Real Time voor dotcommers

Hoewel de internetrevolutie iets van haar glans heeft verloren, is e-business over de hele wereld voor honderdduizenden mensen hun reden van bestaan geworden. Snel een bedrijf opzetten, snel informatie tot je nemen, snel rijk worden en soms ook weer snel alles kwijtraken.

Waarin zit de uitdaging? Waarover praten zij, tussen hun bedrijven door?

Vijf dotcommers over de zin van het leven.

Hij zit wel eens te piekeren: is het niet allemaal te veel? Wat moeten we met die overdosis aan informatie? Misschien gaat al het persoonlijke contact wel verloren. Zelf schrijft hij zelden nog een brief. Dat betreurt hij. Want je innerlijk blootleggen, dat doe je met pen en papier, en die schrijfsels stuur je op, het liefst met een beetje parfum erbij. E-mail nodigt voornamelijk uit tot korte, domme teksten. En zo heeft hij wel meer overpeinzingen.

Floris van den Broek (35), managing director van het telecommunicatiebedrijf Level 3, las onlangs in een artikel over informatietechnologie dat er in de komende drie jaar meer informatie zal worden geproduceerd dan de afgelopen drieduizend jaar is voortgebracht. 'Als dat werkelijk waar is, kan het niet lang zo doorgaan', grinnikt hij licht ongemakkelijk. 'De uitwisseling tussen mensen wordt oppervlakkiger, men zal elkaar minder vertellen. Dat houdt mij natuurlijk ook erg bezig, omdat ik een product lever dat die snelle communicatie bevordert. Toch probeer ik het optimistisch uit te leggen. Ik hou van vooruitgang. Maar mensen moeten wel goed worden opgeleid, zodat ze zelfstandig kunnen besluiten welke communicatie- en informatiemiddelen ze willen gebruiken. De techniek moet zich uiteindelijk altijd aan de mens aanpassen.'

De e-markt is ingestort, de extreem hoge investeringen in de Nieuwe Economie zijn teruggeschroefd, maar nog steeds heeft de moderne hightech-ondernemer een rotsvast vertrouwen in de internetrevolutie. Het zijn nerds en internetfreaks in hart en nieren en ze beschouwen het als een groot voorrecht om mee te werken aan de ontwikkeling van nieuwe zoekmachines, software en andere handige technologische speeltjes. Internet gaat de wereld drastisch veranderen en dat is alleen maar leuk.

Maar maken ze zich ook weleens zorgen over de gevolgen van hun revolutie? Hoe denken de hardwerkende jonge ondernemers in de it-sector erover?

En hebben ze nog andere interesses? Waar gaat het ze uiteindelijk om? Geld verdienen? Of zijn er andere uitdagingen? Wat is er zo prikkelend aan de dotcom-business?

Floris van den Broek is zijn hele leven gefascineerd geweest door nieuwe technologische mogelijkheden. 'Een enkele vezeldraad is ongeveer net zo dik als een menselijke haar en kan meer dan vier miljoen gelijktijdig gevoerde telefoongesprekken dragen', meldt de reclamefolder die hij mij in handen drukt. We wandelen door het glazen E-vormige gebouw in Amsterdam Zuid-Oost, waar zijn bedrijf, met een oppervlakte van 10.000 vierkante meter, gevestigd is.

'Simpel gezegd heeft Level 3 over de hele wereld 40.000 kilometer kabels gelegd. In die kabels zitten meervoudige glasvezeldraden waarmee razendsnel informatie wordt vervoerd tussen onze 'datahotels' in vijftig verschillende steden in de wereld. Je moet het zien als een soort tweede, snelle vorm van internet. Op dit moment staan er gebouwen in 38 Amerikaanse steden, negen in Europa en drie in Azië en daar is ons netwerk weer aangesloten op kleinere, lokale netwerken van ons en van andere telecombedrijven.'

Van den Broek glimlacht verontschuldigend als hij de technische wetenswaardigheden over zijn bedrijf uit de doeken doet. Hij ziet er niet uit als iemand die met een paar honderd miljoen gulden van het Amerikaanse moederbedrijf binnen een half jaar een bloeiend datacenter met immiddels 85 werknemers uit de grond heeft gestampt. De directeur draagt geen strak pak, maar een trui en een nonchalant jasje van ribfluweel. In zijn bewegingen schuilt een verholen ongemak.

