`PAARS IS BANG'

Het onderwijs krijgt een neoliberale sfeer. En daar is Mohammed Rabbae fel tegen. Deel zes in een serie gesprekken met onderwijswoordvoerders.

Mohamed Rabbae (60) praat graag in voetbaltermen. Het onderwijs is als een groot voetbalveld, doceert hij. Om zijn woorden te illustreren strijkt hij over een vel papier. ,,En kijk hier eens.'' Een klein kladblaadje legt hij ernaast. ``Dit veldje is het onderwijs aan allochtonen in hun eigen taal, dat altijd onder druk staat. Hoe kunnen ze nou roepen dat het geld hiervoor verspild is, terwijl het maar op een bijveldje gespeeld wordt?''

Rabbae is sinds 1994 onderwijswoordvoerder voor de Tweede-Kamerfractie van GroenLinks. Daarvoor had hij een opmerkelijke carrière achter de rug. In zijn geboorteland Marokko stond hij twee jaar voor de klas, was hij enige tijd midvoor in de Marokkaanse eredivisie en was hij als student betrokken bij het zogenoemde `broodoproer' in 1965, gericht tegen het toenmalige bewind. Een jaar later vertrok hij naar Nederland, waar hij onder meer directeur werd van het Nederlands Centrum Buitenlanders.

Rabbae: ``Ik heb in Marokko gevochten tegen onrechtvaardigheid. Als ik zie dat de Nederlandse overheid mensen ongelijk behandelt, merk ik dat ik daar extra gevoelig voor ben. Ik heb daar een extra antenne voor gekregen.''

Wat heeft Paars II het onderwijs opgeleverd?

``Er is een andere sfeer in het onderwijs gaan heersen. VVD-minister Hermans slaagt er in zijn eentje in een neoliberale koers te varen. Hij benadrukt de verschillen in het onderwijs. Verschillen in niveau van leerlingen, verschillen tussen universiteiten onderling.

``Staatssecretaris Adelmund, nota bene een sociaal-democraat, kan hier te weinig tegenover stellen, hoewel ze het vast niet overal mee eens zal zijn. Het tegenwicht dat ze zou moeten bieden, blijkt in de praktijk erg zwak. De PvdA heeft sindsdien haar idealen van zich afgeschud. Het is een partij in het defensief geworden, bezig de schade zo beperkt mogelijk te houden.''

Waar blijkt dat uit?

``Kijk maar naar het debat over het vmbo. Adelmund was, net als wij, vóór het behouden van de mogelijkheid voor vmbo-leerlingen om naar het havo en vwo te kunnen doorgroeien. Dat creëert kansen voor kinderen, een wezenlijk sociaal-democratisch uitgangspunt. Toch heeft ze haar steun ingetrokken, omdat de coalitie er anders over dacht dan zij. Dan breekt mijn allochtone klomp. Het onderwijsbeleid van paars gaat over verschillen en verscheidenheid, niet over het eerlijk verdelen van kansen.''

Wat u het benadrukken van verschillen noemt, noemt de minister het creëren van een hoogvlakte met toppen. Wat is daarop tegen?

``Ik heb niets tegen mooie toppen, maar ik kan niet accepteren dat het Nederlandse onderwijs eruit gaat zien als dat in de Verenigde Staten. Ik wil geen topuniversiteiten als dat betekent dat die alleen voor kinderen met ouders met dikke portefeuilles te betalen zijn, terwijl de kinderen van minder draagkrachtigen op mindere universiteiten terechtkomen. In zijn ambitie om met de grote jongens in het buitenland mee te doen, is de minister bang voor het creëren van gelijkwaardige kansen voor iedereen. Hij denkt dat dat zal leiden tot middelmaat, grijze muizen en matige studenten.''

Meer aandacht voor topuniversiteiten en -opleidingen hoeft toch niet direct te leiden tot minder goede onderwijskansen voor achterstandsgroepen?

