Lijfwachtland

De sfeer in Baskenland lijkt op die in Duitsland tijdens de opkomst van de nazi's. Wie opstaat tegen de ETA krijgt een kogel door zijn kop. De politie komt alleen na een verzoek per fax. Zullen de verkiezingen van 13 mei zorgen voor een ommekeer?

Je denkt, zegt de wetenschapper die in de lift naast een bompakket stond, dat overkomt alleen een ander. Je weet dat je een doelwit bent, maar tegelijkertijd kan je je niet voorstellen dat ze je zullen vermoorden, meent de oud-politicus die door zijn gezicht werd geschoten.

In de Baskische steden en dorpen lopen raads- en parlementsleden van de Baskisch-nationalistische PNV of de radicale ETA-partij Euskal Herritarrok ongehinderd over straat. Hun socialistische en conservatieve collega's zijn onmiddellijk herkenbaar aan de vierkante lijfwachten die in hun schaduw lopen. Voor de zevende maal sinds 1980 gaan de Basken 13 mei naar de stembus om een regering te kiezen die de twee miljoen zielen tellende regio in het noordwesten van Spanje moet gaan besturen. Nog nooit was er een zo duidelijke tweedeling: de ene helft loopt met bescherming, de andere zonder.

Het gevaar beperkt zich niet tot politici. Iedereen die niet het nationalistische gedachtegoed omhelst, vormt een potentieel doelwit. Professor Francisco Llera, hoofd van de faculteit politieke wetenschappen van de Universiteit van Baskenland, had het pakje zien liggen toen hij de lift naar boven nam voor zijn ochtendcollege. Zeker door de postkamer vergeten, schoot door zijn hoofd. Het bleek drie kilo dynamiet. De lijfwacht van een collegadocent journalistiek had het pakket ontdekt. Sindsdien wordt ook Llera permanent bewaakt.

In Baskenland is dagelijks een leger van meer dan drieduizend lijfwachten in de weer om de circa 700 mogelijke doelwitten van de Baskische terreurbeweging ETA te bewaken. Het zijn politici, journalisten, professoren, vredesactivisten. Het feit dat ze op een of andere manier kenbaar hebben gemaakt het niet eens te zijn met de nationalistische doelstellingen van de ETA bracht hen in vizier. Professor Llera: ,,Niets is meer hetzelfde met die lijfwachten in de buurt. Je gaat niet meer naar het café, je mijdt het theater.'' De cursus hoe-voorkom-ik-te-worden-opgeblazen bevat een handleiding om je auto te controleren op mogelijke bommen. Manuel Montero, rector van de Universiteit van Baskenland, op de campus even buiten Bilbao: ,,Een wandelingetje met je dochters wordt een hele veiligheidsoperatie. Je kan 's avonds het vuilnis niet meer buiten zetten. Niet dat ik nu zo hecht aan het recht om 's avonds het vuilnis buiten te zetten, maar toch.'' Regionaal hoofdredacteur van El País Ander Landaburu: ,,Laatst had ik een etentje met drie oude vrienden die net als ik onder Franco lid waren van de ETA. Zie ik vanaf mijn tafel mijn lijfwacht met drie andere kerels praten. Wie zijn dat, vraag ik. Blijken het de lijfwachten van mijn vrienden te zijn.''

In het geval van El País kwam de verrassing november vorig jaar in de vorm van twee kilo springstof in een plantenbak naast de huisdeur van journaliste Aurora Intxausti. Zij, haar man en hun achttien maanden oude zoontje ontsnapten bij thuiskomst aan de dood omdat het ontstekingsmechanisme dienst weigerde. Intxausti had de ETA onwelgevallige verhalen geschreven.

De journaliste vertrok uit Baskenland. Ze kon de aanslag emotioneel niet verwerken, vertelt hoofdredacteur Landaburu. De hoogleraar journalistiek tegen wie het bompakket op de universiteit was gericht vertrok eveneens. Net als José María Portillo, professor contemporaine geschiedenis en Mikel Azurmendi, professor in de antropologie. Ze sloten zich aan bij het groeiende leger van Basken dat de bedreigingen van de ETA niet langer aankan en wegtrekt.

