MOE 2

De brief van mevrouw Y. Jansen van de Steungroep ME en Arbeidsongeschiktheid (W&O, 21 april) naar aanleiding van het vraaggesprek met Prins en Bleijenberg over cognitieve gedragstherapie (CGT) bij chronisch vermoeidheidssyndroom bevat een dusdanige reeks flagrante onwaarheden, dat wij ons genoopt voelen kort te reageren op de aspecten die ons onderzoek betreffen. In de eerste plaats is in ons onderzoek de diagnose niet gesteld op moeheid maar op het complex van symptomen zoals neergelegd in de CDC-criteria. Alleen patiënten met ernstige beperkingen – op gestandaardiseerde wijze gemeten – zijn door ons in het onderzoek opgenomen.

Het is onjuist dat er alleen een behandelingseffect van CGT op moeheid zou zijn: in ons onderzoek wordt aangetoond dat beperkingen op verschillende terreinen significant afnemen. CGT is de enige behandeling die bij chronisch vermoeidheidssyndroom in gecontroleerde studies meermalen is onderzocht en die werkzaam blijkt. Het effect blijkt in een tweetal onderzoekingen ook na jaren te beklijven.

De overige verdachtmakingen in de richting van onze Nijmeegse onderzoeksgroep zijn van dien aard dat wij daarop niet wensen in te gaan. Wel zij opgemerkt dat de grotere acceptatie van chronisch vermoeidheidssyndroom bij Nederlandse medici en niet-medici in de afgelopen jaren mede door inspanningen van onze groep tot stand is gekomen.