Europa mag Italië zijn ongerustheid over Berlusconi laten blijken

Als de Italianen bezwijken voor de lokroep van opportunistische en populistische mediamagnaat Silvio Berlusconi, dan zouden ze het democratische Europa wel eens in gevaar kunnen brengen, vindt Dominique Moïsi.

Minder dan een jaar nadat de Europese Unie de sancties tegen Oostenrijk heeft opgeheven, kan Europa zich schrap zetten voor een ander pijnlijk debat, nu in Italië de kans bestaat dat er een rechtse coalitie aan de macht komt onder leiding van de al te machtige multimedia-ondernemer Silvio Berlusconi. Welke lessen kan Europa trekken uit het Oostenrijkse precedent?

Door op de toetreding van een ultrarechtse partij tot de Oostenrijkse coalitieregering te reageren met de oplegging van symbolische sancties en de verkettering van een heel volk, deed Europa de goede stap met de verkeerde middelen. De Europese Unie deed een terechte poging om zichzelf te presenteren als een continent met gemeenschappelijke politieke en menselijke waarden, maar probeerde ten onrechte een sanctiebeleid op te leggen zonder een duidelijke overeenstemming onder de leden of een duidelijke exitstrategie.

Natuurlijk is Italië niet Oostenrijk. De `Huis van de Vrijheid'-coalitie onder leiding van Berlusconi is geen herhaling van het op de voorgrond treden van de Oostenrijkse ultrarechtse populist Haider, ook al bezit een van de leden, de leider van de Liga Nord Umberto Bossi, dezelfde dubieuze gave tot uiterst provocerende en xenofobe uitspraken. Achter zijn populistische pleidooi voor regionale decentralisatie schuilt een veel `duisterder' onverdraagzaam trekje.

Het `Huis van de Vrijheid' is vooral een `Huis van Dubbelzinnigheden'. Openlijke en racistische dubbelzinnigheid in het geval van Umberto Bossi, historische dubbelzinnigheid bij de leider van de voormalige fascistische partij, Gianfranco Fini, ook al is die er min of meer in geslaagd de meesten van zijn volgelingen – zij het niet allemaal – tot eerbiedwaardiger conservatieve standpunten te bewegen. Het grootste probleem van Italië is eigenlijk Silvio Berlusconi zelf. Niet zozeer om wat hij heeft gezegd of zegt, maar om wie hij is. Een man die te veel macht in één hand concentreert en wiens pad naar roem en rijkdom zelfs naar Italiaanse maatstaven te veel met onzekerheid en geheimzinnigheid omgeven is.

Het feit dat Berlusconi vermoedelijk voor de tweede keer binnen tien jaar door een meerderheid van de Italianen aan de macht zal worden gebracht, getuigt evenzeer van zijn veerkracht en beheersing van de media als van de bedroevende toestand van het Italiaanse politieke systeem. Net als bij Haider in Oostenrijk is het hoofdbestanddeel van Berlusconi's populistische aantrekkingskracht de afwijzing van de mensen en partijen die aan de macht zijn. De onweerstaanbare opkomst van Berlusconi is weliswaar een zuiver product van het Italiaanse systeem, maar hij heeft zich met succes weten te presenteren als een `nieuwe man' die het opneemt tegen `het systeem', een geslaagde zakenman tegen de beroepspolitici.

Toen begin jaren negentig de twee sleutelpartijen – de christen-democraten en de communisten – ineenstortten, had de Italiaanse politiek op een gezondere basis kunnen worden voortgezet. Dat was een hoognodige ontwikkeling voor een land dat in zijn 140-jarige bestaan had verzuimd een doelmatige, verenigde en gerespecteerde staat te scheppen.

Helaas wekten de talloze pressiegroepjes en de diepe persoonlijke verdeeldheid onder de voornaamste politieke leiders van Italië bij de Italianen de indruk dat er niets was veranderd. Italië bleef hopeloos versplinterd. Het onmiskenbare economische succes – Italië wist zich te kwalificeren voor de euro – en zelfs het succes op het terrein van de buitenlandse politiek – met de operatie Alba, die een betrekkelijke mate van stabiliteit in Albanië teweegbracht – legden weinig gewicht in de schaal vergeleken bij de bedroevende en overbekende herhaling van de verdeeldheid tussen de Italiaanse beroepspolitici.

