten loste op de deur van muziekcafé Bacchus in Gorinchem. Hierdoor kwamen Froukje Schuitemaker (17) en Marianne Roza (18) om het leven en raakte de 18-jarige Inge van Boxtel zwaar gewond. Er is geen reden om deze veroordelingen te vernietigen, meent het hoogste rechtscollege van Nederland.

Een zwager van de twee broers, Osman Ö, kreeg van het hof negen maanden celstraf opgelegd wegens openlijke geweldpleging. Hij is niet in cassatie gegaan.

Tijdens de behandeling van de strafzaak voor de rechtbank en hof is nimmer precies vast komen te staan wat het aandeel van de twee broers Fuad en Zaim is geweest. Nadat hij eerder had toegegeven de fatale schoten te hebben gelost, verklaarde Fuad zowel voor de rechtbank als voor het hof ,,niet meer te weten'' hoe de schietpartij precies was verlopen.

Zowel de rechtbank als het hof oordeelden echter dat het Fuad moet zijn geweest die heeft geschoten. Ook meenden rechtbank en gerechtshof dat beide broers de aanslag van tevoren hebben gepland, omdat ze na een ruzie met de portier van Bacchus samen terug zijn gelopen naar de coffeeshop van Zaim om een pistool te halen. Zowel het hof als de rechtbank veroordeelde daarom de broers voor het `medeplegen' van doodslag.

De schietpartij tegen Bacchus leidde in 1999 tot grote onrust. Duizenden mensen liepen mee in een stille tocht voor de twee omgekomen meisjes.

De Bacchus-zaak verhevigde net als de de zaak-Meindert Tjoelker, -Joes Kloppenburg en Daniël van Cotthem, een nationale discussie over het voorkomen van `zinloos geweld'.