Monster

ETA, vertellen de Basken die de neergang van nabij hebben meegemaakt, is het tragische voorbeeld van een beweging die gaandeweg is veranderd in het monster waar het ooit tegen ten strijde trok. Eind jaren vijftig ontstond de ETA als een militante beweging van voornamelijk studenten die het fascisme van dictator Francisco Franco desnoods met geweld uit Baskenland wilde verdrijven. Aanvankelijk had het meer het karakter van een ondergrondse praatclub. In 1973 werd Franco's gedoodverfde opvolger, admiraal Luis Carrero Blanco, met auto en al de lucht ingeblazen bij terugkomst van zijn ochtendmis. Het was een spectaculaire aanslag en een staaltje verzetsromantiek waarmee de ETA in Europa breed sympathie won.

Na de dood van Franco in 1975, de algemene amnestie voor ETA-leden en de invoering van de democratie begon het moorden van de ETA echter pas goed op gang te komen. De beweging had inmiddels een groot aantal ideologische ruzies achter de rug, waarbij het telkens de tegenstanders van het geweld waren die vertrokken om politicus, wetenschapper of journalist te worden. Voor hen die achterbleven, begon het geweld steeds meer de kern van de ideologie te vormen. Begin jaren tachtig vermoordde de beweging honderden politieagenten, politici en burgers. Het totale aantal slachtoffers is inmiddels opgelopen tot rond de achthonderd. En de ETA gaat door. Want Baskenland als onafhankelijke staat is nog steeds niet in zicht.

Baskenland, zo zegt politicoloog en opinie-onderzoeker Francisco Llera, begint steeds meer te lijken op een hedendaagse uitvoering van het Duitsland tijdens de opkomst van de nazi's. Alleen zo valt iets te begrijpen van de hardnekkigheid waarmee de ETA zijn voortbestaan kan rekken. Het is de terreur van geweld en angst uitgevoerd door een kleine kern van nationalistische fanatici, die zich al dan niet passief gesteund weet door een veel bredere groep van familie, vrienden, hun eigen kranten, radio's, sportclubs en soms complete dorpen. Met hulp van de legale, radicale partij Euskal Herritarrok wordt daarbij de fictie in stand gehouden dat Baskenland een door Spanjaarden bezet gebiedsdeel is. Maar ook de grootste partij van Baskenland, de `gematigd' nationalistische PNV, die al twintig jaar lang deze uiterst autonome regio bestuurt, verspreidt voortdurend de boodschap dat Franco nog steeds aan de macht is. Een hele generatie Baskische jongeren is grootgebracht met dit gedachtegoed. En anno 2001 spreekt de PNV nog steeds van de onderdrukkers van Baskenland in Madrid. De partij begon deze verkiezingscampagne met het eisen van excuses van de huidige conservatieve regering van premier Aznar voor het bombardement tijdens de Burgeroorlog in 1937 op het Baskische stadje Guernica. In zo'n sfeer is het gooien van een molotovcocktail naar een niet-nationalist al snel een daad van logisch verzet.

Vooral sinds 1998 is de situatie aanzienlijk verslechterd. In dat jaar gooide de PNV het op een akkoordje met de ETA. In het zogenaamde `Pact van Lizarra' werd besloten voortaan gezamenlijk op te trekken met als doel de stichting van een onafhankelijke Groot-Baskische staat, die behalve de huidige regio ook de regio Navarra en een aantal gebieden in Frankrijk zou moeten omvatten. Het was een riskante koerswijziging van PNV-partijleider Xabier Arzalluz, die al meer dan twintig jaar de partij met ijzeren hand leidt. Want onder de aanhang van de PNV is het enthousiasme van dergelijke afscheidingsidealen betrekkelijk gering. En de steun in de overige delen van het toekomstige Groot-Baskenland is vrijwel te verwaarlozen. Maar volgens Arzalluz was het pact de enige manier om de ETA definitief de wapens neer te laten leggen.

Het werd een dramatische mislukking. Omdat het niet snel genoeg ging met de oprichting van het Groot-Baskenland hervatte de ETA na krap anderhalf jaar `wapenstilstand' de moordpartijen. De minderheidsregering van de PNV moest machteloos toezien hoe de radicale ETA-aanhang niet langer in het Baskische parlement verscheen om zijn steun te verlenen aan het nationalistische blok. De niet-nationalistische oppositie van conservatieven en socialisten was nu in de meerderheid. Baskenland werd totaal onregeerbaar.