'Level 3 levert bedrijven de infrastructuur voor een snel internetverkeer', legt hij uit. 'We verhuren kastruimte aan klanten die hun computers met miljoenen datagegevens op dit netwerk aansluiten of willen laten functioneren in een veilige omgeving.' In de hal graait Van den Broek in een bak en reikt een paar witte papieren slofjes aan. 'Tegen het stof', legt hij uit als ik hem niet-begrijpend aanstaar. Hij drukt zijn hand op een handpalmlezer en de deuren zoeven open. We betreden een grote ruimte waar grijze metalen kasten in lange rijen naast elkaar staan opgesteld. Hier staat de netwerk- apparatuur van het ministerie van Onderwijs en van Nederlandse bedrijven zoals Versatel, upc en vnu-Ilse.

Van den Broek studeerde informatica en bedrijfskunde en werkte een paar jaar in de Verenigde Staten bij het telecombedrijf AT & T. Daar kwam hij in 1998 in contact met een vertegenwoordiger van Level 3 die hem vroeg om een nieuw datahotel voor het Amerikaanse netwerk op te bouwen in Nederland. Zo bevlogen was Van den Broek dat hij zich het eerste jaar over de kop werkte. 'Minimaal 12 uur per dag. Level 3 was een niet-getest concept in Nederland en het kostte veel tijd om het te promoten.' Alles hing af van zijn beslissingen, hij kon binnen de telecomwereld weinig geschikte mensen vinden en zijn team was meestal onderbezet. 'Toen ik een half jaar bezig was, kregen mijn vrouw en ik een dochtertje. Toen heb ik wel even nagedacht. Ik zag hen veel te weinig en de verdediging van mijn proefschrift kwam er ook nog tussendoor.'

Pas na een jaar kon Van den Broek het werk wat meer loslaten. 'Zo'n bedrijf is je baby, ik had dus eigenlijk twee kinderen. Ik heb geprobeerd mezelf te kopiëren. Nu heb ik een team van ervaren mensen die ik zoveel mogelijk zelf laat beslissen, en kan ik om half acht thuis zijn, zodat ik mijn dochter nog een uurtje kan zien.'

Wat is er zo leuk aan het opzetten van een eigen bedrijf? 'Vrijheid', zegt Van den Broek vastberaden.

'Ik moet het gevoel hebben dat ik op de rand leef, grenzen kan verkennen. Ik ben gelukkig als ik geprikkeld blijf. Mijn opa is net negentig geworden en hij werkt nog steeds. Ik denk dat te veel mensen in Nederland worden gedwongen om te vroeg op te houden met werken, waardoor ze hun scherpte verliezen.'

Maar heeft hij ook wel eens zijn buik vol van al dat werken? 'Af en toe word ik helemaal gek van dat reizen. Je komt aan, stapt uit het vliegtuig, er zijn meteen tientallen mensen die je willen zien, en je vertrekt weer. Het is jammer om naar een mooie plek als New Orleans te gaan en er dan niets van te zien.'

En hoe belangrijk is geld? 'Het is leuk om uit te geven, maar van luxeartikelen word ik niet gelukkig.'

In het weekend gaan Van den Broek en zijn vrouw zoveel mogelijk op stap met vrienden. 'Donderdag halen we alle kranten, zodat we alles op cultureel gebied kunnen bekijken. Ik hou enorm veel van jazz, speel zelf piano en ga met vrienden jammen. Laatst trad mijn oude pianoleraar uit New York op in het bimhuis. Ik lag pas om vier uur in bed, maar dacht wel: het is gaaf dat ik hem toch even heb gehoord.'

Hij kan slecht onder een baas werken. Daarom begon Merien ten Houten (29), mede-eigenaar van Ilse Media Groep, zelf een bedrijf. 'Ik ben altijd al een eigenwijs en vervelend iemand geweest. Bij zwemles wilde ik niet zwemmen in het ondiepe bad, omdat je er net zo goed kan gaan staan.' Tijdens een stage in 1993 ontdekte Ten Houten internet en vond het meteen 'briljant'. Samen met twee andere studenten van de Technische Universiteit Eindhoven sleutelde hij op de studentenvereniging een zoekmachine in elkaar. Ze noemden hem interlink search engine en daar komt de naam Ilse vandaan. Ilse begon als alternatief voor de Amerikaanse zoekmachines op internet en is nu Nederlands grootste internetuitgever.

