Watersnood

Naar aanleiding van Kees Slagers brief in deze krant van 1 mei, waarin hij zegt dat mijn herinneringsartikel over mijn belevenis van de watersnoodramp van 1 februari 1953 ontaard is van `oral history' in `oral fantasy' wil ik opmerken, dat ik die uitdrukkingen niet ken. Dat ligt dan aan mij. Wel wil ik vaststellen over een goed archief te beschikken. Belangrijker zijn echter de kopieën van krantenknipsels uit die dagen, die te vinden zijn op de leestafel van het Museum Watersnood 1953 in Ouwerkerk. Daar ligt mijn verslag over de aankomst van die ene helikopter op het militaire vliegveldje bij Ossendrecht, en de drijfnatte aardappelkoopman, die door de marinepiloot van de dijk bij Oude Tonge was geplukt.

Hij meldde toen dat er 186 doden op de dijk lagen. Het knipsel is gedateerd 2 februari 1953, het is door NRC-fotograaf Vincent Mentzel gefotografeerd. Ik heb het nog eens geverifieerd bij de leiding van het Museum Watersnood 1953. Ja hoor, het stuk is gedateerd 2 februari 1953, ik heb het doorgebeld uit een klein hotelletje even buiten de poort van het vliegveld in de nacht van 1 op 2 februari 1953. Toen de redactie het op 2 februari in de krant zette, vloog ik met de marinepiloot in die ene helikopter over het verdronken Schouwen-Duiveland, waarna hij me op een dijkje bij Zierikzee afzette. Zo is het gegaan. Was ik daarmee de eerste die voet aan wal zette op het eiland? Ik weet het niet, het interesseert me ook niet. Niks `oral fantasy'. Dat neemt niet weg dat Kees Slager het beste en best gedocumenteerde boek over die ramp heeft geschreven. Voor de rest is voor mij het `welles - nietes' gesprek hiermee gesloten.