KINDEREN KRIJGEN OP TE VAGE INDICATIE TE VEEL ANTIBIOTICA

Zieke kinderen krijgen vaak antibiotica, ook als nog niet vaststaat of zij wel een bacterie-infectie hebben. Welk recept ze dan meekrijgen, verschilt sterk van arts tot arts. Zowel de keuze van een antibioticum als de dosering ervan en de duur van de kuur kunnen enorm uiteenlopen. Deze conclusies trekt de kinderarts Marianne van Houten in het proefschrift waarop zij woensdag in Utrecht promoveerde.

Antibiotica zijn in beginsel uiterst effectief tegen bacteriële infecties, maar ze lijken hun tijd te hebben gehad. Door onjuist gebruik ervan hebben bacteriën de kans gekregen er resistent tegen te worden. Hierdoor ontstaan steeds meer bacteriestammen die niet of zeer moeilijk te behandelen zijn. Om de overgang naar een dreigend post-antibiotisch tijdperk zo lang mogelijk uit te stellen - en ook uit kostenoverwegingen - wordt al jaren gepleit voor het spaarzaam en rationeel voorschrijven van deze middelen. In de Groningse Beatrix Kinderkliniek onderzocht Van Houten dit in de praktijk.

In kinderziekenhuizen krijgt ruim eenderde van de patiëntjes antibiotica. Vooral kleintjes van nog geen twee jaar en kinderen op de Intensive Care krijgen één of meer kuurtjes. De kinderartsen geven meer dan de helft van de antibioticavoorschriften op empirische basis, wanneer ze een bacteriële infectie vermoeden die nog niet is aangetoond. Welk middel die kinderen dan krijgen verschilt sterk van arts tot arts, zo ontdekte Van Houten na bestudering van een groot aantal recepten van (aspirant)kinderartsen. Wel ontwaarde zij de tendens om vaker betrekkelijk dure middelen als vancomycine voor te schrijven die tegen meerdere bacteriesoorten werkzaam zijn. Dat betekent dat het voorschrijfgedrag van kinderartsen op gespannen voet staat met het streven naar een rationeel antibioticabeleid. Het uitbrengen van een formularium, een boekje met standaardrecepten, bleek nauwelijks tot verbetering te leiden. Hierbij speelt ook een gebrek aan kennis een rol. Toen Van Houten dertig collega-kinderartsen ondervroeg over de belangrijkste karakteristieken van enkele bekende antibiotica bleek dat een groot aantal die niet paraat had. Hoewel het onderzoek hiernaar slechts drie jaar duurde vond Van Houten ook aanwijzingen dat de gevonden trends bijdragen aan een toename van resistentie. Het empirisch voorschrijven van vancomycine bleek de kans te vergroten op complicaties bij infecties met gramnegatieve bacteriën. Tot deze groep bacteriën behoren enkele beruchte ziekteverwekkers.

Het blijkt dat het erg moeilijk is om de praktijk van het antibioticagebruik te veranderen. Dat blijkt niet alleen uit Van Houtens onderzoek. De laatste jaren verschijnen er regelmatig publicaties met als teneur dat het geen zin heeft om antibiotica voor te schrijven voor een simpele oorontsteking of keelpijn, zolang de kinderen niet erg ziek zijn. Ook dit heeft betrekkelijk weinig invloed op de praktijk: veel antibiotica worden immers alleen voorgeschreven om de patiënt en vooral zijn ouders te vriend te houden.

    • Huup Dassen