Op papier is Ten Houten internetmiljonair, maar hij ziet er nog steeds studentikoos uit. Hij draagt een klein rond brilletje, heeft een rood stoppelbaardje en praat snel en binnensmonds. Hij beschouwt zichzelf als een behoorlijke individualist. 'Ik wil niet dat anderen beslissen wat goed voor mij is. Ik kan best sociaal zijn, maar ik zal bijvoorbeeld nooit voor het cda stemmen, omdat ik zelf wil beslissen over kwesties als abortus, euthanasie of winkelen op zondag.'

Vorig jaar werd Ilse verkocht aan uitgever vnu en zijn de websites van de Nederlandse vnu-bladen bij de mediagroep ondergebracht. Zo'n veertig internetmedewerkers van vnu werden samengevoegd met de ruim vijftig werknemers van Ilse. Daarnaast exploiteert Ilse de websites Chat.nl, Dolfijn.nl en de nieuwssite Nu.nl.

Ten Houten is trots op de nieuwsredactie: 'Ik ben van nature een nieuwsjunk. Mijn vader was journalist bij het Algemeen Dagblad. Ik vind het spannend wat je met informatie kan doen en dat je zoveel mensen door middel van berichtgeving kan beïnvloeden. Ik ben me er wel van bewust dat je daar verantwoordelijk mee om moet gaan.'

Veel tijd om boeken te lezen heeft hij niet. 'Dit weekend las ik het boek Rijk Blijven.' Hij schiet er zelf van in de lach. 'Begrijp me niet verkeerd. Ik was ziek, anders had ik het niet gelezen.' Hij vindt het prettig om genoeg geld te hebben. 'Het geeft rust dat ik iets kan doen als ik daar zin in heb. Ik vind het heel relaxed dat ik zomaar een weekendje naar Londen kan vliegen.' Er ontbreekt hem maar weinig in het leven. 'Soms mis ik mijn vader, die is vier jaar geleden overleden. We hadden veel diepgaande discussies, vaak over politieke zaken. Eigenlijk doe ik dat nu met niemand. Dat vind ik wel jammer, maar ik kan moeilijk een alternatief voor mijn vader gaan zoeken. Daarbij heb ik er ook te weinig tijd voor.'

Hard werken, daar is hij niet vies van. Toch besloot Ten Houten onlangs om bij Ilse weg te gaan. 'Binnen twee jaar is het bedrijf gegroeid van 12 naar 130 man. Ik kan niet meer direct met iedereen communiceren en ben minder betrokken bij het product. Ik wil nu afstand van de zaak, maar blijf als adviseur voor Ilse werken.'

Maar helemaal ophouden met werken, kan hij zich moeilijk voorstellen. 'Ik zou me heel leeg voelen. Maar nu wil ik even op vakantie, en een studiereis door de Verenigde Staten maken om contacten te leggen met kleinere internetbedrijven. Als ik echt niet meer zou kunnen werken, zou ik heel ongelukkig worden. Je moet de wereld een prettig leven afdwingen.'

Maar ís de wereld er dan om ons een aangenaam leven te bezorgen? 'Tjeetje', zegt Suzanne Ekel (29), managing director van de carrièresite Monsterboard.nl. 'Nee. Maar waarom is de wereld er dan wel? Geen idee.' Ze kijkt peinzend voor zich uit. Ze zit, net een dag na de verhuizing, aan haar gloednieuwe bureau in een groot kantoorpand in Amsterdam-Zuid. Overal staan onuitgepakte dozen, mannen in blauwe overalls zijn druk in de weer met de laatste klusjes. Op tafel staat een schaal met gekleurde paaseitjes.

'Ik weet wel dat ik een zo prettig mogelijke tijd wil hebben, maar ik geloof niet dat de wereld daarvoor verantwoordelijk is. Het is míjn zorg dat ik het naar mijn zin heb en tegelijkertijd moet ik anderen blijven respecteren. In het Westen wordt van je verlangd dat je zelf de controle over je leven neemt. Dat kan door bij jezelf na te gaan waar je blij van wordt. Zelf ga ik één keer per jaar in de hangmat liggen om goed over mijn werk na te denken. Dan maak ik plussen en minnen. Als het voornamelijk plus blijft, zit ik goed.'

