Een manager met opvattingen over kunst

Melle Daamen maakte van de Mondriaan Stichting, het overheidsfonds voor beeldende kunst, een goeddraaiende organisatie. Mensen die hem van nabij zagen opereren, noemen hem dan ook een `heel goede bureaucraat'. Daamen wordt naar alle waarschijnlijkheid de nieuwe directeur van de Amsterdamse stadsschouwburg.

Toen hij klein was, was het blinde oog van Melle Daamen een probleem. ,,Ik voelde me gehandicapt. Ik liep tegen dingen op, werd altijd als laatste gekozen bij gym.'' Aanvankelijk stond het oog scheef, zodat mensen al van een afstand zagen dat er iets niet in orde was. Op zijn twaalfde werd het oog rechtgezet. Daamen: ,,Pas nu weet ik dat er ook een zekere charme van uitgaat.''

Charme is een woord dat vaak valt als het over Daamen gaat. Hij heeft een talent om mensen te enthousiasmeren, zegt kunstcritica Anna Tilroe. Maar ook, zegt ze, een `aanleg tot potentaat-zijn'. Hij is open en toegankelijk, zegt museumdirecteur Sjarel Ex, en streng en rechtvaardig. Eigenschappen die goed van pas kwamen bij het opzetten van de Mondriaan Stichting, waar Daamen sinds de oprichting in 1993 de directeur van is. In zeven jaar tijd verwierf dit overheidsfonds voor beeldende kunst een centrale plaats in de cultuursector.

Vorig jaar was het budget van de Mondriaan Stichting 35,6 miljoen gulden, afkomstig van het ministerie van OCenW. Daamen leidt het fonds dat aankoopsubsidies verstrekt aan musea, tentoonstellingen en tijdschriften ondersteunt, Nederlandse kunstenaars in het buitenland presenteert, opdrachten verstrekt aan kunstenaars, particulieren helpt om kunst te kopen en de Nederlandse deelname aan de Biënnale in Venetië organiseert. Daarnaast is Daamen voorzitter van een commissie die culturele besturen wil vernieuwen, en initiatiefnemer voor een cultuurbank die eveneens subsidie verstrekt aan culturele projecten. Er is maar één reden om Melle Daamen geen kunstpaus te noemen: met zijn 42 jaar is hij er wat jong voor.

Vanavond is Daamen bij het afscheid van Frank Ligtvoet, cultureel attaché in New York. Afgelopen vrijdag kwam hij terug van een zeilvakantie in Griekenland, waar hij hoorde dat zijn kandidatuur als directeur van de Amsterdamse Stadsschouwburg in de krant stond. Hij is als enige kandidaat voorgedragen door de sollicitatiecommissie voor de functie die sinds het vertrek van Cox Habbema, vijf jaar geleden, werd vervuld door een interim-directeur. Alleen de gemeenteraad moet de benoeming volgende maand nog goedkeuren. Omdat de procedure nog niet is afgerond, wil Daamen nadrukkelijk niet over de Stadsschouwburg praten.

Tot voor kort waren er meer culturele instellingen zonder leiding in Amsterdam. Daamen was een serieuze kandidaat voor de vacante directeurszetel van het Filmmuseum, nadat hij door het bestuur onder voorzitterschap van mediatrainer Dig Istha was gevraagd om te solliciteren. Begin dit jaar trok Daamen zich terug, naar verluidt omdat hij het niet eens was met salarisverhoging voor het personeel waar het bestuur in afwachting van een nieuwe directeur toe had besloten.

Daamens loopbaan maakt hem tot een kandidaat voor bijna elke directeursfunctie in de culturele sector. Voorafgaand aan de Mondriaan Stichting werkte hij korte periodes bij management-consultants Leyer & Weerstra en het Amsterdams Uit Buro, waardoor hij met veel uiteenlopende instellingen en personen in contact kwam. Tussendoor werkte hij even bij het ministerie van toen nog WVC, zodat hij ook de Haagse kant van de kunst leerde kennen. Hij verbond zich niet aan een bepaalde kunstdiscipline, maar richtte zich op het besturen en organiseren.

Opvallen doet Daamen niet alleen door zijn functie, maar ook door zijn leeftijd en nonchalante uitstraling, die hem nog eens tien jaar jonger doen lijken. Leeftijdsgenoot Sjarel Ex werd ook met argusogen bekeken toen hij elf jaar geleden directeur werd van het Utrechtse Centraal Museum. Ex: ,,Omdat we op jonge leeftijd een belangrijke functie kregen, blijven Melle en ik voor de gevestigde orde altijd de jonkies. Dat is het gekke van een imago, dat staat los van je werkelijke leeftijd.'' Daamen hecht aan publiciteit, weet Ex. ,,Een tijd geleden stond er een interview met mij in het glossy tijdschrift MAN. Ik kende dat blad niet, het was zo'n artikel met een hele grote foto en een klein beetje tekst. Het blad was nog niet uit of Melle hing aan de telefoon: `Nou sta je nog eerder in de MAN dan ik!''' Raymond Walravens, directeur van het Amsterdamse filmtheater Rialto, waarvan Daamen tot voor kort bestuursvoorzitter was: ,,Hij trekt zich niets aan van de status die bij zijn functie hoort. Ambtenaren op het ministerie maken grappen over zijn hippe gymschoenen.'' Kunsthistoricus Jan van Adrichem, voormalig adjunct-directeur van de Mondriaan Stichting: ,,Hij ziet er te jong uit voor zijn leeftijd, dat komt omdat hij geen smaak heeft voor kleren. Hij moet betere schoenen kopen.''

