Politie stopt zoeken naar serieverkrachter

De Utrechtse politie heeft het grootscheepse onderzoek naar de Utrechtse serieverkrachter afgesloten zonder dat een verdachte is aangehouden.

Dat heeft M. van Leuken, hoofd recherche-ondersteuning, vanochtend bekendgemaakt.

Het onderzoek, dat zes jaar heeft geduurd en waarbij het volledige politieapparaat van de Regio Utrecht is ingezet, heeft ten minste tien miljoen gulden gekost. Van Leuken noemde de uitkomst van het onderzoek ,,bijzonder frustrerend en onbevredigend''. De zaak van de Utrechtse serieverkrachter is de eerste zaak die de discussie over de oprichting van een DNA-databank heeft aangezwengeld.

Tussen augustus 1995 en december 1996 werden ten noord-oosten van Utrecht zes vrouwen door de serieverkrachter verkracht. Twaalf andere vrouwen randde hij in dezelfde periode aan. Een grootschalig buurtonderzoek leverde niets op, het technisch opsporingsonderzoek evenmin.

De politie loofde daarop een beloning van vijfentwintigduizend gulden uit voor de gouden tip. Daarop ontving het Recherche Bijstandsteam ruim 11.000 tips, waarbij 1750 mannen als mogelijke dader werden genoemd. Alle aangiften van zedendelicten die zijn gepleegd tussen 1993 en 1996 in de regio Utrecht, werden opnieuw onderzocht.

Het openbaar ministerie gaf het Nederlands Forensisch Instituut opdracht de DNA-sporen van de dader, die werden aangetroffen bij vier slachtoffers, te vergelijken met de profielen in de landelijke DNA-databank. Het leverde geen hits op. In 1999 werden 119 mannen benaderd die eerder betrokken waren in zedenzaken, die in de regio woonden of die waren gesignaleerd in het gebied waar de zedendelicten waren gepleegd. Twee personen weigerden mee te werken. Van de vier mannen die aanvankelijk verdacht waren bleef geen een over.