Kampioen

Twee Koninginnedagen in één week meemaken, dat is meer dan een gewoon mens aankan. Maar ik klaag niet, want ik heb het mezelf aangedaan.

Het leek me wel aardig om gisteren even te gaan kijken bij het kampioensfeest van PSV in Eindhoven. Eindhoven is een stad in het zuiden van het land waar vroeger de directie van Philips was gevestigd. De topmannen vonden Amsterdam een veel spannender stad en vertrokken. Beetje sneu voor Eindhoven daarom gun ik ze dat kampioenschap wel.

Ook ben ik niet onbekend met het PSV-gevoel. Ik ken het nog uit de tijd dat ik vrijde met een meisje dat vlak achter het PSV-stadion woonde. Ook al was haar vader geen fanatieke PSV'er, toch belichaamde ook hij voor mij het PSV-gevoel. Dat gevoel kenmerkt zich vooral door een anti-Ajax-gevoel. Ajax wordt in die kringen gehaat. In Eindhoven zijn ze niet zozeer blij met hun kampioenschap, als wel met het feit dat Ajax géén kampioen is geworden. Ik hoorde de PSV-supporters ook voortdurend `Boeren-boeren' schreeuwen. Dat is de geuzennaam die ze zichzelf hebben gegeven omdat ze altijd zo worden aangeduid door vooral de Ajax-aanhang.

Is het, dit alles in aanmerking genomen, verwonderlijk dat de verhuizing van de Philips-top naar Amsterdam door de Eindhovenaren als een vorm van verraad werd gezien?

Gisteren hing er voor mij iets te veel PSV-gevoel in het centrum van Eindhoven. Eigenlijk heerste er het zo langzamerhand beruchte Oranjegevoel, maar dan zeer grof vertaald in het PSV-gevoel. Dat betekende dat door het hele centrum een rivier van bier en urine stroomde. De straten waren overdekt met een deken van versplinterde plastic bierbekers. Veel mensen hadden tussen drie en zeven uur toen de echte huldiging op het Stadhuisplein begon zoveel gezopen dat hun blaas de volledige heerschappij over hun lichaam had overgenomen.

De mannen verdrongen elkaar voor de plaskruizen, het nieuwe nationale symbool van feestend Nederland. Rond elk vol plaskruis ontstaat het ordeloze stedelijke landschap van mannen die hun plas niet langer kunnen ophouden en de aangrenzende gevels bewateren. Terwijl ik naar de huldiging stond te kijken, opende een man naast mij bedaard zijn gulp en begon te plassen. Met zijn vrije hand gebaarde hij naar het plaskruis achter zich: inderdaad vol.

Kunnen wij Nederlanders wel feestvieren zonder ons hersendood te zuipen? Ik geloof het niet. De calvinist of de geremde katholiek in ons moet met een verdoofd geweten onder de duim worden gehouden. Pas dan is het mogelijk om als volwassen man in een PSV-shirt met de naam van een speler op de achterkant vier uur lang `Kampioene-kampioene' te brullen.

Er stond een mongooltje met zijn grote zus voor me. Dát jongetje was spontaan enthousiast. Elke keer als de naam van een speler vanaf het balkon werd geschreeuwd, balde hij zijn vuistje en gilde het uit. Hij was tot in de verre omtrek de enige normale Eindhovenaar.