Met Gelderland en de Achterhoek, waar hij opgroeide, heeft Daamen naar eigen zeggen geen enkele band. Het gezin met vier kinderen, met Melle als nakomer, woonde er vanwege het werk van vader, directeur van de DRU-fabriek voor kachels en metalen huishoudartikelen. Moeder kwam uit een advocatenfamilie, haar meisjesnaam Hiltermann heeft ze gemeen met achterneef G.B.J.. Toen Melle elf was kwam zijn vader om het leven bij een ongeluk; tijdens een race tussen Hoek van Holland en Harwich werd zijn zeilboot overvaren door een onbekend gebleven vrachtschip. De liefde voor het zeilen is niet verloren gegaan, maar Melle is voorzichtiger dan zijn broer Dancker, die als eerste met een trimaran naar Spitsbergen zeilde.

Besturen en invloed uitoefenen begon al vroeg. Op de Werkplaats in Bilthoven, de school van onderwijsvernieuwer Kees Boeke, was Daamen voorzitter van de leerlingenraad. Eigenlijk van de werkersraad, want op de Werkplaats heten leerlingen werkers en leraren medewerkers. Leerlingen hadden het recht een veto uit te spreken over besluiten van de schoolleiding, maar tot Daamens spijt kregen ze die besluiten nooit te horen. Bij de VPRO had hij meer succes: als lid van de ledenraad die inspraak eiste in de programmering, werd hij aangeduid als `de kleine terrorist die de VPRO gaat opblazen'. Daamen bleek een liefhebber van vergaderen en nota's lezen. Op zijn negentiende was hij secretaris van het VPRO-bestuur, maar als hij iets moest ondertekenen had hij een machtiging van zijn moeder nodig omdat het besluit anders niet rechtsgeldig was. Heel even zat Daamen, student politicologie in Amsterdam, namens de VPRO in het NOS-bestuur. Zijn onkostenvergoeding was hoger dan een maand studiebeurs.

Dat Daamen zijn eigen functie zou hebben gecreëerd door in zijn periode bij Leyer & Weerstra een rapport te schrijven waarin oprichting van de Mondriaan Stichting werd aanbevolen, doet hij af als `gelul', ,,Ik heb helemaal niet meegewerkt aan dat rapport, ik was toen al weg bij Leyer & Weerstra.'' Terwijl Daamen overdag als organisatie-adviseur op bezoek ging bij Nedlloyd, stond hij `s avonds achter de bar van kraakcafé De Muur. Bij het Amsterdams Uit Buro redde hij de Uitkrant door het blad onder te brengen bij de VNU, en introduceerde hij de nu zeer succesvolle Uitlijn voor telefonisch reserveren. ,,Dat was behoorlijk riskant, want het slagen was afhankelijk van creditcards, die toen nog veel minder werden gebruikt dan nu.''

Bij zijn aantreden als directeur van de Mondriaan Stichting had Daamen weinig affiniteit met beeldende kunst, en nog steeds wordt zijn bestuurlijke kunde meer geprezen dan zijn inhoudelijke kennis. Maar, voegt men er dan aan toe, dat is juist goed, want dan spelen persoonlijke voorkeuren tenminste geen rol. In het begin, zegt Daamen zelf, vroeg hij zich wel eens af wat hij op buitenlandse openingen deed, want hij kon geen vlammend betoog afsteken over het geëxposeerde. Totdat hij zich realiseerde dat zijn aanwezigheid representatief bedoeld was, men wil nu eenmaal graag dat de geldschieter aanwezig is.

Dat de Mondriaan Stichting zich heeft ontwikkeld tot een `instituut met een smoel' wordt alom beschouwd als een grote verdienste van Daamen. Hij heeft de vele regelingen, met bijbehorende adviescommissies, in goede banen weten te leiden. De Mondriaan Stichting is geen anoniem loket, maar een instelling die zich duidelijk heeft geprofileerd. Bijvoorbeeld door zich onafhankelijk op te stellen van het ministerie van OCenW, waar het geld vandaan komt.

