Cliché-beeld van Beethoven wordt flink bijgesteld

Drie fortepiano's stonden er uiteindelijk op het podium van het Utrechtse muziekcentrum Vredenburg, toen Ronald Brautigam gistermiddag begon aan Beethovens Vijfde pianoconcert, het sluitstuk van een uniek Beethovenproject van het Orkest van de Achttiende Eeuw. Brautigam bespeelde een Conrad Graf uit 1835. Op de andere instrumenten hadden Paul Komen en Stanley Hoogland de eerste vier pianoconcerten gespeeld.

Nooit eerder was er in ons land zó'n Beethoven-cyclus: de vijf pianoconcerten op drie authentieke instrumenten bij een op authentiek instrumentarium spelend orkest. Het resultaat was een opmerkelijke detaillering van het bekende beeld van Beethoven, de even onstuimige als onconventionele en half-demonische pianoreus.

De bedoeling was elk pianoconcert te laten horen op een instrument waarvoor Beethoven het componeerde. Maar daarmee werd in toenemende mate gesmokkeld terwille van het grotere klankvolume. Dat een pianoforte het zelfs nauwelijks kan opnemen tegen een `authentiek' orkest, is bij concerten al jaren hèt probleem. Bij plaatopnamen is de balans met de knoppen te verbeteren.

Het Tweede pianoconcert (maar in feite zijn eerste, uit de jaren 1794-'95) werd nu gespeeld op het `oudste' instrument: de kopie van de Walter uit ca 1795, een smal instrument met vijf octaven, ter grootte van een klavecimbel. Het Eerste pianoconcert (eigenlijk het tweede, maar het eerste gepubliceerde pianoconcert) en de pianoconcerten nrs 3 en 4 uit het tijdvak 1795-1807 werden gespeeld op de `La Grassa' uit 1815. En het Vijfde pianoconcert klonk op de Graf uit 1835, acht jaar na Beethovens dood, 24 jaar na het ontstaan van het werk.

Terwijl Beethoven zijn pianoconcerten componeerde, maakte de pianoforte een sterke ontwikkeling door. De omvang van het klavier, de zwaarte van het instrument en het geproduceerde volume namen toe, het mechaniek waarmee de aanslag van de toetsen de snaren bereikt, werd verbeterd. Uiteindelijk ontstond rond 1850 de kruissnarige Steinway, zoals we die nog steeds kennen, de zwarte geüniformeerde standaard, die een eind maakte aan de kleurrijke verscheidenheid van de pianoforte's.

Ondertussen veranderde ook de componeerstijl van Beethoven, die met zijn pianomuziek de basis legde voor de 19de eeuw als dè eeuw van de piano. En zo toonde deze Beethoven-pianocyclus, veel beter dan het spelen van zijn concertoeuvre op één volwassen piano kan laten horen, ook de ontwikkeling in Beethovens muzikale ideeën, aanvankelijk nog geworteld in de 18de-eeuwse Mozartstijl. De piano krijgt allengs een steeds prominentere plaats, maar ook de orkestrale begeleiding wordt steeds belangrijker, forser van klank, omvangrijker in instrumentatie en symfonischer van uitstraling. Die ontwikkeling loopt paralel aan zijn symfonische oeuvre: de Eerste symfonie ontstond kort na het Eerste pianoconcert. En het Vijfde pianoconcert dateert uit 1809, kort na de symfonieën nrs 5 en 6 uit het tijdvak 1807-1808.

Niet alleen de pianofortes en de muziek wisselden, ook de pianisten. Paul Komen begon vrijdagavond met de concerten nrs 1 en 3 op de `La Grassa'. De stijlverschillen tussen de twee concerten zette hij zo veel mogelijk aan. Het vroegste werk klonk nog in elegante barokke salonstijl, maar door Komen wel erg stijf en schools-keurig geïnterpreteerd, met een volume dat niet altijd opkon tegen het orkest. Het Derde pianoconcert, uit dezelfde tijd als de revolutionaire Derde symfonie `Eroïca', klonk iets forser, met nadrukkelijker brille en met meer solistische aandrang om het op te nemen tegen het met pauken versterkte orkest.

Stanley Hoogland vertolkte het Tweede pianoconcert op de kleine `Walter': soms met een lichte en lieve speeldoosjesachtige klank, maar in de cadens met een beethoveniaanse drift, die nauwelijks genoeg had aan de vijf octaven. Het Vierde pianoconcert, dat begint met de solist, speelde Hoogland introvert maar zeer muzikaal en met meer expansiemogelijkheden op de `La Grassa'. Ronald Brautigam speelde het Vijfde pianoconcert ten slotte magnifiek op de Graf, eindelijk een majestueus instrument, passend voor dit `Keizerconcert'.

Al naar gelang de mogelijkheden van instrument en repertoire, werd door alle pianisten puur technisch prachtig gespeeld, vaak met ragfijn parelende passages. Het meest aansprekend waren de veelal zeer vervoerende langzame delen, het gebrek aan volume is geen probleem in deze zachte passages, soms op de grens van het waarneembare.

Ook door het Orkest van de Achttiende Eeuw werd met intense klankrijkdom in deze langzame delen onder leiding van de altijd gedreven Brüggen met grote inzet wonderschoon begeleid. Dan was er perfectie in de balans tussen orkest en pianist, waar elders de pianoforte voor onze oren meestal nog steeds tekortkwam. Brautigam vindt dat niet erg: tegenwoordig willen we èlke noot horen, vroeger hoefde dat niet.

Duidelijk was wel dat de pianovirtuoos Beethoven, ook toen hij nog niet doof was, meer wilde horen dan de pianoforte toen bood. In zijn jeugd klaagde hij al dat het instrument niet harder klonk dan een harp. De prijs voor het beethoveniaanste optreden ging naar Ronald Brautigam, niet alleen wegens zijn natuurlijke voorsprong met het Vijfde pianoconcert en zijn grijze haardos, maar ook met zijn gedrevener fysieke spelen: een glimp van de ons zo vertrouwde ontzagwekkende gekwelde geweldenaar.

Concerten: Orkest van de Achttiende Eeuw o.l.v. Frans Brüggen m.m.v. Paul Komen, Stanley Hoogland en Ronald Brautigam, piano. Programma: L. van Beethoven: o.a. vijf pianoconcerten, Symfonie nr 6. Gehoord: 4, 6/ 5 Muziekcentrum Vredenburg Utrecht. Radio 4: AVRO op nader te bepalen data.

    • Kasper Jansen