Een nieuwe ronde

HET LEEK TE WERKEN: pressie van de Europese Unie en de NAVO op de Macedonische regering en op de voormannen van de Kosovo-Albanezen. Na enig machtsvertoon van het Macedonische leger leek de Albanese guerrilla in het heuvelachtige grensgebied van Macedonië en Kosovo alweer te zijn beëindigd. Maar niets blijkt minder waar. De opstandigen hebben zich blijvend genesteld in het betwiste gebied en stellen hun eisen omtrent de rechten van de Albanese minderheid in Macedonië. De regering in Skopje reageert met meer geweld – na de bevolking gesommeerd te hebben de omstreden dorpen te verlaten. De bevolking weigert en is terechtgekomen tussen twee vuren. Slachtoffers vallen, wat op zichzelf de Albanese zaak in de kaart speelt.

Skopje overweegt nu een noodtoestand in te stellen, al dan niet met de grondwettelijk vereiste parlementaire goedkeuring – slechts mogelijk met steun van Albanese volksvertegenwoordigers. Een dergelijke uitzonderingstoestand geeft de autoriteiten meer armslag om tegen de rebellie op te treden, maar resulteert tegelijkertijd in verdere escalatie en verharding van de posities. Vandaar dat hoge vertegenwoordigers van EU en NAVO naar de Macedonische hoofdstad snellen om met geld en goede woorden de Macedoniërs van hun voornemens af te brengen. De Albanese provocatie is een val waarin u beter niet moet trappen, luidt de boodschap.

Het probleem is dat een regering een gewapende rebellie niet kan tolereren. Skopje zal dan ook het al eerder gebruikte argument herhalen: als de NAVO in Kosovo nu eens zorgt voor een waterdichte afgrendeling, is ons probleem opgelost. Wij, de regering, zijn natuurlijk bereid om, zonodig met internationale steun, over de Albanese eisen te onderhandelen.

EU en NAVO moeten hun teleurstelling verkroppen. De Brusselse magneet straalt minder kracht uit dan verhoopt. Zoveel is duidelijk. Het zal dus opnieuw niet bij goede woorden alleen kunnen blijven. Wie vrede wil, heeft een prijs te betalen: de EU in economische, de NAVO in militaire zin.