`Orgel moet terug in het muziekleven'

Het festival Gouden Eeuw in Klank brengt vanaf vrijdag tien dagen muziek op en rondom drie unieke, 17e-eeuwse stadsorgels in Amsterdam, Leiden en Alkmaar. Organist Leo van Doeselaar: ,,Op het orgel klonken tophits, het was de juke-box van de Gouden Eeuw.''

,,Je kunt je een Hollandse kerk in de Gouden Eeuw voorstellen als op een schilderij van Pieter Saenredam'', oppert Leo van Doeselaar, organist van de Pieterskerk in Leiden. ,,Een open plaats, zonder stoelen of bankjes. Een ontmoetingsplek, waar wordt gehandeld als op een stadsmarkt. In duistere hoekjes spelen zich dingen af die het daglicht niet verdragen. Stedelingen kunnen met hun hondjes in en uitlopen. Als ze geluk hebben, klinkt er ook nog een leuk muziekje. Het orgel was de jukebox van de Gouden Eeuw. Als die functie onveranderd was gebleven, zouden nu dagelijks nummers van André Hazes en Johnny Jordaan klinken in de kerk. Muziek uit de top veertig.''

Het was Gustav Leonhardt die de eerste stap zette tot een evenement rondom de drie grote, Hollandse stadsorgels in de Nieuwe Kerk in Amsterdam, de Pieterskerk in Leiden en de Grote- of St. Laurenskerk in Alkmaar. Leonhardt, samen met Bernard Winsemius organist in de Nieuwe Kerk, ervoer de maand mei als een wat ál te rustige orgelmaand, en stelde voor een speciaal project te organiseren. Vanuit Amsterdam contacteerden Leonhardt en Winsemius de Grote of St. Laurenskerk in Alkmaar, en van daaruit werd een brug geslagen naar de Pieterskerk in Leiden, sinds 1999 het muzikaal domein van organist Leo van Doeselaar. ,,De meeste organisten zijn goede collega's. Wij vieren kennen elkaar al heel lang'', vertelt Van Doeselaar. ,,Zo werd het idee geboren een meerdaags evenement te organiseren rondom `onze' drie orgels. Het samen invulling geven aan de programma's bleek een feest, en de ideeën waren zodanig talrijk, dat het nu onze opzet is in elk geval nog drie jaar verder te gaan met het festival.''

De brug die werd geslagen tussen de drie `deelnemende' orgels berust op meer dan alleen collegialiteit. Alledrie de instrumenten dateren van rond 1650, zijn in meer of mindere mate verbonden met het toonaangevend orgelbouwgeslacht Van Hagerbeer en bezitten gelijke klankkenmerken, met name in de karakteristieke, helder klokkende fluiten. ,,Het zijn uiterst bijzondere en zeer verwante orgels'', benadrukt Van Doeselaar. De orgelkassen in Amsterdam en Alkmaar werden gebouwd door Jacob van Campen, de architect van het Stadhuis op de dam, nu het Paleis. In Leiden was stadsbouwmeester Arent van 's-Gravezande – een navolger van Van Campen – daarvoor verantwoordelijk, zodat de orgels bovendien een grote middentoren en een typisch Hollands, klassicistisch front gemeenschappelijk hebben. Stralende engelen, vergulde krullen, metershoge pijpen en een timpaan bovenop maken de orgels, naast de kansels, tot pronkstuk in de verder kale Calvinistische kerkinterieurs. Blikvangers van vorm en klank, die een niet alleen muzikaal, maar ook uiterlijk fascinerende blik kunnen bieden op de Gouden Eeuw.

De drie kerken die aan het festival deelnemen, delen een ontkerkelijkte functie. ,,Het zijn alledrie gotische evenementenhallen geworden'', grinnikt Van Doeselaar. ,,Dat er desondanks in elk van de drie kerken nog wél een vaste organist in dienst is, is een goed voorbeeld van het typisch Hollandse poldermodel-denken, dat als een rode draad door onze muziekgeschiedenis loopt.