Ekel studeerde communicatiewetenschappen, werkte ruim twee jaar bij kpmg management consulting en begon in 1999 als elfde medewerker bij Monsterboard.nl. Nog geen half jaar later werd ze managing director en nu geeft ze leiding aan ruim 45 werknemers. 'We verkopen geen auto's, onze site is niet supercommercieel. Hij levert geen irrelevante informatie, maar gaat over werk en loopbaan, iets wat iedereen raakt. Ik wil in mijn werk iets vinden wat de grenzen van zakendoen en commercialiteit overstijgt. Wie weet begin ik hierna een eigen lunchroom. Iets wat heel basaal is: lekker met je vrienden een espresso drinken en een broodje kaas eten.'

Als kind al wilde Ekel iets concreets uit haar handen laten komen. 'Laatst zag ik een kinderfoto van mezelf als klein dik baby'tje met een blokkentoren. Als ik aan het bouwen was, kon het hele huis om me heen instorten, zei mijn vader. Ik kon daar helemaal in opgaan.

En dat is nog steeds zo. Ik ben hier zo geconcentreerd bezig dat ik geen moment aan privé-zaken denk. Ik vergeet straal dat de poes een vlooienprik moet hebben.'

Soms neemt ze haar werk mee naar huis. 'Maar meestal gaat die tas ongeopend weer mee terug naar kantoor. Ik probeer het weekend voor mezelf te houden. Mijn vrije tijd deel ik met mijn partner en vrienden. Tot vorig jaar deed ik veel aan kleinkunst, maar dat heb ik helaas op een lager pitje moeten zetten. Indirect heeft mijn toneelverleden wel invloed op mijn werk: ik heb nog steeds geen podiumvrees.'

Toen Han Gerrits (37), managing director bij Lost Boys Strategy, nog op het atheneum zat, sleutelde hij al aan apparaatjes. 'Ik bouwde radiozenders, maar dat gaf storing op de televisies in de buurt, ik kon het alleen 's nachts uitproberen, dus ging ik pas om vier uur naar bed en om acht uur moest ik weer op.'

Gerrits zit in het voormalig havenkantoor van rederij Goedkoop op het Westerdokseiland in Amsterdam. Hij ziet er strak uit in zijn coltrui en met modern donker brilmontuur.

'Ik heb nog steeds maar weinig slaap nodig. Deze week is het al weer twee dagen half twee geweest. Meestal werk ik per dag een uur of tien. Maar vanavond ga ik proberen wat vroeger naar bed te gaan.' Gerrits studeerde informatica en bedrijfskunde, werkte onder meer bij Cap Gemini, doceert e-business aan de Vrije Universiteit en richtte een paar jaar geleden samen met drie anderen mvlg e-business consultants op.

'Het was iets nieuws, niemand deed het nog. In het begin werkten we zeven dagen in de week, zestien uur per dag. Verder niets. Als je start moet je alles zelf doen, je kan geen boekhouder of schoonmaker betalen, je bent dag en nacht bezig. Het was een grote uitdaging om te laten zien dat dit kon slagen. Maar het belangrijkste was, dat ik zag dat er in deze wereld iets stond te gebeuren waar ik bij wilde zijn. Ik kan redelijk goed voorspellen wat over drie, vier jaar belangrijk is. En ik hou van technologie.'

Internetconsultants Netcast en mvlg zijn vorig jaar gefuseerd met het multimediabedrijf Lost Boys. Samen hebben ze nu zo'n 450 medewerkers. Het voormalige › bedrijf van Gerrits heet nu Lost Boys Strategy en adviseert ondernemingen hoe zij het beste internet in hun bedrijfsvoering kunnen inpassen. De e-consultants van Lost Boys Strategy adviseren klanten en bedenken een businessplan en de creatieve breinen van Lost Boys ontwerpen de website.

De sfeer in het pand op het Westerdokseiland is totaal anders dan bij het zakelijke bedrijf Level 3. Als ik rondwandel door het gebouw van Lost Boys, ontwaakt een Japans robothondje dat mechanisch begint te keffen. Werknemers in T-shirts eten een broodje in de woonkamer, de laptop op schoot, een klein zendertje aan de zijkant van de computer zorgt voor een draadloze internetverbinding. In de hoek doen werknemers computerspelletjes of kijken naar het nieuws op internet. 'Dat is nou een groot verschil met de televisiegeneratie', zegt Gerrits. 'Die wachten om vijf voor acht geduldig met een kopje koffie tot het journaal begint. Onze jongens verwerken informatie op een andere manier. Sommigen hebben een hele goede coördinatie van hand en oog. Ik probeer wel eens met Playstation tegen ze te racen, maar ik vlieg telkens uit de bocht.'

