Paus en vrede

HET ZAL NOG WEL even duren voordat in het conflict tussen Israël en de Palestijnen sprake is van de ,,nieuwe houding van begrip en respect'' waarover paus Johannes Paulus II dit weekeinde sprak tijdens zijn bezoek aan Syrië. Gisteren en vandaag kwam het Israëlische leger in actie in Palestijns gebied. Er vielen doden en gewonden. Eerder ontplofte een bom nabij Tel Aviv. De onderlinge strijd escaleert. De verhoudingen in de regio komen daarmee op scherp te staan.

Johannes Paulus II was zaterdag de eerste paus ooit die een islamitisch gebedshuis betrad. Het was een moedige stap in een volledig gepolitiseerd bezoek. Zijn oproep aan Israël en de Palestijnen tot begrip en respect klonk wat hol in de grote Omayadenmoskee in Damascus. Zoals het eeuwen heeft geduurd voordat een paus in een moskee kwam, zo is er nog veel tijd nodig om de geschillen in het Midden-Oosten bij te leggen – als dat al gebeurt.

Vandaag is de kerkvorst naar de hoogvlakte van Golan gereisd. Op een plek die in 1967 door het Israëlische leger werd veroverd, maar later aan Syrië werd terugggeven, heeft hij voor de vrede gebeden. Dit alles vond plaats op een moment dat Syrië Israël met de voor het Midden-Oosten vertrouwde retoriek beschuldigde van volkerenmoord en heiligschennis.

OOK DE PAUS zal geen vrede brengen. Wel maken zijn bezoek en de reacties die het oproept weer eens duidelijk om welke kwesties het in essentie gaat in het Midden-Oosten. Het geloof, de grond, de heilige plaatsen: existentiële en dus weerbarstige vraagstukken die zich niet met een politiek vluggertje laten oplossen. Toch is het woord nu eerst en vooral aan de Israëlische premier Sharon en de Palestijnse leider Arafat. Zij zullen tot een vergelijk moeten komen. Hopelijk biedt het rapport van de commissie-Mitchell, die het Israëlisch-Palestijnse geweld heeft onderzocht en aanbevelingen doet, werkbare aanknopingspunten. De reacties erop zijn uiteraard verdeeld. Maar de twee leiders kunnen het niet terzijde schuiven. De paus bidt, de politiek beschikt.