``Het onderwijs moet de spil zijn in het bieden van gelijkwaardige kansen. We koersen echter af op een anglo-amerikaanse invulling van het onderwijs, waardoor dat principe steeds meer onder druk komt te staan. Er moet meer autonomie voor scholen komen, collegegelden mogen van de minister gedifferentieerder en scholen mogen zelf op zoek gaan naar geldschieters. Het is dat de Tweede Kamer hem af en toe weet tegen te houden, maar de minister maakt ruim baan voor het bedrijfsleven door marktwerking en sponsoring toe te laten.''

De scholen vragen hier zelf om, wie ben ik om ze dat dan te verbieden, is het verweer van de minister.

Fel:``Schande! Ik hoor hem dan eigenlijk zeggen dat hij het falen van zijn beleid accepteert en dat hij voor onvoldoende middelen heeft gezorgd. Hoe je het ook bekijkt, sponsoring is een middel dat de tweedeling in het onderwijs vergroot. Niks vrijblijvend extraatjes verstrekken, zoals de minister wil doen geloven. De realiteit is dat scholen moeten bedelen bij bedrijven, die straks selectief gaan opereren. Als bedrijf wil je je toch associëren met die succesvolle, blanke school? Kijk andermaal naar het voetbal: ABN Amro sponsort Ajax met veel geld, terwijl een club als De Graafschap het veel moeilijker heeft om aan geldschieters te komen.''

En mag een school een loterij organiseren om aan geld te komen?

``Ook dat is een bewijs van armoede van de politiek. Ik vind dat al heel verwerpelijk. Kennelijk is het al zo ver dat een school het veld van gokkerij moet betreden om aan voldoende middelen te komen. Ik begrijp heel goed dat een school van alles probeert om geld te verdienen, maar dit moet de politiek zich aantrekken. Aan de staat van het onderwijs zie je immers of een natie zichzelf serieus neemt.''

Meer geld voor de scholen dus. En dat komt er ook, 2,1 miljard extra voor het onderwijs in 2002.

``Dat is veel te mager, er is veel meer geld nodig om af te rekenen met alle jaren van bezuinigingen. Er moet het komend begrotingsjaar zeker vier miljard bovenop om de achterstanden in het onderwijs te kunnen omzetten in een voorsprong. Lerarentekort, ziekteverzuim, het zijn uitwassen van een veel groter probleem. De organisatie van het personeel en management is nog niet goed. Leraren moeten meer betrokken raken bij beleid, zélf keuzes maken.''

Dat vindt Hermans toch óók. Scholen moeten niet te veel naar Zoetermeer kijken.

``Hij draait de zaken om. Zoetermeer moet zélf minder naar de scholen kijken. De minister heeft het constant over een mentaliteitsomslag van het onderwijs, maar hij moet bij zichzelf beginnen. Neem bijvoorbeeld de controle en het toezicht. In het hoger onderwijs wordt dat door visitatiecommissies gedaan die bestaan uit mensen uit het `veld'. Terwijl dat niet zou kunnen in het basis- en voortgezet onderwijs. In Engeland doen docenten zélf onderzoek naar nieuw beleid, waarom kan dat hier niet?''

Ondersteunt u dan niet Hermans' pleidooi voor meer autonomie voor scholen?

``Jawel, alleen vind ik wel dat autonomie steeds meer een modewoord aan het worden is, dat in tijden van zuinigheid de kop opsteekt. Het geld is op, dan doen we dit in de aanbieding. Autonomie is goed, omdat het scholen helpt volwassen organisaties te worden. Er moeten echter wel duidelijke grenzen gesteld worden, duidelijker dan nu gedaan wordt. De toegankelijkheid van scholen mag er niet onder lijden en de minister moet verantwoordelijk blijven voor de kwaliteit van het onderwijs. Ik moet Hermans nageven dat hier met hem een open debat over gevoerd kan worden. Het is een man van praktische problemen en pragmatische oplossingen en hij luistert naar onze argumenten.''

Maar hij voert ze kennelijk niet uit.

``Niet altijd, maar dat mag. Wij zijn de oppositie, hij is de minister. Ik vind het al heel wat dat hij niet de houding uitstraalt van: ik zit hier alleen om de coalitie te dienen, de oppositie kan mij gestolen worden.''