Christine Karman mag dan 47 zijn, ze vindt dat ze 'nog redelijk bij' is. In haar schaarse vrije tijd speelt de oprichtster en bestuursvoorzitter van het softwarebedrijf Tryllian videogames of lasergames met haar kinderen. 'Vroeger gingen ouders mee buiten voetballen, maar nu snappen ze niks van Pokémon. Of dat gevaarlijk is? Kinderen zijn in de geschiedenis altijd goed terechtgekomen, dus waarom nu niet? Ze leren anders denken dan wij. Ze lezen oppervlakkiger, doen meer dingen door elkaar en denken oneindig veel sneller. Ze leven helemaal in computergames en kunnen in een fractie van een seconde beslissingen nemen. Dat kunnen wij niet. Het zou interessant zijn om te kijken of de hersenen van de kinderen van vandaag een andere structuur hebben. Ik durf te wedden van wel.'

Kinderen ontwikkelen nieuwe kwaliteiten en gaan daar duizend keer beter mee om dan wij, waarschuwt Karman. 'Zij zullen een grote groep mensen buitenspel zetten, die nu tussen de twintig en de veertig zijn. Met de instrumenten waarmee ze vandaag spelen, zullen ze straks de wereld veroveren. Als wij ons daar van afwenden, moeten we later ook niet zeuren.'

Karman ziet er jeugdig uit met haar strakke leren broek, lichtblonde haar en gebruind gezicht. Ze is net terug van een weekje snowboarden. Ze studeerde sterrenkunde aan de Universiteit van Amsterdam, werkte als senior consultant op het gebied van kunstmatige intelligentie voor het toenmalige softwarehuis bso en ontwikkelde een beveiligd betalingssysteem voor internet. In 1998 richtte ze een eigen bedrijf op dat 'agents', kleine software-robotjes, ontwikkelt. Een proefmodel, de zogeheten Gossip, werd ruim een jaar geleden op het net losgelaten. Uitgerust met kunstmatige intelligentie kunnen Gossips adressen of websites verzamelen of communiceren met andere robotjes op virtuele marktplaatsen. Op dit moment werken de programmeurs bij Tryllian aan een simpel softwarepakket, waarmee iedere internetgebruiker zijn eigen 'agent' in elkaar kan zetten. Karman heeft nu 80 mensen in dienst en een klein kantoortje in Silicon Valley. 'Deze technologie gaat zeker het hele internet veroveren', zegt Karman zelfverzekerd. 'Omdat het net steeds groter wordt en sneller gaat, hebben mensen behoefte aan intelligente software die autonoom dingen voor je kan uitvoeren.'

Karman bruist van de internetideeën, helpt anderen bij het opzetten van bedrijven en ze wil er zelf ook nog wel tien oprichten. Tijd om eens lekker tot rust te komen heeft ze niet. 'Het leven is heel kort, dan ga ik toch niet een beetje rustig zitten zijn? Ik voel me lekker als ik hyper ben en creatief bezig kan zijn. Het leven is bedoeld om je lekker te voelen, of dat nou is omdat je prettige dingen doet of doordat je het anderen naar de zin maakt. Ik geef bijvoorbeeld donaties aan Greenpeace, omdat ik anders in gewetensnood raak, maar dient het leven een hoger doel? Zei Epicurus niet al dat mensen uit zijn op genot? Nou, ik hou van gekke dingen doen en zolang ik gezond blijf zal ik ook op mijn negentigste nog een nieuw bedrijf oprichten. Als ik het niet meer kan bijhouden, ben ik mislukt. Als er dingen gebeuren die ik niet meer begrijp, dan heb ik het gehad.'

Zorgt de rap toenemende e-business voor radicale veranderingen? Internet is leuk, makkelijk en handig, maar is de toenemende afhankelijkheid ervan wel zo goed? Karman heeft een rotsvast vertrouwen in de toekomst. Voor haar is het menselijke aanpassingsvermogen grenzeloos. Wie bang is voor de voortrazende nieuwe technologie, is primitief. 'De luddites, de handarbeiders in Engeland, sloegen in de negentiende eeuw de stoommachines al kapot. Dat was immers het werk van de duivel. Zo zullen er altijd mensen zijn die de technologische ontwikkeling willen tegenhouden. Maar angst voor techniek komt voort uit een gebrek aan zelfvertrouwen. Als jij bang bent voor een computer omdat het te moeilijk voor je is, moet je mij niet belemmeren om wel zo'n computer te gebruiken.'

