Kogelgat in het poldermodel

Burgemeester Haanstra van Stede Broec werd 17 april op het tuinpad voor zijn garage in zijn gezicht geschoten. Niemand weet wie het gedaan heeft en waarom. Drie Noord-Hollandse lintdorpen na `de gebeurtenis'. `Ik ben niet angstig. Maar over een uur misschien wel.'

In Verenigingsgebouw De Wurf, naast het dorpsplein van Lutjebroek, zitten veertig bejaarden aan lange tafels. Ze drinken koffie en oranjebitter, ze hebben briefjes voor zich met cijfers erop, ze kienen. Het is Koninginnedag, eind van de ochtend. Bijna allemaal hebben ze al een prijs gewonnen: een fles advocaat, een reep chocola, een pak koffie, koekjes. Burgemeester Jan Haanstra komt binnen, hij loopt langs de bar naar de tafels. Zwart pak met smalle krijtstreep, oranje stropdas. De bejaarden kijken op, dan klappen ze. ,,Zo'', zegt Haanstra. ,,Ik dacht, kom, ik zal mijn gezicht maar eens laten zien.''

Niemand zegt wat. Zijn gezicht – dat was het eerste waar ze naar keken. De wond bij zijn jukbeen, zijn opgezwollen wang. Haanstra wenst ze `een prettige dag verder' en loopt door naar de zaal waar bejaarden aan het koersballen zijn. Opnieuw wordt er geklapt. En opnieuw zegt de burgemeester: ,,Zo, ik dacht, ik zal mijn gezicht maar eens laten zien.'' Hij vraagt of de bejaarden het naar hun zin hebben. Een halve minuut later zit hij aan de bar, hij krijgt een bekertje sinas. In de zaal gaat het kienen verder. ,,Zijn er nog mensen die géén prijs hebben?'', vraagt de vrouw die de getallen voorleest. Petronella Kok, tachtig jaar, steekt haar hand op. Maar ze let niet meer op het spelletje, ze kijkt naar de burgemeester, ze glimlacht. ,,Er is iemand die de pest aan hem heeft'', fluistert ze. Jan Haanstra, burgemeester van Lutjebroek, Grootebroek en Bovenkarspel – samen gemeente Stede Broec – werd twee weken geleden beschoten, voor de deur van zijn huis. De kogel bleef steken in zijn wang. ,,Ik vind dat het erg opgeblazen wordt'', zegt Petronella Kok. ,,Het kan geen echte kogel zijn geweest, ik denk dat het een propjesschieter was.''

De sinas is op, de burgemeester wil weg. Zijn vrouw Lydia loopt achter hem aan. Ze heeft een witte broek aan en een wijde gele sweater. De hele ochtend zijn ze al op straat. Haanstra reikte de prijzen uit voor de fietsversierwedstrijd in Grootebroek, hij was op de vrijmarkt, hij keek naar het ballonnetje prikken in Lutjebroek. Tussendoor was hij even thuis. Hij vertelde over een werknemer van het gemeentehuis die in maart ziek werd, kanker. Vorige week werd hij begraven. En over zijn zwager. Kanker in zijn hoofd. Ook Haanstra's eerste vrouw had kanker, binnen een paar maanden was ze dood. De burgemeester: ,,Je vraagt je af wat het ergste is. Ziekte en zeer maakt iedereen mee, je kunt het delen. En het gebeurt niet in één klap. Dit wel. Het is een film die zich steeds weer voor mijn ogen afspeelt.'' Het verbaast hem dat hij niet bang is. ,,Maar dat kan morgen anders zijn. Of over een uur.''

Jan Haanstra werd op dinsdagavond 17 april beschoten, na een raadsvergadering. De laatste tijd werden meer burgemeesters en wethouders bedreigd. Maar nooit zo ernstig. Haanstra wilde zijn auto in de garage zetten, een man kwam `uit het niets' te voorschijn en richtte zijn wapen op zijn gezicht. Niemand weet wie hij was en waarom hij het gedaan heeft. Wat voor dorp is Stede Broec, dat daar zoiets kan gebeuren? En wie is Haanstra?

Stede Broec is een lang lint van drie dorpen tussen Hoorn en Enkhuizen, aan het IJsselmeer. In 1979 werden ze samengevoegd, het aantal inwoners was in tien jaar gestegen van acht- naar ruim twintigduizend. De nieuwelingen kwamen bijna allemaal uit Amsterdam. Grootebroek en vooral Bovenkarspel waren aangewezen als `semigroeigemeenten', de echte groeigemeenten waren Purmerend, Hoorn en Alkmaar. Lutjebroek kreeg veel minder nieuwbouw, de grond was er te moerassig. Lutjebroekers, zegt iedereen, zijn anders dan de mensen uit Grootebroek en Bovenkarspel. Meer in zichzelf gekeerd, ze vieren Koninginnedag zonder `buitenpoorters'.

