Kinderen knagen aan koopkracht

Uit inkomensoogpunt is het `eigenlijk idioot' om kinderen te nemen, zeggen deskundigen. PvdA-fractieleider Melkert pleitte deze week voor een `flink bedrag' erbij voor gezinnen. Maar is dat wel genoeg?

Wie besluit kinderen te nemen is ,,eigenlijk idioot''. Het is een hoogleraar gezinspedagogiek die dit zegt. ,,In economische termen dan'', vult Hans-Joachim Schulze, verbonden aan de Vrije Universiteit, zichzelf meteen aan. ,,Twintig jaar geleden kende Nederland een vlakke inkomensverdeling, ook tussen mensen zonder en met kinderen. Nu staat Nederland aan de Europese top van polarisering van mensen met kinderen en de kinderlozen.''

PvdA-fractievoorzitter Melkert zei op een 1-mei-bijeenkomst dat ouders er ,,een flink bedrag'' moeten bijkrijgen. Hij had het in totaal over enkele honderden miljoenen guldens. Daarnaast moet er in zijn ogen ruimere mogelijkheden komen om de zorg voor arbeid en werk te combineren. Dat zou ,,een zwaar punt'' kunnen worden bij een komend regeerakkoord, zo zei Melkert.

Het gezin lijkt zo terug op de politieke agenda. CDA-leider Heerma probeerde het in 1995 nog met een pleidooi voor een minister van Gezinszaken. Maar hij werd in de Tweede Kamer uitgelachen. ,,Als het CDA het nu slimmer aanpakt, dan zal de PvdA het onderwerp proberen weg te kapen. Misschien is Melkert daar nu al meebegonnen'', zegt Schulze.

In Duitsland en Engeland is de politieke discussie over gezin en kinderen al in volle hevigheid losgebarsten. In Engeland kwam premier Blair met het plan voor een baby-fonds. Ieder kind zou bij de geboorte een bedrag van 250 tot 500 pond in een fonds gestort krijgen. In Duitsland zijn vooral de zorgen over de vergrijzing groot. ,,Een tikkende tijdbom voor alle sociale verzekeringen en onze hele economie'', zei de Beierse leider Edmund Stoiber. Bovendien kwam het Hooggerechtshof in Kalsruhe met een verstrekkende uitspraak in een zaak die was aangespannen door een man met tien kinderen. Het hof gaf de Duitse overheid tot 2004 de tijd de premies rechtvaardiger uit te laten vallen voor gezinnen. Omdat zij grotendeels op eigen kosten kinderen opvoeden, terwijl die later ook weer premies betalen voor mensen die niet in kinderen `investeren'.

,,Waar Blair een tientje stort, de Duitsers honderd mark moeten geven aan gezinnen, komt Melkert met een kwartje'', zegt pedagoog P. Cuyvers van de Nederlandse Gezinsraad. Maar het is misschien een begin van een goede discussie, zegt hij.

De toon van Melkerts partijgenoot Vliegenthart, staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, was ruim een maand geleden nog duidelijk anders. De gezinsraad had het rapport Gezin: beeld en werkelijkheid uitgebracht. Daarin was naar voren gekomen dat in Europa Nederlanders met de grootste inkomensval te maken krijgen als er kinderen komen. Vliegenthart verweerde zich fel. Ze stelde dat gezinnen op het sociaal minimum er sinds 1995 19,5 procent op vooruit zijn gegaan en huishoudens zonder kinderen 16,25 procent. ,,Het gezin als instituut wordt in financieel opzicht stevig gestut door Paars'', zei Vliegenthart.

De gezinsraad is nu nog verbolgen over het verweer van Vliegenthart. Op zich kloppen de door de staatssecretaris aangehaalde koopkrachtcijfers wel, zegt P. Cuyvers van de raad. Maar ze zeggen weinig. Het inkomen kan er wel meer op vooruit zijn gegaan, maar ook hun kosten zijn gestegen. Bijvoorbeeld omdat de BTW omhoog is gegaan. De cijfers uit het rapport kwamen volgens de gezinsraad in hoofdzaak van het Centraal Bureau voor de Statistiek.

,,De overheid levert geen echt substantiële bijdrage aan kinderen'', zegt hoogleraar Schulze, een Duitser die sinds elf jaar in Nederland woont. Het gezin is tot nu toe volgens hem altijd een ,,hete aardappel'' voor Paars geweest. ,,Ik heb nog geen enkele hotshot iets verstandigs over kinderen en het gezin horen mompelen.''

Het gezin is privé. Dat is volgens Schulze de leidende opinie in Nederland, verklaard uit de protestantse achtergrond. In katholieke landen is dat anders. In België bestaat een grote belangenorganisatie die opkomt voor het gezin, en daar zijn de verschillen ook veel minder groot.

De grote inkomensval in Nederland wordt veroorzaakt doordat nog altijd veel vrouwen stoppen met werken of minder gaan werken. Want hoewel de arbeidsparticipatie groeit, is er nog altijd bij de helft van de paren sprake van een kostwinner- of kostwinner-plus-situatie. In dit laatste geval dragen vrouwen hooguit een kwart bij aan het gezinsinkomen. Daarnaast kosten kinderen veel geld. Een paar met twee kinderen moet een inkomen hebben dat 1,8 keer zo hoog is om een net zo grote koopkracht te hebben als een alleenstaande. Een paar met drie kinderen zelfs 2,1 keer zo veel. In Nederland blijven voorzieningen als kinderbijslag, ouderschapsgeld of betaald ouderschapsverlof ook nog eens achter ten opzichte van Europa.

Overigens betekent een `lagere koopkracht' niet ook een lage koopkracht. Grote groepen mensen kunnen de inkomensval goed opvangen. Aan de andere kant is bij mimima het hebben van kinderen ook een voorname reden van `armoede'. De afgelopen twintig jaar is het verschil in koopkracht tussen mensen zonder en met kinderen groter geworden. Dat komt vooral omdat kinderlozen meer van de welvaartsgroei hebben geprofiteerd.

Alleen wat geld erbij, zoals Melkert bepleitte, is volgens Schulze en de gezinsraad niet genoeg. Het gaat veel meer om betere voorzieningen, zoals kinderopvang, scholen die kinderen niet naar huis sturen als een leraar ziek is en schooltijden die aansluiten bij werktijden. In landen als België en Frankrijk is dit veel beter geregeld, stelt Schulze. In Frankrijk is naschoolse opvang gangbaar voor vrijwel alle kinderen. Ook zouden er betere mogelijkheden moeten komen voor de combinatie van studie of werk en de zorg voor jonge kinderen, zoals in Noorwegen en Zweden. Een goede mogelijkheid om te studeren én kinderen op te voeden, zorgt er daar voor dat hoger opgeleide vrouwen op jongere leeftijd kinderen krijgen. In Nederland is bij deze groep vrouwen vaak sprake van uitstel tot na hun dertigste. En van uitstel komt nogal eens afstel.