REFLECTIEVERMOGEN VAN DE AARDE VIA DE MAAN GEMETEN

Onderzoekers van het New Jersey Institute of Technology en het California Institute of Technology hebben een vrijwel vergeten techniek herontdekt en verfijnd om veranderingen in het reflecterend vermogen van de aarde te meten, zo melden zij in de Geophysical Research Letters van 1 mei. Zij baseren zich hierbij op het asgrauwe licht, ofwel het zwakke licht van het donkere deel van de maanschijf. Dit licht is in feite zonlicht dat via de aarde naar de maan wordt gekaatst en alleen goed is te zien als het door de zon verlichte deel van de maan vrij klein is. Dat is het geval vóór het tijdstip van eerste kwartier en na het tijdstip van laatste kwartier, als de maan zich vanaf de aarde gezien als een sikkel vertoont.

Een belangrijke factor in het aardse klimaat is de hoeveelheid zonlicht die onze planeet de ruimte in kaatst. Dit albedo wordt gewoonlijk afgeleid uit metingen van satellieten. Die kunnen echter maar een klein stukje van de aarde waarnemen, waardoor vele data moeten worden gecombineerd alvorens de albedo van de aarde als geheel kan worden bepaald. Bij het asgrauwe licht fungeert bijna de halve aarde als reflector: als de maan zich vanaf de aarde gezien als een sikkel vertoont, is de aarde vanaf de maan gezien immers bijna `vol'. Bovendien heeft men voor het meten van het licht van de maan geen kostbare en moeilijk te calibreren satelliet-instrumenten nodig.

Op het Big Bear Solar Observatory in Newark, New Jersey, hebben astronomen in de afgelopen twee jaar periodiek met een kleine telescoop de intensiteit van het asgrauwe schijnsel van de maan gemeten. Die blijkt op allerlei tijdschalen te variëren. De variaties op tijdschalen van uren zijn het gevolg van de aswenteling van de aarde, die afwisselend lichtere en donkerder gebieden naar de maan toe keert, terwijl de variaties op tijdschalen van dagen het gevolg zijn van veranderingen in de weerssituatie in bepaalde gebieden op aarde. Variaties op tijdschalen van maanden zijn een gevolg van de afwisseling van de seizoenen. In de lente is de aarde het meest bewolkt en wordt dus het meeste zonlicht teruggekaatst.

De onderzoekers hebben uit hun metingen afgeleid dat de albedo van de aarde gemiddeld 0,297 bedraagt, een waarde die goed overeenkomt met die welke uit satellietmetingen wordt afgeleid (0,296). Dit betekent dat het asgrauwe licht van de maan een uitstekend hulpmiddel is om op een relatief eenvoudige manier het reflecterend vermogen van de aarde te bepalen. Opmerkelijk is verder dat soortgelijke metingen in 1994-1995 een waarde opleverden die 2,5 procent groter was. Dit zou erop kunnen wijzen dat de gemiddelde bewolkingsgraad op aarde samenhangt met de activiteit van de zon. Zes jaar geleden bevond de zon zich namelijk in een periode van minimale activiteit, terwijl haar activiteit in het afgelopen jaar maximaal was.