Toen de overloop uit Amsterdam begon, was de ruilverkaveling al voorbij. In 1979 waren akkertjes, bosjes en sloten veranderd in grote groene vlaktes, doorsneden door rechte wegen. Bollen, bloemkolen, aardappelen. De doorgaande straatweg tussen Hoorn en Enkhuizen, aangelegd in de zeventiende eeuw, werd in 1985 voor het eerst onderbroken: er kwamen een nieuw winkelcentrum en een nieuw gemeentehuis. Vierduizend handtekeningen tégen werden er verzameld, maar burgemeester Haanstra zette door. De meeste stolpboerderijen waren in die tijd al gesloopt. ,,Niemand die daar ooit een probleem van heeft gemaakt'', zegt de gemeentesecretaris.

Maar Stede Broec is zo gewoon, zo Nederlands, dat er nu wél weer actie wordt gevoerd voor het postkantoor uit de jaren twintig. Dat moet blijven. En in nieuwe wijken worden sloten niet meer gedempt. Ontwerpers vinden nu dat water `waarde' heeft voor mensen. Het gemeentebestuur maakt plannen voor appartementen op het winkelcentrum. Ook daar zijn mensen tegen. Maar het zal gaan zoals het met alles gaat in Stede Broec: er wordt net zolang gepraat tot iedereen het met elkaar eens is. ,,Daar zorgt Haanstra wel voor'', zegt de gemeentesecretaris.

De burgemeester van Stede Broec komt uit Rotterdam, de gemeentesecretaris uit Beverwijk. Twee wethouders komen uit Amsterdam, een uit Breezand. Lutjebroek, Grootebroek en Bovenkarspel worden allang niet meer bestuurd door mensen `van hier'. Mensen `van buiten' nemen de beslissingen. Of er een asielzoekerscentrum moet komen. En dat Stede Broec bij de nieuwe gemeentelijke herindeling zéker niet met Enkhuizen wil samengaan. Want Enkhuizers zijn te stads, en het gemeentebestuur geeft te veel geld uit. Het enige niet doorsnee-Nederlandse aan Stede Broec was tot twee weken geleden de legionella-besmetting van 1999, op de bloemententoonstelling. Daar is nu de aanslag bij gekomen. `De gebeurtenis', zegt de burgemeester.

Lou Oud was de laatste wethouder `van hier'. Hij zegt: ,,Vroeger zaten we in het losse land, alles moest over het water. Bloemkolen in de schuit, bloemkolen uit de schuit, zeer arbeidsintensief. In 1953 begonnen we te praten over ruilverkaveling. Dat heeft het twintig jaar geduurd.'' Lou Oud was voor, zijn buren waren tegen. ,,De eerste dag dat ik op mijn tractor naar mijn nieuwe land reed om kunstmest te strooien, begonnen ze anders te denken. Zij moesten lopen. En wat ik in een paar uur in mijn eentje deed, daar deden zij met z'n drieën een hele dag over.''

Hij nam drie jaar geleden afscheid, op zijn 67ste. Op het prikbord in de kamer van de gemeentesecretaris hangt een foto van dat afscheid. Lou Oud krijgt een T-shirt waar `Pineutjes' op staat. ,,Dat zei Lou altijd als hij peanuts bedoelde'', zegt de gemeentesecretaris.

Lou Oud woont in Lutjebroek. Zijn vrouw heeft net de rodekool op het fornuis gezet, het huis ruikt naar kruidnagel en laurier. ,,Ik doe het op de ouderwetse manier'', zegt ze. ,,Met zure appel, suiker en azijn, tweeënhalf uur koken, afmaken met een klontje boter.'' Lou Oud zit in een leunstoel. Aan de muur hangt de oorkonde die bij zijn koninklijke onderscheiding hoort. Oud was voorzitter van de Land- en Tuinbouwbond, hij kon nooit zijn mond houden en zo kwam hij bovenaan de lijst van het CDA voor de gemeenteraadsverkiezingen. Dat was in 1977, bijna aan het eind van de grote overloop. Van de overloop was Lou Oud ook voorstander. ,,Het was een uitkomst als de gemeente je grond wilde kopen.'' Tegen de buren die tegen waren, zei hij: ,,Als we niet bouwen, gaat alles hier weg. Winkels, scholen, het verenigingsleven.'' En met de integratie van de `buitenpoorters', zegt hij, is het erg meegevallen.

