RUIMEN

In W&O van 21 april (`Ruimen spaart dieren') legt Wim Köhler aan de hand van een publicatie in Science uit hoe MKZ bestreden kan worden. De uitleg is helder en zal de lezer die niet in de problematiek was ingevoerd zeker hebben geholpen om te begrijpen wat de achterliggende redenering is van een aantal maatregelen bij de bestrijding van MKZ. Zijn conclusie dat Nederland kwistig met dierenlevens omspringt in de bestrijding van MKZ kan echter uit het Science-artikel niet getrokken worden. Met die conclusie wordt de nauwkeurigheid waarmee uitspraken kunnen worden gedaan met het daar beschreven model sterk overschat.

Het door Köhler aangehaalde artikel in Science beschrijft de verspreiding van het MKZ-virus tussen bedrijven. Hierbij wordt gebruik gemaakt van schattingen van de kansen op besmetting van nieuwe bedrijven berekent uit de grote epidemie in Groot-Brittannië. Het virus spreidt daar van bedrijf tot bedrijf en op het moment dat een geïnfecteerd bedrijf ontdekt wordt zijn er door dat bedrijf gemiddeld al meer dan één ander bedrijf besmet. Deze andere besmette, maar nog niet ontdekte bedrijven liggen vooral in de buurt van het besmette bedrijf en daarom is het zinvol de bedrijven rond het besmette bedrijf te ruimen. Wachten op het ontdekken van dergelijke nieuwe besmetting duurt te lang om de bestrijding effectief te laten zijn. Daarvoor is het namelijk noodzakelijk dat een bedrijf gemiddeld minder dan één ander bedrijf infecteert. Het in Science beschreven wiskundige model helpt om dit uit te leggen, maar het mechanisme was bekend en redenerend vanuit dit mechanisme wordt ook in Nederland MKZ bestreden. De conclusies uit de berekeningen met het model dat sneller ruimen, ruimen in een grotere straal, of beide, effectiever is, zijn correct, maar de uitspraken over de exacte timing van de ruimingen en afstanden waarover bedrijven moeten worden geruimd hebben een beperkte nauwkeurigheid.

De redenen zijn als volgt. Ten eerste. De strategie van ruimen van geïnfecteerde bedrijven in een bepaalde straal rond een besmet bedrijf veronderstelt een verloop van de besmettelijkheid van het bedrijf in de tijd. In werkelijkheid varieert die besmettelijkheid. De besmettelijkheid van het bedrijf neemt toe met de uitbreiding van de besmetting op het bedrijf. Snel ruimen is erg belangrijk als het virus wijd verbreid is op het bedrijf, maar van geringere invloed als het virus nog maar weinig verspreid is op het bedrijf.

De manier waarop kansen over de verspreiding op afstand in het wiskundige model worden opgenomen is cruciaal voor de effectiviteit van de maatregelen die door het model worden voorspeld. De verspreidingskansen zoals vastgesteld in de Engelse epidemie zijn onderhevig aan de onzekerheid die samenhangt met het schatten uit gegevens. Het is daarom vast niet mogelijk om te zeggen op basis van het model dat ruimen in een straal van 1,5 km rond een besmet bedrijf in werkelijkheid net wel of net niet voldoende is om de epidemie te stoppen. Uitspraken dat het Nederlandse beleid niet goed zou zijn omdat de geruimde straal net iets te groot is, namelijk 2 km in plaats van 1,5 km (1 mijl), zijn niet getoetst in het Science-artikel. Bovendien, zelfs als dat uit de berekening zou komen, moet in de toepassing nog de onzekerheid over de geschatte kansen worden meegenomen. Wij realiseren ons natuurlijk dat ruimen in een straal van 2 km in plaats van 1,5 km ruwweg twee keer zoveel bedrijven treft, maar toch kan niet op basis van de gepubliceerde analyse worden geconcludeerd dat 1,5 km ruimen genoeg is en 2 km te veel.

Ten tweede. Het is duidelijk dat vaccineren in eenzelfde straal altijd minder effectief is dan ruimen in die straal op dezelfde dag dat er gevaccineerd wordt. Dit komt omdat het vaccin niet direct werkt om spreiding te voorkomen. De in het model gemaakte aannamen dat het vaccin al na drie dagen zou werken is zelfs te optimistisch, zoals ook wel blijkt uit de gevallen die nog in het gebied rond Oene zijn gevonden na vaccinatie. Het vaccin werkt waarschijnlijk pas na 1-2 weken. In Nederland wordt echter niet gevaccineerd in plaats van ruimen, maar om de schade door eventuele vertragingen bij het uitvoeren van de ruiming te beperken. Het uitgangspunt van de bestrijding is dat zo snel mogelijk moet worden geruimd, maar dat blijkt in de praktijk moeilijk uitvoerbaar. Dat komt doordat er een beperkte capaciteit is om dieren te doden en de kadavers te vernietigen, maar vooral doordat sommigen met allerlei acties op de weg en in de rechtszaal de ruimingen trachten te verhinderen.

    • Wageningen Universiteit
    • Arjan Stegeman Veterinair Epidemioloog