Pauselijk excuus niet onomstreden

De onfeilbare heilige vader heeft al vaker gevraagd om vergeving van de zonden van zijn katholieke kerk.

De mea culpa's over kerkelijke fouten in het verleden weerklonken de laatste jaren regelmatig in het Vaticaan, maar onomstreden zijn de publieke schuldbelijdenissen van de katholieke kerk niet.

In de jaren negentig riep paus Johannes Paulus II de katholieke kerk een aantal malen op tot zelfonderzoek naar in het verleden gemaakte fouten. In 1992 rehabiliteerde de kerk de astronoom Galileï, die in het begin van de zeventiende eeuw was veroordeeld wegens zijn bewering dat de aarde om de zon draaide. De kerk begon ook een onderzoek naar de uitwassen van de kerkelijke inquisitie, de ketterjacht die al in de dertiende eeuw op gang kwam. Om het derde millennium met een schone lei te kunnen beginnen zou de kerk ,,de duistere aspecten uit haar geschiedenis moeten herzien'', schreef de paus.

Het meest gevoelig ligt daarbij traditioneel de relatie tussen de kerk en de joden. In maart 1998 gaf het Vaticaan een document uit, waarin wordt vastgesteld dat individuele katholieken door nalatigheid medeschuldig zijn aan de holocaust. In het veertien pagina's tellende document werd echter vastgesteld dat de toenmalige paus Pius XII ten onrechte verweten werd dat hij nooit heeft geprotesteerd tegen jodenvervolging. Het document maakte onderscheid tussen anti-judaïsme en antisemitisme. Aan het eerste heeft de katholieke kerk zich door de eeuwen heen schuldig gemaakt, maar het antisemitisme onder Hitler ,,had zijn wortels buiten het christendom''.

Op zondag 12 maart 2000, een heilig jaar, bereikte het kerkelijke mea culpa een hoogtepunt door een publieke schuldbelijdenis door Johannes Paulus in het Vaticaan in samenspraak met een aantal kardinalen en bisschoppen. De kerk vroeg om vergiffenis voor intolerantie jegens andersdenkenden en dissidenten en voor onderlinge strijd en verdeeldheid tussen christenen. Hij zei dat christenen vaak een gebrek aan respect hebben getoond voor andere rassen en andere etnische groepen, voor vrouwen, voor zigeuners en immigranten. De paus vroeg ook om vergeving voor het gebrek aan steun van christenen voor wie honger heeft en arm is, voor wie vervolgd wordt en gevangen is gezet, en voor het ongeboren leven.

Tien dagen later herhaalde de paus tijdens een bezoek aan Israël zijn diepe droefenis over ,,de haat, vervolging en uitingen van antisemitisme van christenen jegens joden''. Ook toen ging hij niet in op de rol van paus Pius XII tijdens de Tweede Wereldoorlog.