Vooral in het buitenland is die onafhankelijkheid belangrijk, want bij de associatie met `staatskunst' haakt men snel af. Geroemd wordt ook de openhartigheid over werkwijze en beslissingen, die bijvoorbeeld tot uiting komt in de unieke gewoonte om afgewezen subsidie-aanvragen te vermelden in het jaarverslag. Pijnlijk als je er zelf bijstaat, zeggen museumdirecteuren, maar wel erg leuk om te zien wat de collega's zoal hebben geprobeerd. In 2000 subsidieerde de Mondriaan Stichting 154 presentaties van Nederlandse kunstenaars in het buitenland, en werden 26 aanvragen afgewezen.

Niet iedereen is blij met de profileringsdrang van de Mondriaan Stichting. De Raad voor Cultuur was vorig jaar kritisch over voorgenomen activiteiten en noemt de neiging tot uitbreiding van taken `een punt van zorg'. ,,De stichting moet zich in eerste instantie bezighouden met het optimaal uitvoeren van zijn loketfuncties'', aldus de Raad. Daamen legt het advies als `inconsequent' naast zich neer, wat staatssecretaris Van der Ploeg volgens hem ook heeft gedaan. ,,Vorige week zijn al onze plannen goedgekeurd door OCenW''. Annemarie Vels-Heijn, voorzitter van de Nederlandse Museumvereniging (NMV): ,,Melle Daamen heeft het fonds een gezicht gegeven, maar de doem van zulke organisaties is dat ze meer gezicht krijgen dan nodig is. De Mondriaan Stichting verdeelt overheidsgeld, daar hoort geen uitgesproken gezicht bij.''

Sommige betrokkenen juichen het toe dat er nu, anders dan in de periode voor de Mondriaan Stichting, meer keuzes worden gemaakt bij de besteding van het overheidsgeld. Door nieuwe regelingen met beperkende voorwaarden stuurt het fonds de gesubsidieerde beeldende kunst een bepaalde kant op. Kleine lokale projecten worden bijvoorbeeld niet meer ondersteund, alleen `projecten met nationale en internationale betekenis' komen in aanmerking, zo schrijft de nieuwe bestuursvoorzitter Hans van Beers in het nog niet verschenen jaarverslag over 2000. De wens om meer te zijn dan een loket, de juiste balans tussen geldschieter en beleidsmaker, het is een dilemma voor zowel de stichting als de directeur.

Die ambivalentie blijkt ook uit de zelf omschreven doelen. De Mondriaan Stichting wil niet alleen een `verdeelstation' zijn, maar ook een `culturele barometer', een `denktank' waar onderzoek wordt gedaan en discussie op gang wordt gebracht. Dat laatste doet Daamen regelmatig. Zijn pleidooi voor meer intensieve samenwerking tussen Nederlandse en buitenlandse musea in zijn nieuwjaarstoespraak leidde tot veel reacties. Annemarie Vels-Heijn: ,,Dat verhaal was wel heel kort door de bocht, en getuigde van weinig kennis van de musea. Daamen heeft de behoefte om uitdagend te zijn, maar dat staat haaks op de rol die hij heeft.'' Frank Lubbers, adjunct-directeur van het Van Abbe Museum in Eindhoven: ,,Melle vindt het leuk om argumenten voor en tegen los te maken. Hij is niet bang om de discussie aan te gaan, en arrogant genoeg om zich niet te laten remmen door gebrek aan kennis. Ik vind het leuk dat hij ideeën opwerpt.''

Controle is essentieel voor Daamen, en hij eist zeggenschap over alle details van zijn organisatie. Dat botste met de werkwijze van het Praktijkbureau Beeldende Kunstopdrachten (PBK), dat na een conflict de Mondriaan Stichting verliet en zelfstandig verder ging als Stichting Kunst in de Openbare Ruimte (SKOR). De stichting verstrekt en begeleidt opdrachten voor kunst in de openbare ruimte.

Tom van Gestel van de SKOR: ,,Melle is een hele goede bureaucraat. Hij wil alles goed gecontroleerd hebben en wordt angstig als hem de controle ontglipt. Bij het PBK was de sfeer werkplaatsachtig, rommelig, gericht op direct contact met de kunstenaars. Dat paste niet binnen de efficiënte, geoliede machine die Melle van de Mondriaan Stichting heeft gemaakt.''

Daamen is toe aan een nieuwe baan, zeggen mensen die hem kennen. Nu de Mondriaan Stichting op poten is gezet, krijgt hij steeds meer moeite met de dienende rol die bij zijn functie hoort. Zijn nieuwe baan bij de Stadsschouwburg biedt meer mogelijkheden tot leiderschap. Daamen wacht een zware klus, vooral op organisatorisch vlak: een complexe verbouwing en uitbreiding, in combinatie met door de gemeente Amsterdam gewenste privatisering. De twee huisgezelschappen, Toneelgroep Amsterdam en de Theatercompagnie, beginnen allebei na reorganisaties aan een nieuwe periode in hun bestaan. Ivo van Hove, leider van Toneelgroep Amsterdam, wil dat de Amsterdamse Stadsschouwburg weer het belangrijkste toneelpodium van Nederland wordt. Gelet op zijn achtergrond en ambities lijkt Daamen de aangewezen persoon om dat doel te realiseren.