SPAANS NOODFOKPLAN IS DE LAATSTE STROHALM VOOR DE IBERISCHE LYNX

De Spaanse overheid heeft biologen toestemming gegeven om Iberische lynxen in het wild te vangen ten behoeve van een fokprogramma. De aantallen van de katachtige (Lynx pardinus) nemen de laatste jaren zó snel af dat fokken in gevangenschap de enige hoop op overleving van het dier biedt.

Volgens Alejandro Rodriguez, lynxonderzoeker van het onderzoeksinstituut Estacion Biologica de Doñana in Sevilla is de populatie sinds 1988 gehalveerd. ``Van het dozijn populaties dat we toen aantroffen konden we er nu nog maar twee terugvinden.'' Die twee zijn het moeraspark Doñana en de oostelijke Sierra Morena.

De hoofdoorzaak van de terugval is het decimeren van de aantallen konijnen door de virusziekten myxomatose en rabbit haemorrhagic disease, RHD. Rodriguez: ``Iberische lynxen eten voor negentig procent konijnen. Dus geldt: geen konijnen, geen lynxen.'' Ook wegenbouw, ontbossing en stroperij heffen een tol. De schatting van vijfhonderd stuks van de Iberische lynx, die evolutionair ver af staat van de `gewone' Euraziatische lynx, maakt het dier zeldzamer dan bijvoorbeeld de tijger.

Ten behoeve van het fokprogram zijn ruime kooien ingericht in het nationale park van Doñana aan de Spaanse zuidkust en in Caceres in Extremadura. Hoofd van het fokprogram, Pablo Pereira, die kantoor houdt in het Doñana-park, meent dat het overheidsfiat ``geen minuut te vroeg'' komt. Ook hij stelt dat de lynxen met de konijnen zijn verdwenen. ``De grond bewoog hier vroeger van de konijnen. Als er nu in het park nog dertig lynxen zitten, ben ik heel tevreden.'' Onder die dertig zijn maar een half dozijn vruchtbare vrouwtjes.

Pereira wil de twee lynxen die nu gevangen zitten – eentje is bij mensen thuis opgegroeid, de andere is verkeersslachtoffer – aanvullen met nóg tien exemplaren. De hiermee gefokte lynxenwelpen moeten zelfstandig leren jagen, zodat ze weer in het wild kunnen worden uitgezet. Dat tijdens deze `opvoeding' mensen uit het zicht moeten blijven is een lastige opgave, maar volgens Pereira niet onmogelijk. Halverwege de jaren negentig is al eens een aangereden jonge lynx door mensen geleerd konijnen te vangen. Het dier werd later uitgezet en wist zich goed te handhaven.

Waar de foklynxen moeten worden uitgezet is ook al duidelijk. ``We willen in eerste instantie de grotere restpopulaties in Doñana en de Sierra Morena opkrikken.'' Pereira wil uiteindelijk over een fokpopulatie van dertig tot veertig lynxen beschikken. Als die genoeg kroost voortbrengen, kan ook worden gedacht over het herkoloniseren van gebieden waaruit de lynx is verdwenen, maar waar de konijnenpopulaties intussen zijn hersteld.

    • Menno Steketee