Zonnebrillen

Professor Azurmendi is voor de Baskische verkiezingen met lijfwachten en al teruggekomen uit zijn ballingschap. Hij is als spreker aanwezig bij een manifestatie van de burgervredesbeweging Basta Ya (Genoeg Nu) in de Kursaal van San Sebastián. Aan de ingang slaan tientallen brede mannen elkaar op de schouders bij wijze van begroeting. Ze zijn herkenbaar aan paardenstaartjes, zonnebrillen en bobbels ter hoogte van hun oksel. ,,Het lijkt hier wel een vakbondsvergadering van lijfwachten'', grapt een van hen.

Opstand der gehangenen. Zo laat zich de sfeer in het congrescentrum het beste samenvatten. Binnen in de volle congreszaal zitten duizenden slachtoffers van de ETA-terreur, hun familie, sympathisanten, kunstenaars en politici. Voor het eerst heeft Basta Ya het aangedurfd een zo grote manifestatie te organiseren. Het draait uit op een middagje massatherapie waarin jaren van frustraties over de nationalistische onderdrukking in Baskenland worden afgereageerd.

Op het toneel spreken de zuster van Miguel Angel Blanco, het jonge conservatieve raadslid dat 1997 door de ETA werd vermoord en de weduwe van Fernando Buesa, de socialistische woordvoerder in het Baskische parlement die vorig jaar werd opgeblazen. Een ongebruikelijke vertoning om links en rechts in Spanje zo verenigd te zien. De socialistische lijsttrekker in Baskenland, Nicolás Redondo en zijn conservatieve collega Jaime Mayor Oreja staan hand in hand met de Baskische filosoof Fernando Savater, een van de boegbeelden van de Basta Ya-beweging. De boodschap is duidelijk: socialisten en conservatieven zullen gezamenlijk optrekken tegen het Baskische nationalisme.

Aan Azurmendi heeft het publiek een goede. Zoals hij daar op het podium staat in zijn leren jack, met zijn brede snor en vierkante gestalte is hij de vleesgeworden onverzettelijkheid. De antropoloog ontvluchtte Baskenland voor een tijdelijk gastdocentschap in de Verenigde Staten. In de Franco-tijd was hij ETA-lid, nu heeft hij een column in het conservatieve dagblad Abc. Geen wonder dat hij als verrader hoog genoteerd staat op de hitlist van de ETA.

Het Baskisch nationalisme is verworden tot racisme en fascisme, zo zweept Azurmendi het publiek op. Het Euskera, zijn geliefde Baskische moedertaal, spreekt Azurmendi niet meer in het openbaar. Uit protest, omdat het ETA-tuig zijn moordcommuniqués er in opstelt. Het publiek begrijpt het, juicht en klapt uitzinnig.

Zelfs zaken van nationale trots zijn slachtoffer van de terreur van de ETA. De beroemde Baskische koks worden afgeperst om ,,revolutionaire belasting'' te betalen. Bij wijze van waarschuwing vermoorde de ETA de kok van een politie-kazerne. Ook de Baskische taal wordt gepolitiseerd door het nationalisme. ,,De vijanden van het Euskera hebben geen recht te leven in ons volk'', zo vat de ETA de educatieve doelstelling samen. Wie Baskisch spreekt, wordt op den duur vanzelf wel een goed nationalist, zo is de redenering.

Wie ook klapt voor Azurmendi is José Ramón Recalde (70). Jarenlang was hij de socialistische regiominister van Onderwijs in Baskenland in de coalitieregering met de PNV. Het was Recalde die het Baskisch in het openbaar onderwijs invoerde. Hij zit er wat bleek en teruggetrokken bij. Vorig jaar schoot een ETA-terrorist hem door het hoofd. De kogel ketste af op de titanium inlay in zijn kaak. Recalde overleefde de aanslag, maar heeft moeite met praten en lijdt aan depressiviteit.

Het geweld in Baskenland kan surrealistische trekken aannemen. Recalde's echtgenote is María Theresa Castells. Zij is sinds 1968 eigenaar van de boekhandel Lagun (`vriend' in het Baskisch) op het centrale plein in de oude binnenstad van San Sebastián. Onder Franco was het een ontmoetingspunt en verzetshaard van voornamelijk socialistische intellectuelen. Castells en Recalde werden regelmatig vervolgd. In de jaren tachtig vestigden zich twee straten verderop bij Lagun de kroegen waar de jeugdige ETA-aanhang dagelijks kwartier maakt. Pukkelige tieners, een jointje in de hand, een haarmatje, veel oorringen, gympen, een katoenen trui met capuchon. Een soort gepolitiseerde heavy metal: jeugdige stormtroepen van het radicale nationalisme die met hun molotovcocktails terreur zaaien bij de politieke tegenstanders. Kale Borroka, de Straatoorlog, heet het in de nationalistische terminologie. De oude binnenstad van San Sebastián geldt als een no go area voor bekende niet-nationalisten. De politie laat er zelden zijn gezicht zien.

