Zestien

In de zomer van 1975 was ik 19 jaar en bracht ergens op een Franse berg de vakantie door. De zon, de meisjes, de zwoele dansavonden op het dorpsplein konden me gestolen worden. Bijna al mijn zintuigen waren uitgeschakeld: geen smaak meer en geen gevoel in mijn vingers, geen libido en ook geen honger. Alleen mijn rechteroor functioneerde optimaal.

En zelfs meer dan optimaal. Eigenlijk bracht ik mijn vakantie in mijn rechtertrommelvlies door. Mijn hele bioritme zat in die oorschelp waarin ik dagelijks van genot uren lag te kreunen als een foetus in een baarmoeder. Want dat oor kleefde de hele dag aan de luidspreker van een radiotransistor en in dat radiootje huisden stemmen die me het nieuws vertelden waarop ik al acht jaar lang zat te wachten.

Dat Bernard Thévenet degene zou worden die de zegereeks van Eddy Merckx in de Tour de France een halt zou toe roepen, was ontegenzeggelijk belangwekkend. Maar nog belangrijker was dat de zwarte serie van acht jaar zonder Franse eindoverwinning in de Ronde van Frankrijk eindelijk zou worden onderbroken. Al die jaren moest ik op de herinneringen van een jochie van elf tieren die de triomf van Roger Pingeon in 1967 nog maar net bewust had meegemaakt.

Sinds die tijd ben ik, geloof ik, veranderd. Zo heb ik in 1989, bij de aankomst van de enige Tour die ik als verslaggever heb gevolgd, een gat in de lucht gesprongen toen Fransoos Fignon met ontstoken testikel door yankee LeMond met acht seconden werd verslagen. De eerlijkheid gebied te zeggen dat ik tijdens die Tour door mijn advocaat werd gebeld om mij mede te delen dat ik het proces dat Fignon mij en mijn krant had aangespannen had verloren. Nee, Laurent Fignon had nooit doping gebruikt en of ik vijftig duizend francs als schadevergoeding wilde ophoesten.

Acht jaar is lang maar wat te denken van het dubbele? Het is deze zomer zestien jaar geleden dat de laatste Fransman, Bernard Hinault in 1985, het geel in Parijs aantrok. Hoe zouden de organisatoren van de Ronde van Vlaanderen zich voelen als geen Belg in zestien jaar deze koers had gewonnen? Zestien jaar zonder Nederlandse overwinning in de Amstel Goldrace? Zonder Italiaanse in de Giro? Zestien seizoenen zonder titel voor Ajax, zestien jaar in de oppositie voor de PvdA, zestien jaar zonder orgasme voor een seksmaniak, zestien jaar zonder een druppel drank voor een alcoholist?

Ik wil hier niet pleiten voor welk begrip ook ten aanzien van de crime die Tourbaas Jean-Marie Leblanc deze week heeft begaan. Ik wil alleen aangeven hoe het mogelijk is dat een beschaafd mens in een moordenaar van de sportethiek kan veranderen. Sinds zestien jaar, waarvan elf als directeur van de Tour, zit die arme man verbeten te wachten op een Franse overwinnaar die misschien nog geboren moet worden: dit voorseizoen is één van de meest dramatisch geweest uit de geschiedenis van het Franse cyclisme. Helemaal niemand te bekennen aan de horizon.

Daarom heeft Leblanc zijn hoofd verloren. Niet het toelaten van acht Franse ploegen op een totaal van 21 is een gotspe. De Giro telt soms twaalf of dertien Italiaanse ploegen. Maar in die koers zal nooit een wereldtopper de toegang worden geweigerd om plaats te maken voor een lokale waterdrager. En dat is de misdaad die Leblanc deze week heeft gepleegd. Om een stelletje jonge Franse losers de kans te geven zich alvast warm te rijden in de bezemwagen, heeft hij kampioen Pantani vermoord. En met hem anderen als Cipollini, Escartin of Zulle.

Jean-Marie Leblanc kan wel honderd excuses zoeken maar geen één gaat erin. Hij is de Cor Boonstra van de wielerwereld. Een vermeende fraudeur die met kromme argumenten zijn boontjes verder dopt.