Dirk Ligthart kwam in 1958 voor de KVP in de gemeenteraad van Bovenkarspel. Hij zit nu in de raad voor de Onafhankelijke Partij die hij oprichtte toen het CDA hem niet weer wilde. Hij werkte bij een bloembollenkweker. Later werd hij chef op de bloemenveiling. Hij zegt: ,,In de jaren zestig zaten we met elf mensen in de raad, negen katholieken en twee protestants-christelijken. We wisten: als de Amsterdammers komen, wordt daar korte metten mee gemaakt.'' Dirk Ligthart was toch voorstander. ,,Natuurlijk is hier veel weggevaagd. We hadden hier acht groente- en fruitveilinkjes. Ieder dorp had zijn eigen zuivelfabriek. Maar ik ben van nature niet nostalgisch. Ik ben blij dat we onze ruggen recht hebben gehouden. Wij hebben nu twee NS-stations, een zwembad, een bibliotheek, een bloeiende middenstand.''

Om elf uur 's ochtends loopt de burgemeester met grote stappen, handen op de rug, over de vrijmarkt van Grootebroek. Mensen draaien zich om, ze kijken naar zijn gezicht en lachen een beetje. Haanstra stopt bij GroenLinks-raadslid Paulien Brouwer. Haar kinderen verkopen speelgoed en kleren. Ze wijst op haar wang en vraagt: ,,Hoe gaat het?'' De burgemeester praat er snel overheen, hij wil weten hoe het met `de handel' gaat, en loopt door. ,,Dat was de burgemeester'', zegt Paulien Brouwer tegen haar kinderen. ,,Je weet wel, die is geopereerd aan zijn wang.'' Het verbaast haar niet dat hij weer op straat loopt. ,,Zo is hij. Hij plant zijn vakantie ook altijd precies tussen raadsvergaderingen in.''

Haanstra en zijn vrouw Lydia gaan op weg naar Lutjebroek. Ze zijn, zegt Lydia, nu achttien jaar samen. ,,Ik kan niet zonder hem. Als hij gaat, ga ik ook.'' Lydia komt uit Amsterdam, ze werkte in Grootebroek bij een bank, later op het gemeentehuis. Ze was receptioniste. Op een dag, vertelt ze, had ze een parkietje dat bij haar was komen aanvliegen. Ze wist dat de burgemeester een kooi had, hij moest het vogeltje maar nemen. Ze belde hem op. ,,Dat is goed, juffrouw De Boer'', zei hij, ,,maar dan moet u zaterdag mijn auto wassen.'' Dat was in september, drie maanden later waren ze getrouwd.

Op het dorpsplein van Lutjebroek staat Martin Ligthart, voorzitter van het Lutjebroekse Oranje Comité. Hij praat kort met de burgemeester. Haanstra, zegt hij later, was `minder spontaan' dan anders. Een beetje gespannen, moe misschien. Ligthart denkt dat de aanslag op de burgemeester te maken heeft met het asielzoekerscentrum. Het verzet ertegen is hevig, vooral in Lutjebroek. ,,We zijn bang voor onze eigen cultuur, dat die verloren gaat.'' De inwoners van Lutjebroek zijn blij dat ze zo weinig `import' hebben gehad. Ze koesteren hun `dorpscultuur', de `saamhorigheid', de gezelligheid van hun verenigingen.

Tot vijf jaar geleden werd er iedere Koninginnedag, 's ochtends vroeg, gevochten tussen jongeren van Lutjebroek en Grootebroek. Ze gooiden rotte eieren naar elkaar. Het Oranje Comité maakte er een eind aan, er werd een speurtocht georganiseerd, er was geen tijd meer voor ruzie. Want hoe anders ze zich ook voelen, ook Lutjebroekers houden van de vreedzame oplossingen waar de gemeente Stede Broec zo goed in is. ,,Wat die asielzoekers betreft'', zegt Ligthart, ,,we hebben onze mond vol over die zwarten. Maar we zijn natuurlijk vooral bang voor het onbekende.''

Gemeentesecretaris Willem de Weijer, zeggen wethouders en raadsleden, is de baas in Stede Broec. `Twee handen op één buik met de burgemeester.' Willem de Weijer zegt zelf dat hij een bewonderaar is van de burgemeester. Hij vindt dat die een `feilloos gevoel voor politieke verhoudingen' heeft. Dat hij `een fenomeen is in het creëren van de goede sfeer tijdens vergaderingen'. Ze werken nu twintig jaar samen. De Weijer zegt dat het door de burgemeester komt dat in Stede Broec alle plannen uiteindelijk altijd worden geaccepteerd zonder juridische procedures. ,,Hij laat iedereen stoom afblazen, zijn verhaal vertellen. En dan trechtert hij alles tot zakelijke argumenten. Hij is het gelukkigst als er een unaniem besluit kan worden genomen.''

