Eén met het mechaniek

Hoe zou het komen dat de Nederlanders er niet in zijn geslaagd zich in de auto- en vliegtuigindustrie te handhaven, terwijl er toch uitvindingen zijn gedaan, constructies de wereld ingestuurd die er wezen mochten. Er is hier een auto gemaakt, de Spijker, onverwoestbaar maar te duur. DAF heeft geprobeerd met zijn `pientere pookje' de markten te veroveren, maar zelden zal een zo afgrijselijke carrosserie zoveel vernuft hebben omhuld. Fokker heeft het lang volgehouden voor het in een langgerekt drama ten onder ging. En als een handjevol liefhebbers nog weet wie Frits Koolhoven was, valt het mee. Is de Nederlandse traditie in de techniek u lief, kijk dan vanavond naar De Vliegmensch, Frits Koolhoven, (1886-1946), een vergeten legende, gemaakt door Hank Onrust en Sytze van der Zee.

Koolhoven was iemand met een intuïtie voor techniek, d.w.z. hij voelde wat de grenzen van een constructie waren en hij kon zich vereenzelvigen met het mechaniek. Twee kanten van hetzelfde talent. Daarmee begaf hij zich in de vliegtuigbouw. De Eerste Wereldoorlog bood Frits Koolhoven en Anthony Fokker de kans van hun leven. Fokker ging naar Duitsland en maakte zich verdienstelijk door een machinegeweer te synchroniseren met een vliegtuigmotor, waardoor het mogelijk werd `door de propeller heen te schieten' zonder die te raken. Koolhoven werkte voor de Britten, bouwde onder andere de FK.8, een jager waarmee een Canadese piloot in maart 1918 in één luchtgevecht drie Fokkers neerschoot. Een nabootsing van dit treffen is in de film te zien.

Met historische beelden en verhalen van mensen die hem hebben gekend, worden leven en werken van Koolhoven gereconstrueerd. Het is de grandeur en misère van iedere vliegtuigbouwer. Hij boekt een paar successen met verkeersvliegtuigen, maar verliest ook twee testpiloten die zich met een prototype de grond in boren. En dan nadert de Tweede Wereldoorlog.

Koolhoven bouwt een verdienstelijke jager, maar de Nederlandse Luchtmacht geeft de voorkeur aan de machines van Fokker, de D21 en de G1. En dan komt de Rotterdamse constructeur – zijn fabriek is gevestigd aan het vliegveld Waalhaven – met zijn bizarre – of geniale? – ontwerp: de FK55. Het is een jager die er op papier magnifiek uitziet. De motor is achter de piloot gebouwd. Het toestel heeft twee tegen elkaar in draaiende propellers. De holle as is bedoeld om er een snelvuurkanon doorheen te laten schieten. (Ik had wel wat meer technische bijzonderheden willen zien en horen.) Er wordt een prototype gebouwd. ,,Het ding zag er niet uit!'' zegt een getuige in de film. De testpiloot heeft er één rondje mee gevlogen, stapte uit en voelde zich half gebraden door de hitte van de motor.

Op 10 mei 1940 zijn de Duitse bommenwerpers onmiddellijk boven Waalhaven verschenen. Binnen een uur was de fabriek van Koolhoven veranderd in een puinhoop.

En nu het raadsel van de Vliegmensch. Koolhoven werd lid van de NSB. In die hoedanigheid heeft hij niets opzienbarends gedaan. Hij ging aan de Kaag wonen, hield zich bezig met het timmeren aan een scheepje en stond bekend als een rustige dorpsbewoner. Na de bevrijding werd hij gevangen genomen. Op 60-jarige leeftijd is hij gestorven en verdwenen in de naamloosheid van degenen die fout waren in de oorlog. Deze film gaat tenslotte over dit raadsel van een groot talent.

Dokwerk: De vliegmensch, VPRO, Ned.3, 21.05-22.00u.