Vandaar het populistische appèl van Berlusconi dat hij Italië net zo zal leiden en besturen als hij zijn eigen zakenimperium heeft opgebouwd. `Als u maar niet zo'n logge en inefficiënte staat op uw nek had, dan zou u net zo geslaagd als ik kunnen zijn', lijkt hij stilzwijgend te betogen.

Waarom zou Europa zich druk maken of er morgen in Italië een machtige populistische mediabaron aan de macht komt? Italië, halverwege de jaren vijftig een van de zes grondleggers van de gemeenschappelijke markt, heeft in zijn lange geschiedenis van politieke instabiliteit tenslotte veel meer en veel ernstiger stormen meegemaakt en niemand vergelijkt Berlusconi met Mussolini – en terecht.

Maar Berlusconi trekt niet zozeer de aandacht en baart niet zozeer zorgen wegens zijn flamboyante persoonlijkheid en zijn onmetelijke rijkdom, als wel omdat hij als een hedendaagse Citizen Kane de belichaming lijkt van een tijd waarin de macht zich verwarrend concentreert. Een tijd waarin de media niet alleen onze denkbeelden beïnvloeden en onze daden beheersen, maar waarin de medialeiders onze nieuwe politieke heersers worden.

We moeten de politieke keuzen van de Italianen en Italië eerbiedigen, maar als Europeanen hebben we niet alleen het recht maar ook de plicht hun te vertellen dat we ons ongerust maken, want we zijn lid van dezelfde Unie. De afgelopen decennia hebben de Italianen hun legitimiteit en hun trots ontleend aan hun lidmaatschap van de Europese Unie. Europa was voor de Italianen wat de Republiek is voor Frankrijk, de koningin voor Groot-Brittannië, de grondwet voor de Verenigde Staten. Voor de Duitsers was Europa de ideale manier om hun verleden te boven te komen, voor de Italianen daarentegen was het een ideale manier om hun toekomst op te bouwen, en tegelijkertijd de beste bescherming tegen hun natuurlijke zwakten.

Maar Europa is niet alleen een stel economische regels waaraan je moet voldoen om je voor de euro te kwalificeren, maar ook een democratische club met waarden die gekoesterd en geëerbiedigd moeten worden. Als de Italianen bezwijken voor de lokroep van een opportunistische, populistische leider met een dubieus verleden en een dubbelzinnig zo niet onrealistisch programma, dan zouden ze die democratische club wel eens in gevaar kunnen brengen. Zijn ze bereid zich eventueel te isoleren?

Je kunt niet het democratische failliet van de Brusselse instellingen veroordelen en tegelijkertijd onverschillig staan tegenover de democratische ontwikkeling van Europa's eigen lidstaten. Het tegenstrijdige van de huidige poging van Berlusconi om weer aan de macht te komen is dat ze zowel een voorproefje is van een griezelige `big brother'-toekomst in het Westen als een anachronistische Europese politieke ontwikkeling.

Onder de tweeledige invloed van de euro en de mondialisering wordt Europa een veel geïntegreerder realiteit, waarin de burgers een grotere doorzichtigheid verlangen en de grenzen en nationale soevereiniteiten worden overschreden. Mag Italië nu Europa naar Amerikaans voorbeeld gaandeweg zijn `zachte macht' ontdekt – een realiteit waarin democratische waarden en beginselen een voorname plaats innemen – zulke risico's met zijn democratische status en normen nemen?

Het zou onzinnig zijn en averechts werken als de Europese Unie in het alleszins mogelijke geval van een overwinning van het `Huis van de Vrijheid' over sancties begon, maar Italië zal wel nauwlettend door de Unie worden gevolgd, ook in het licht van het onlangs aangenomen handvest inzake de grondrechten.

`Macht corrumpeert, absolute macht corrumpeert absoluut.' Zou de klassieke formule van de achttiende-eeuwse Franse wijsgeer Montesquieu dankzij Italië een nieuwe betekenis krijgen? `Absolute corruptie leidt tot absolute macht?'

Dominique Moïsi is adjunct-directeur van het IFRI, het Franse Instituut voor Internationale Betrekkingen, en hoofdredacteur van Politique Étrangère.