Zo deed Haanstra het ook toen Stede Broec twee jaar geleden werd aangewezen als geschikte plaats voor een asielzoekerscentrum. ,,We organiseerden een bijeenkomst in de sporthal, er zaten zeshonderd mensen. Wat er dan door zo'n zaal gaat als iemand begint te vertellen over zijn twee kinderen die zijn overleden en over de enige dochter die hij nog heeft. Een meisje van achttien met lange blonde haren en kan die straks nog over straat? Haanstra luisterde naar iedereen. Daarna vatte hij de kern samen in twee punten. Ging het wel om echte vluchtelingen? En zou er meer criminaliteit komen? Hij stelde voor dat eerst zou worden onderzocht of die onrust terecht was.''

Burgemeester en wethouders gingen naar asielzoekerscentra in Friesland, ze praatten met collega's daar. ,,De gegevens die we kregen, leverden voor ons geen verontrustend beeld op'', zegt de gemeentesecretaris. Maar de tegenstanders praatten met andere mensen en die bleken dan wél problemen te hebben.''

Alles veranderde een paar maanden geleden met het rapport van Wallage, de burgemeester van Groningen. Daarin stond dat er door asielzoekerscentra wél meer criminaliteit kwam. De gemeentesecretaris: ,,We hebben dat rapport naar de politie in Alkmaar gestuurd. Haanstra kan wel zeggen dat het niet deugt, maar dat is niet geloofwaardig. De politie moet dat zeggen.'' Maar tot nu toe heeft de politie dat niet gezegd. Alle voorbereidingen voor het besluit over het asielzoekerscentrum zijn nu stilgelegd.

Ries Bruijn, wethouder voor Gemeentebelangen, met vijf zetels in de raad de grootste partij in Stede Broec, stond eerst achter het besluit om een `haalbaarheidsonderzoek' te doen naar een asielzoekerscentrum. Maar hij is gaan twijfelen. Omdat er weer verkiezingen komen, denkt de gemeentesecretaris. Ries Bruijn zegt: ,,We hebben aan de politie gevraagd hoeveel extra agenten er komen en waar die worden geplaatst. Geen antwoord. We hebben ook aan de minister gevraagd hoe we het rapport moeten interpreteren. Geen antwoord. Er komt een moment dat je moet zeggen: niet doen.''

Vervolg op pagina Z2 (32)

Kogelgat in het poldermodel

Vervolg van pagina Z1 (31)

Ries Bruijn, 67, is al vanaf 1974 wethouder in Stede Broec. Hij kwam in 1972 in Grootebroek wonen omdat hij geen huis kon krijgen in Amsterdam. Hij werkte bij de brandweer op Schiphol. Hij wilde zich aansluiten bij het CDA, maar werd geweigerd omdat hij van huis uit gereformeerd is en niet katholiek. Daarom richtte hij zijn eigen partij op. Hij werd meteen wethouder omdat de andere partijen ruzie met elkaar hadden. Hij is geen bewonderaar van Haanstra, zoals de gemeentesecretaris, maar hij waardeert hem omdat hij rustig en zakelijk is. ,,Toen ik hier begon, lagen er plannen voor een volledig nieuw centrum, met een gemeentehuis en winkels en toneelzalen, alles geïntegreerd en klimaatbeheerst en ver boven wat Stede Broec financieel aankon. De vorige burgemeester wilde de gemeenschap kennelijk iets nalaten. Toen kwam Haanstra en die zei: zo niet. Aan het gemeentehuis waar we nu in zitten, is geen enkele luxe.''

Ries Bruijn is wethouder financiën, hij houdt helemaal niet van luxe. Zijn collega's zeggen dat het door hem komt dat Stede Broec ieder jaar geld overhoudt. Vorig jaar ruim anderhalf miljoen gulden. Haanstra, zegt Ries Bruijn, gedroeg zich in het begin als een `koninkje'. ,,Hij vond dat de hele raad voor hem moest opstaan als hij binnenkwam.'' Daar waren ze in Stede Broec niet aan gewend. Ries Bruijn wil geen kwaad spreken van de burgemeester. Maar hij vertelt graag hoe Haanstra hem de eerste zeven jaar bleef aanspreken met `u' en `wethouder'. Dat hield pas op toen het hele college een keer naar de hei was gegaan voor een conferentie. Na de lunchpauze zette Haanstra een bordje voor zich neer waar `Jan' op stond. ,,Hij leek erg opgelucht'', zegt Ries Bruijn.

