Achter de schermen van het zaaikapitaal heerst ook veel leed

Jarenlang deden verschaffers van durfkapitaal of venture capital zaken achter gesloten deuren. De bedrijven hadden een low profile en wensten geen pottenkijkers. Die tijd is voorbij. Namen als Ann Winblad en John Doerr van Kleiner Perkins Caufield & Byers zijn, in ieder geval in de VS, synoniem geworden met durfkapitaal. Venture capital is mede dankzij de internet-gekte van de afgelopen jaren sexy geworden.

`Willen werken voor zaaikapitaal', luidde het opschrift van een bord dat twee jongens een jaar geleden nog omhoog hielden in Sand Hill Road in het Californische Menlo Park, het geografische hart van Silicon Valley, waar de meeste durfkapitalisten hun kantoren hebben. De jongens waren van internetstarter Ad-Pad Inc. en nog voor het middaguur hadden ze al uitnodigingen voor gesprekken binnen.

Zeker in de Verenigde Staten spelen durfkapitalisten doorgaans een cruciale rol bij de ontwikkeling van nieuwe technieken. In elk geval meer dan in Europa, waar verstrekkers van durfkapitaal zich traditioneel veel meer op chemie, farmaceutica en elektronica richten. Het Amerikaanse Sequioa Capital, dat al sinds 1972 bestaat, heeft bijvoorbeeld aan de wieg gestaan van ondernemingen als Apple, Oracle en Cisco.

De venture capital-bedrijven bestaan bij de gratie van zogenoemde limited partners, die het eigenlijke vermogen aandragen. Daaronder bevinden zich ook fondsen van universiteiten en pensioenfondsen van grote bedrijven als AT&T. De meeste durfkapitalisten nemen een minderheidsaandeel in kleine niet-beursgenoteerde ondernemingen. Vaak zijn meerdere VC-bedrijven bij de alliantie betrokken en is er een lead investor.

Dat VC-bedrijven beter scoren dan andere ventures, heeft ongetwijfeld te maken met hun verregaande specialisatie. Sommige durfkapitalisten weten alles van biotech, maar houden zich verre van internet, of omgekeerd. In de VS richten VC-bedrijven zich doorgaans ook veel meer op starters dan hun Europese collega's. In Europa worden starters meestal ondergebracht bij incubators – kraamkamers voor nieuw ondernemerschap – of accelerators, partijen die ondersteuning en fondsen organiseren maar die niet zelf verstrekken. In Nederland werd de omvang van de VC-markt een jaar geleden geschat op zo'n 100 miljoen euro. In de Verenigde Staten ging het twee jaar geleden al om 46 miljard dollar. Vorig jaar telde de VS alleen al 3.658 durfkapitalisten. Drie jaar eerder stond de teller nog op 2.883. Zelfs de CIA heeft een beleggingspoot in het leven geroepen om de ontwikkeling van beveiligingstechnieken te stimuleren. Het desbetreffende bedrijf heeft 34 miljoen dollar aan zaaikapitaal beschikbaar.

De voorkeur die VC-bedrijven hebben voor de hightech sector is eenvoudig te verklaren. Het gaat in hun ogen om markten die exponentieel kunnen groeien. En aangezien in ruil voor de investeringen meestal aandelen worden verworven, liften ze mee met de successen van hun protégés.

Niet ieder bedrijf zit echter op deelname van een durfkapitalist te wachten. Sommige ondernemingen worden groot met simpele bankleningen. Internet webwinkel Toysmart stapte voor financiering naar leverancier Disney.

Wellicht waren deze bedrijven bevreesd voor de durfkapitalist in zijn rol als vulture capitalist: sommige durfkapitalisten hebben de neiging startende ondernemingen geheel uit te kleden en het intellectuele kapitaal ergens anders onder te brengen. Soms is het ook echt nodig om de oprichters op een zijspoor te zetten. Oprichters zijn belangrijk in de eerste fase van de onderneming, maar zodra een bedrijf een heus onderkomen krijgt en er tientallen werknemers op de loonlijst komen te staan, blijken de mensen van het eerste uur de complexiteit meestal niet aan te kunnen. Het verklaart waarom Yahoo nooit door de beide oprichters is geleid.

Het boek van Jeffrey Zygmont biedt een blik achter de schermen aan de hand van honderden gesprekken met durfkapitalisten. Het boek is met name zo interessant omdat het is geschreven na het echec van de internet-rage. Hoewel de meeste in het boek geïnterviewde durfkapitalisten het er over eens zijn dat die tijd niet meer terugkeert, is het jammer dat Zygmont niet heeft uitgezocht hoeveel geld durfkapitaalbedrijven aan internetinvesteringen hebben verloren. De ondergang van webwinkel Boo.com heeft VC-ondernemingen alleen al 135 miljoen dollar gekost. Aanvankelijk geloofden durfkapitalisten uitsluitend in het first mover concept. Ze investeerden hoofdzakelijk in pioniers omdat die hun volgelingen ver achter zich laten. Maar toen die vijver was leeggevist, begonnen ze achter de zwakkere talenten aan te hollen. ,,Iedereen en zijn hond is tegenwoordig een durfkapitalist'', verzucht een van de geïnterviewden in het boek. Kwaliteit is niet langer gewaarborgd. De huidige economische malaise in de Verenigde Staten zal dan ook voor een harde sanering moeten gaan zorgen.

The VC Way: Investment Secrets from the Wizards of Venture Capital. Door Jeffrey Zygmont. Perseus 2000. ISBN 0-7382-0387-4. Prijs: 26 dollar.