Lagun werd het favoriete oefenobject voor de ETA-jeugd. Vrijwel wekelijks werden de ruiten ingegooid, de boeken verbrand en de sloten dichtgekit. Vorig jaar werd de boekhandel gesloten, inmiddels is een nieuwe, rustiger locatie gevonden buiten het oude centrum.

Abortus

De Ertzaintza, de Baskische regiopolitie, trad de afgelopen jaren weinig op tegen het aanhoudende geweld van de ETA-aanhang. Slachtoffers die werden aangevallen en het alarmnummer belden kregen soms het verzoek of ze een fax konden sturen. Aan de agenten ligt het niet: de woordvoerder van de politievakbond Iñaki Castro liet vorige week via de Spaanse radio weten er schoon genoeg van te hebben telkens maar machteloos te moeten toezien. Het was de politieke top van de PNV die hiervoor verantwoordelijk was, zo viel uit de woorden van de vakbondsman op te maken. De politie-eenheid die speciaal was ingericht om de Kale Borroka van de ETA-jeugd te bestrijden werd opgedoekt door de PNV na het pact met de ETA. Een patrouille van de Ertzaintza trad voortaan alleen nog maar op als ze daartoe telefonisch opdracht kreeg vanuit het centrale hoofdkwartier. Zelden werden arrestaties verricht onder de gooiers van de brandbommen. ,,Er is een groep die ongestraft zijn gang kan gaan. Dat kan zo niet langer. Dat moet zelfs de PNV beseffen. Vijfhonderd van mijn collega's zijn exclusief ingezet om burgers te bewaken. Tachtig procent van de Basken is bang'', aldus Castro. Als het moet, zei de politie-agent, kan de Ertzaintza best effectief zijn. Toen begin maart een agent van het corps werd opgeblazen door een autobom, werden de daders binnen een uur gearresteerd. Het bleek te gaan om twee voormalige leden van de ETA-jeugdbeweging.

Een regio waar de democratische grondrechten systematisch geschonden worden als gevolg van nationalistische terreur. Terwijl de louter verbale dreigingen van de Oostenrijkse rechts-radicale leider Jorg Haider al genoeg waren voor grote opschudding, liet de Europese Unie de schendingen van de mensenrechten van de Baskische burgers lange tijd links liggen. Pas de laatste tijd lijkt er op Europees niveau sprake van enige bewustwording. De voortzitter van het Europese parlement Nicole Fontaine ging in Baskenland op bezoek en vroeg met enige regelmaat aandacht voor de slachtoffers. Basta Ya won vorig jaar de Europese Sacharov-prijs voor haar werk als burgerbeweging.

De Basken zelf hebben ook genoeg van de situatie, maar de politieke oplossing hangt sterk af van de machtverhoudingen na de verkiezingen. De niet-nationalisten menen dat het tijd is dat de nationalisten van de PNV electoraal gestraft worden voor hun pact met de ETA, dat welliswaar opgeschort is, maar nog steeds niet definitief verbroken. De PNV speelt in op de angst voor verandering en waarschuwt dat met een conservatieve, niet-nationalistische regiopresident Mayor Oreja de ETA een excuus heeft om nog harder toe te slaan.

Buiten op straat bij de kursaal in San Sebastián hangt de poster waarmee de ETA-partij Euskal Herritarrok de verkiezingen in gaat. ,,Een nieuwe natie staat op het punt geboren te worden'', zo meldt de tekst naast de ontblote buik van een hoogzwangere vrouw. Tegenstanders hebben een banier over de poster geplakt: `Legalisering van abortus nu!' Dit soort grappen is nieuw en niet zonder risico. ,,Natuurlijk zijn we bang voor de ETA'', zegt een jongen die juist de Basta Ya-manifestatie verlaat. ,,Maar de zaken zijn aan het schuiven. We moeten onze angst zien te overwinnen.''