Ook Merien ten Houten kan de vooruitgang alleen maar toejuichen. Meer ontwikkeling betekent meer welvaart. 'Ik denk dat we het eeuwig kunnen volhouden. En ik vind het heerlijk. Het geeft mensen veel meer ruimte om mens te zijn.' Hij heeft er een theorie over. 'De mens is van nature lui en dat is tegelijkertijd zijn grootste kracht. Anders zouden we happy achter bizons blijven aanrennen, maar als je lui bent, bedenk je dat je er beter een hekje omheen kan zetten om ze vast te houden. Ik denk dat het onze missie is om de rest van de wereld op ons welvaartsniveau te krijgen. Hoe rijker en gelukkiger mensen zijn, hoe kleiner de kans op oorlog.'

Han Gerrits moet soms nog wel denken aan zijn docent in Twente. Die zei altijd dat mensen zijn gemaakt om op het strand te liggen en muziek te maken. Dus we moesten maar proberen om zoveel › mogelijk onzin te automatiseren en te mechaniseren, zodat we op dat strand kunnen liggen en die muziek kunnen maken. Hij geeft toe dat dat wel wat te simplistisch is. 'Het is belangrijk dat we ook stop kunnen zeggen. Maar ik vraag me af of je altijd dezelfde verhouding tot de natuur moet hebben. Er zijn nu ook huismussen die melkpakken kunnen openmaken. Die hebben zich ook aangepast aan hun omgeving.'

De opkomst van het informatietijdperk ziet Gerrits niet als een bedreiging. 'We hebben het internet, maar ook nog steeds kranten en televisie. Er komen steeds meer mogelijkheden bij en de kunst is om uit te vinden wanneer je waarvoor iets inzet. Dat geldt voor elk gebruik van technologie. Onze generatie is opgegroeid met mobiele telefoon, sms en internet. Wordt het contact er slechter van? Ik denk het niet. Jongeren onderhouden vriendschappen op een andere manier. Misschien met meer mensen, misschien wat oppervlakkiger, maar ze gaan ook nog steeds met elkaar naar de kroeg. Je moet ermee leren omgaan. Ik kan bijvoorbeeld moeilijk telefonisch communiceren met mijn vader, hij is een beetje doof, dus stuur ik hem vaak een mailtje. Soms heb ik ook een digitale camera op zak, maak ik snel een fotootje, stuur ik dat ook mee.'

Suzanne Ekel houdt er haar eigen evolutietheorie op na. 'Het wordt er per definitie nooit beter op, maar de wereld verandert steeds op zo'n manier dat we een bestaansrecht blijven houden.' Dan zegt ze heel stellig: 'Technologie is geen vijand van de mens. Een vijand zullen we uiteindelijk altijd bestrijden, zo werkt onze natuur. Die overdaad aan informatiestromen zal zichzelf selecteren. We kijken zelf wat we aankunnen. Het is altijd wel goed gekomen. Of niet goed, het is maar hoe je ernaar kijkt. Het gaat in ieder geval niet fundamenteel slechter met de wereld.' Ze pauzeert even en kauwt op een paaseitje. 'Misschien is het al jaren aan het misgaan, maar dan is iedereen daarvoor verantwoordelijk, ook de oude intellectuelen bij het NRC. Ook hun beslissingen hebben bijgedragen aan de wereld.' Ze zwijgt opnieuw en dan: 'Je kan me nu beschouwen als iemand die zich ontslaat van alle verantwoordelijkheid om daar iets tegen te doen, maar zo zie ik mezelf niet. En toch lig ik er ook niet nachten van wakker. Er zijn grenzen aan mijn vermogen om de wereld te veranderen. Ik vind het al heftig genoeg om mijn eigen wereld goed te laten verlopen.'

