Bescheiden drummer

Geweldig stuwen zonder kabaal, dat was de specialiteit van Billy Higgins, die donderdag op 64-jarige leeftijd in een ziekenhuis in het Amerikaanse Inglewood overleed. Het maakte hem in combinatie met een glimlach die nooit leek te wijken tot een van de meest gevraagde drummers in de geschiedenis van de moderne jazz.

De al op 12-jarige leeftijd met drummen begonnen Higgins had al een behoorlijke ervaring opgedaan in de r&b-bands van Amos Milburn en Bo Diddley toen hij via trompettist Don Cherry terechtkwam in de groep van de jazz-nieuwlichter Ornette Coleman. Omdat de platen van deze saxofonist insloegen als bommen en granaten, van Something Else! uit '58 tot het legendarische Free Jazz uit '60 en Higgins' vederlichte swing alom werd geloofd, kon hij vervolgens overal terecht. Bij Thelonious Monk, bij wie hij At the Blackhawk speelde, en collega-pianist Herbie Hancock tot de saxofonisten Sonny Rollins en Dexter Gordon, met wie hij te zien was in de speelfilm Round Midnight.

Higgins trad ook regelmatig in Nederland op, met name in de groepen van pianist Cedar Walton en die van saxofonist George Coleman, waarbij de grootste spanning zat in wat nooit kwam: het helemaal losgooien van de remmen. Billy Higgins gedroeg zich altijd als een echte prof: het allerbeste moest je bewaren voor de ultieme gelegenheid. De kans dat die gelegenheid misschien nooit meer zou komen, drong pas in de jaren '90 tot Nederland door toen bekend werd dat Higgins problemen met zijn lever had. In '96 onderging hij zijn eerste transplantatie en in datzelfde jaar kreeg hij een Jazz Award van de National Endowment for the Arts, een bedrag van 20.000 dollar, misschien net genoeg om de kosten daarvan te dekken. Een tweede transplantie bleef hem bespaard door de complicaties van een longontsteking.

Wie wil horen waar Billy Higgins zo geweldig goed in was, het spelen met brushes en cymbals, bescheiden geluiden maar heel effectief, heeft de platen maar voor het kiezen. Bij reuzen van musici zoals eerder genoemd, maar ook bij kleinere goden, zoals pianist Sonny Clarke, saxofonist Hank Mobley en trombonist Slide Hampton. De bescheiden begeleider Billy Higgins zei zelden nee en gaf altijd alles wat hij in huis had. Nou ja, bijna dus.