Samaranch

Steeds als Erik Dekker een zege boekt en het podium beklimt om zich te laten huldigen, vraag ik me af of hij niet moe zou zijn. Deze vraag heb ik niet van mijzelf, deze vraag heb ik van Antonio Samaranch, president van het IOC.

Vorig jaar, toen Dekker op 19 juli in Lausanne zijn derde etappe in de Tour de France won, stond Samaranch klaar om hem geluk te wensen. Journalisten informeerden naderhand wat er gezegd was. ,,Die vroeg alleen maar: ben je niet moe?'' antwoordde Dekker. In deze woorden viel een zekere teleurstelling te beluisteren.

Ik vond het meteen een sublieme vraag.

Ik zie dan een man voor me die zich zijn leven lang van podium naar podium begeeft om een onafzienbare rij overwinnaars de hand te schudden, mensen van alle mogelijke nationaliteiten en in alle mogelijke takken van sport, die allemaal een blijk van persoonlijke belangstelling verwachten. En uiteindelijk geeft dit leven hem deze ene vraag in, de vraag die altijd past, de universele openingszin, het ultieme gesprekthema: ben je niet moe?

Hij heeft iets liefs, deze vraag, iets moederlijks. Hij zou in dit geval zelfs een element van zelfbespiegeling kunnen bevatten. Want als er iemand op de wereld is die mensen dingen laat doen waar ze moe van worden, dan is het de president van het IOC wel.

Ben je niet moe. Dát zouden ze eens aan de schrijver moeten vragen die net een boek af heeft, aan de minister die net een Kamerdebat heeft overleefd, aan de politieman die net het plein voor Amsterdam-Centraal heeft schoongeveegd, aan de RVV'er die net een stal heeft geruimd, aan iedereen eigenlijk, op elk moment eigenlijk.

Intussen is Samaranch een oude man geworden. Straks verschijnt hij voor het aangezicht van zijn Schepper, iemand die wijd en zijd bekend staat om Zijn gevoel voor humor. ,,Ben je niet moe, Antonio?''

,,Nou, een beetje wel, Heer.''

,,Ga dan eerst maar lekker douchen, m'n jongen, dan zien we daarna wel verder.''