Toch kan Ekel zich ergeren aan de opgefoktheid van Nederlanders. In de trein moet ze altijd meeluisteren met de gesprekken van anderen. Rustig van A naar B rijden kan niet meer. 'Mensen krijgen steeds meer te verwerken en moeten sneller reageren. Maar ik geloof dat we een bepaalde rust nodig hebben. Als je te veel te verwerken krijgt, zet je je stekels uit, daarom reageren mensen zo opgefokt. We moeten een manier vinden om met die mobiele telefoon om te gaan. Want iedereen heeft die rust nodig.' Van den Broek heeft met zichzelf afspraken gemaakt over het gebruik van zijn mobieltje. Zodra hij thuis is, gaat de telefoon uit. Voor werk mag hij alleen worden gebeld als het echt nodig is. 'Ik heb een goede assistente die de boel filtert', zegt hij opgelucht.

Het valt ook Karman op dat mensen in toenemende mate asociaal gedrag vertonen. In de auto probeert iedereen links en rechts voor te dringen. Er is weinig verdraagzaamheid. Het stoort haar. 'Zelf stop ik om iemand te laten oversteken, maar als ik zelf oversteek, stopt niemand. Ik heb het gevoel dat de maatschappij een stuk harder wordt. Waardoor? Ik ben volstrekt atheïstisch, ik geloof niet in dingen die niet bestaan. Maar ik denk wel dat gelovige mensen binnen hun gemeenschap uiterst betrokken zijn bij elkaar en dat lijkt me goed. We zijn sociaal binnen onze gemeenschap maar asociaal naar buiten. Dat zit in de mensheid. In stamverband zorgen we voor elkaar, maar daarbuiten slaan we elkaar de hersens in. En nu zijn we helemaal het gevoel kwijt dat we ergens bij horen. Daarom hebben we ook geen reden meer om sociaal te zijn. Internet werkt in de hand dat mensen onpersoonlijker worden. Je kan makkelijker vriendschappen sluiten met mensen over de hele wereld en daarom heb je minder behoefte aan een goede relatie met mensen in je eigen straat.'

Geloven ze in een hiernamaals, in een bestaan na de dood? Denken ze wel eens aan hun eigen dood? Van den Broek lacht gegeneerd: 'Misschien als ik in een storm in een vliegtuig zit. Ik koester meer het idee van sterfelijkheid. Dan realiseer ik me dat ik eindig ben en dat ik nog zoveel wil doen.' Ekel schiet in de lach en zegt: 'Nee!' en dan: 'Ja! Ik denk er wel eens aan dat ik doodga, maar niet te lang. Ik gebruik het vooral in de hangmat: doe ik de goede dingen? Als ik nu dood zou gaan, ga ik dan met een glimlach?'

Door het besef van je sterfelijkheid ga je meer dingen doen, meent Karman. 'Als ik doodga, wil ik het állemaal hebben gedaan. Maakt niet uit wat, gewoon wat ik zelf leuk vind, snowboarden bijvoorbeeld.' Han Gerrits hoopt dat er veel mensen bij zijn graf zullen staan die zeggen: jammer dat hij er niet meer is. 'Want dan heb ik wat betekend voor mensen, op welke manier dan ook.' En Merien ten Houten? Die hoopt dat zijn eigen dood snel en pijnloos zal verlopen. Maar het liefst gelooft hij dat hij onsterfelijk is. 'Dat is het voordeel van jong zijn', zegt hij met een stalen gezicht. 'Ik denk ook dat je moet leven alsof je onsterfelijk bent. Je moet doen waar je zin in hebt. Ik geloof dat ik hierna niet de kans zal hebben om spijt te krijgen, dus ik vind dat ik gewoon lol moet trappen. En als het voorbij is, is het voorbij. Ik zal nooit een begrafenisverzekering afsluiten, dat vind ik zo'n nonsens. Mijn nabestaanden moeten er maar voor zorgen dat ik in de grond kom of word gecremeerd. Dat zoeken zij maar uit.' M

Rosan Hollak is freelance journalist. Ze werkt o.m. voor Vrij Nederland, de Groene Amsterdammer en het Algemeen Dagblad.

Louis Visser is freelance illustrator. Zijn werk verscheen o.m. in Playboy, Elle en Holland Herald.

[streamliners] 'Ik moet wel het gevoel hebben dat ik op de rand leef'

'Ik wil niet dat anderen beslissen wat goed voor mij is'

,Ik ben hier zo geconcentreerd bezig dat ik geen moment aan privé- zaken denk'

'Ik kan goed voorspellen wat over drie, vier jaar belangrijk is'

'Als ik doodga, wil ik het állemaal gedaan hebben'