De Nederlandse orgelhistorie van de Gouden Eeuw wordt opgedeeld door een duidelijke schisma. Na de Reformatie werd het orgel in de noordelijke provinciën rond 1630 en iets later ook in Holland, voor het eerst benut ter ondersteuning van de gemeentezang. De calvinistische bolwerken Amsterdam en Utrecht moesten nog wachten tot rond 1670. ,,Voordien moest het volk zich de nieuwe melodieën eigen maken, maar mocht het orgel nog niet begeleiden'', legt van Doeselaar uit. ,,Daarom werden tijdens en voor de eredienst de psalmen alleen voorgespeeld. In de vaak dagelijkse orgelbespelingen klonken psalmen zonder bezwaar naast liedekens, fantasieën en toccata's. Weer een voorbeeld van een muzikaal poldermodel!''

De discussie over het al dan niet op orgel begeleiden van de gemeentezang, mondde na 1640 uit in een verhitte strijd. Uiteindelijk trokken de voorstanders aan het langste eind. De orgels van de Nieuwe Kerk (1655), Pieterskerk (1643) en de Grote- of St. Laurenskerk (1645) weerspiegelen die overwinning. Het klankpotentieel van het orgel in de Nieuwe Kerk werd door Van Hagerbeer versterkt, in Alkmaar werd door dezelfde familie en om dezelfde reden een geheel nieuw orgel gebouwd en in Leiden werd het Van Hagerbeer-orgel in 1688 door Duyschot voorzien van een nieuwere, sterkere Mixtuur 'tot meerdere verbeteringh onder het gesangh'.

,,Het orgel was de steunpilaar en het ijkpunt van de toenmalige muziekpraktijk'', benadrukt Van Doeselaar. ,,Denk je eens in - zo'n enorm, geweldig ding. Dat is toch niet te geloven? In de zeventiende eeuw was er niets dat zo'n lawaai kon maken als een orgel, en zoveel geluiden zò treffend kon imiteren. Er bestaat een anekdote over een organist die het orgel in de Amsterdamse Nieuwe Kerk zo realistisch kon laten onweren, dat in het hele stadscentrum de melk verzuurde! Maar de imiterende kwaliteit van het orgel uitte zich ook in de verschillende registers - trompetten, trombones, zinken, dulciaan, fluit - die exact zo klinken als de gelijknamige instrumenten. En dan was er natuurlijk de zogenaamde `vox humana'. Naar huidig begrip klinkt dat register met de menselijke stem belachelijk 'kelig' en helemaal niet natuurgetrouw. Maar misschien moeten we vanuit de wetenschap dat succesvol werd gestreeft naar een realistisch imiterende registerklank, toch eens overwegen of de menselijke stem toen niet écht zo zong. Een intrigerende gedachte!''

Het Festival Gouden Eeuw in Klank wil met het orgel de verleden glorie-eeuw weer tot leven wekken. ,,Ter illustratie: ik las laatst in een boek over Cornelis Schuyt dat in 1610 ook zinken, violen en zang samen met het orgel gebruikt werden door stadsmuzikanten. Die wetenschap biedt tal van aardige opties voor de festivalprogrammering, waarin tijdens de concerten ensemblemuziek en orgelbespelingen worden afgewisseld.''

Het festival omvat concerten door Van Doeselaar (Leiden), Van Dijk (Alkmaar), Winsemius en Leonhardt (Amsterdam), en verschillende vocale en instrumentale ensembles. Naast gastoptredens van andere organisten, zijn er stadswandelingen en lezingen.

,,Het is een toegankelijk programma, dat zoveel mogelijk historische en culturele dwarsverbanden legt. Voor die opzet leent het orgel zich ook bij uitstek, omdat het in de Gouden Eeuw onlosmakelijk was verbonden met het dagelijks leven. Die functie is momenteel helaas zoek. Zelfs musici gaan maar zelden naar een orgelconcert, omdat ze het orgel niet zien als een gewoon instrument, maar als een `uitlaatklep voor verheven sferen' en kerkmuziek. Doodzonde! Mozart, Bach, Beethoven en Schumann – allemaal vonden ze het orgel het ultieme instrument. Het orgel moet weer een centrale plaats gaan innemen in het muziekleven.''

Festival Gouden Eeuw in Klank: 11 t/m 20/5 Nieuwe Kerk, Amsterdam; 13 t/m 19/5 Grote of St. Laurenskerk, Alkmaar; 14 t/m 16/5 Pieterskerk, Leiden. Info: www.goudeneeuwinklank.nl of (020) 638 69 09.