Schaamte

Een stationswachtkamer. De vloer biedt de gebruikelijke aanblik. Twee lege stoelen verderop zit een jongen te eten uit een zakje. Hij draagt Nikes, oorringetje, bomberjack. Ik wacht tot hij zijn rommel gaat droppen.

Ineens schuift een zwerfster binnen, schiet als een pijl onder een lege stoel, pakt van de grond een chipszakje, eet daar de restjes uit, gooit het weer weg en gaat naast de jongen zitten. Ze vraagt wat. Zonder een spier te vertrekken grijpt hij in een binnenzak en geeft haar een rijksdaalder. Ze verdwijnt even vlug als ze gekomen is.

Hij heeft zijn zakje leeg, staat op, loopt rustig naar de prullenbak en gooit het daar in. Hetzelfde gebeurt met het flesje dat hij leegdrinkt. Als ik naar mijn trein loop, wil ik hem iets aardigs toeroepen, maar voel te veel schaamte.