Piet Buijsman uit Lutjebroek, tuinman van het Nicolaasverpleeghuis, is lid van `Verontrust Stede Broec', de actiegroep tegen het asielzoekerscentrum. Hij wil niks zeggen. De `materie', zegt hij, is nu `te gevoelig'. ,,We hebben ons onmiddellijk gedistantieerd van de aanslag op Haanstra.'' En: ,,De burgemeester heeft nooit laten blijken of hij vóór of tegen een asielzoekerscentrum is.'' Zegt de gemeentesecretaris nu dat Haanstra vóór is? Buijsman is er even stil van, dan wordt hij kwaad. ,,Ik vind dat heel erg. Dat de gemeentesecretaris dat zegt. Dat de burgemeester dat vindt. Hij mag de raad op generlei wijze beïnvloeden.''

Verontrust Stede Broec wordt volgens Buijsman gesteund door ,,negentig tot vijfennegentig procent'' van de inwoners. Dat zou blijken uit een enquête die de actiegroep vorig jaar organiseerde. Buijsman wil niet zeggen wat er precies in de enquête werd gevraagd. Hij wil wel graag vertellen dat niemand uit de gemeenteraad geïnteresseerd was in de uitkomsten. ,,We hebben ze aangeboden de formulieren bij ons te komen inzien. Je verschiet als je de bezorgde teksten leest.''

,,Dat asielzoekerscentrum zal er wel komen'', zegt Nico Slagter, bloemkolenteler uit Lutjebroek en fractievoorzitter van het CDA. Slagter was één van de vier raadsleden die tegen stemden, de rest was vóór. Hij is natuurlijk niet tegen opvang van `echte vluchtelingen'. ,,Maar tachtig procent komt zonder identiteitsbewijs het land in. Dan denk je, die hebben wat te verbergen. Het is een zootje in Nederland, zoveel verkeerde mensen krijgen hulp. Veertig tot vijftig procent komt het land binnen via mensensmokkel. Mensen met een dikke portemonnee.'' Nederlanders, denkt hij, vinden alles altijd zielig. ,,Het is maar net wat je filmt natuurlijk, lachende kinderen leveren geen geld op.'' In Lutjebroek woont een gezin uit Somalië. ,,Hij is arts, zij verpleegkundige. En wij sturen Artsen zonder Grenzen naar zo'n land.''

Morgen viert Jan zijn twintigjarig jubileum'', zegt Lydia, de vrouw van de burgemeester, aan het eind van de ochtend. Het had een `surpriseparty' moeten worden, georganiseerd door de gemeenteraad en de gemeentesecretaris. ,,In mijn agenda stond: overleg met de fractievoorzitters'', zegt de burgemeester. ,,Ik vond het al een beetje vreemd.'' De raadsleden dachten dat het nu beter was om de burgemeester te vertellen wat ze van plan waren. Was zo'n feestje wel een goed idee, na `de gebeurtenis'? ,,Ik zei: juist nu wil ik het'', zegt de burgemeester.

Nog een jaar, dan moet Haanstra met pensioen. Hij ziet er tegenop. ,,Ze zeggen dat er vanzelf dingen op je pad komen.''

Op dinsdag 1 mei, eind van de middag, zitten de raadsleden en de burgemeester in de bus terug naar Stede Broec. CDA-fractievoorzitter Nico Slagter doet door zijn mobiele telefoon verslag van de dag. Om negen uur 's ochtends waren ze naar Monnickendam gegaan, met een zeilboot waren ze over het IJsselmeer naar het eiland Pampus gevaren. ,,Nu gaan we naar de Chinees in Hoorn. Nee, niet in Enkhuizen.''

Volgens Slagter is de burgemeester in Lutjebroek populair. ,,Maar ik ga nu zacht praten. Hij zit twee banken voor me.'' De volgende dag wil hij wel uitleggen waarom daarvan op Koninginnedag zo weinig van te merken was. Hij vertelt over een optreden van een bandje, in café De Paus. ,,Ik kon er zelf niet bij zijn, ik vroeg later aan één van de bandleden hoe het was geweest. Die man zegt: `Volgens mij hebben we lekker gespeeld, maar ik denk niet dat het publiek het leuk vond. Ze stonden ons maar zo'n beetje aan te gapen.' Ik zei: `Dan vonden ze het geweldig, anders hadden ze wel met hun rug naar jullie toe gestaan.' Lutjebroekers zijn niet van die enthousiaste mensen. Over de burgemeester zeggen ze: `We hadden het slechter kunnen treffen'.''