Wortels

Mijn complimenten voor het moedige artikel van Anil Ramdas (Z, 28 april), de zoektocht naar zijn `roots', zijn `land van herkomst' Bihar – al vindt hij deze woorden ook vreselijk en banaal klinken. Een merkwaardige constatering, want iets dat vreselijk is is zelden banaal en vice versa. Indachtig alles wat er in de geschiedenis met het begrip `roots' is misgegaan, waagt Ramdas zich er niet aan om werkelijk met liefde over het land van zijn voorvaderen te spreken – zijn eerlijkheid, dat is waar we het mee moeten doen, verder kan hij niet gaan.

Dat is jammer, want daardoor blijft hij uiteindelijk steken in een levensgroot vooroordeel: `deze mensen zijn vies en achterlijk', denkt hij, en wat zij zijn, dat ben ik niet (meer?). Daar ben ik, het individu zij bedankt, ver aan voorbij.

Zijn vluchtgedrag heeft tot gevolg dat je identiteit daardoor minder volledig is, in elk geval op onderbewust niveau. Zou het werkelijk zo erg zijn als Ramdas erachter kwam dat zijn gevluchte voorvader thee- of katoenplukker was,kruidendokter, of voor mijn part een zamindaar die arm was, maar oosters –wijzer dan hij?

Dat is beter dan dat het abstracte `arme luizen' zijn, waar hij zich dus ook veel gemakkelijker boven kan plaatsen, en met wie hij innerlijk, om redenen waar die mensen niets aan kunnen doen, op zeer gespannen voet verkeert. Als Ramdas zich meer openstelt voor zijn afkomst als `arme luis uit Bihar' zal hij ongetwijfeld ook meer gestalte krijgen als de `wereldburger' die hij zo graag wil zijn.