Béla Fleck maakt de banjo weer hip

Banjo en jazz, dan denk je aan `New Orleans' en daarvan afgeleide stijlen. Aan Johnny St. Cyr in de Hot Five van Louis Armsrong anno 1925, aan Lawrence Marrero bij Bunk Johnson en George Lewis en aan onze eigen Arie Ligthart, jarenlang steunpilaar van de Dutch Swing College Band. In de nieuwere jazzmuziek bespeelde vrijwel niemand de banjo, vermoedelijk omdat het instrument werd geassocieerd met `red neck'-muziek en andere oubolligenheden.

Tot aan de doorbraak begin jaren '90 van Béla Fleck, die toen al tien jaar bezig was het instrument te ontdoen van zijn duffe plink-plonk-plank imago. Met synthesizers breidde hij de mogelijkheden van het instrument uit en hij profiteerde van het feit dat door de opkomst van de `wereldmuziek' ook een hip publiek gewend was geraakt aan het `eerlijke' geluid van metaal plus hout plus gedroogde huid. Wie een Turkse baglama, een Marokkaanse sintir en een Indiase ektara kon verdragen, kon ook luisteren naar een banjo, tenslotte ook een volks instrument. Dat Fleck ook aansluiting zocht bij jazzmusici was logisch, hij kwam tenslotte uit New York.

Zijn huidige Flecktones combineren op een unieke manier traditionele geluiden met de gemakken van de elektronica. Zo bespeelt de als een zeeroverhoofdman aangeklede Roy Wooten zijn synthetische drum- en samplemachine door middel van een knoppen- en toetsen-gitaar waarvoor hij de naam `drumitor' heeft bedacht. Zijn broer Victor heeft slechts een eenvoudige basgitaar. Wellicht daarom draait hij zijn stemknoppen soms losser, waardoor zijn geluid soms raakt aan de basdrumgeluiden van Roy, die zich `Future Man' laat noemen. Kinnesinne binnen de familie?

Ook saxofonist Jeff Coffin trekt graag de aandacht door af en toe twee toeters tegelijk in zijn mond te steken. Ook Willem Breuker en Hans Dulfer deden het in navolging van Rahsaan Roland Kirk wel eens – maar het wordt hier als gloednieuw toegejuicht.

De enige die zich zonder uiterlijk vertoon uitsluitend wijdt aan de muziek is Béla Fleck zelf. Dat krijg je als je de oudste bent, het oudste instrument bespeelt en de meeste composities hebt geschreven, waaronder een enkele gloednieuwe, maar vooral afkomstig van Outbound, de laatste cd. Scratch & Sniff klinkt lekker funky en vet, maar met Zona Mona bevindt de luisteraar zich plotseling op heel ander terrein: fraaie zondagmiddagklassiek, gesausd met nostalgisch en vervreemdend banjo-getokkel. Béla Fleck is uniek en zijn Flecktones zijn even bijzonder. Wie de pest heeft aan de banjo moet minstens één keer naar hen luisteren.

Béla Fleck and the Flectones. Gehoord: 6/5 Melkweg Amsterdam.