Japan klaar voor de catharsis

De Japanse bevolking lijkt bereid pijn te lijden om er uiteindelijk beter van te worden. De net aangetreden regering van premier Koizumi staat voor een zware keuze: een Grote Depressie door het afdwingen van een sanering van inefficiënte bedrijven of het failliet van de overheidsfinanciën als hij nog meer financiële morfine blijft toedienen.

De Japanse bevolking wil een recessie. Gechargeerd gesteld is dat de opmerkelijke uitslag van een van de vele opiniepeilingen die het aantreden van de nieuwe Japanse premier, Junichiro Koizumi, hebben begeleid. Koizumi heeft de bevolking beloofd het land structureel te hervormen om de economie weer op gang te krijgen. Hij heeft gezegd dat Japan in dat proces wellicht door een recessie zal moeten gaan. Normaal gesproken is dat geen standpunt dat tot applaus leidt. Maar 63,9 procent van de bevolking staat er achter, zo ontdekte televisiezender TBS tot eigen grote verbazing afgelopen zondag.

Sinds het ineenstorten van de `zeepbel' (de hausse in grond- en aandelenprijzen eind jaren tachtig) kende Japan in de jaren negentig een gemiddelde groei van slechts 1,5 procent. Het beleid van de overheid bestond uit pappen en nat houden met hoge overheidsuitgaven. Bij elk nieuw stimuleringspakket zei de regering weer dat nu écht de economie weer op gang zou komen. In de tussentijd ziet de burger werkloosheid, faillissementen en zelfmoordcijfers slechts stijgen. Zelfmoord om economische redenen is een `groeisector' omdat levensverzekeringen uitbetalen bij zelfmoord en een achterblijvend gezin uit de schulden kunnen halen. Vooruitzicht op omkering van deze trends is er vooralsnog niet. Bovendien is de bodem van de staatskas in zicht terwijl de naoorlogse babyboomers binnenkort met pensioen willen. De optimist kan zeggen dat de hoge overheidsuitgaven een grote crisis hebben voorkomen, maar perspectief op betere tijden is ook niet gecreëerd. Het publiek is het inmiddels duidelijk zat.

Koizumi belooft hervorming, al weet hij dat uitvoering moeilijk zal zijn. Hij verkondigt al jaren dat de rijkspostspaarbank geprivatiseerd moet worden. Ambtenaren verafschuwen deze gedachte. Toen Koizumi begin jaren negentig minister van Posterijen werd negeerden zij dan ook zijn bestaan. Op zijn ministerskamer bracht Koizumi zijn dagen door met het lezen van historische romans onder het genot van muziek. Minister voor spek en bonen.

Koizumi noemt zijn aantreden als premier een regeringswissel, een aantreden van de oppositie. Japan zit in de eigenaardige situatie dat de wisseling van het leiderschap in de Liberaal Democratische Partij (LDP, de grootste regeringspartij) lijkt te gaan leiden tot een beleidsverandering. Al blijft het tot dusver bij slogans en laten concrete plannen nog op zich wachten.

Hoopgevend is de benoeming van hoogleraar Heizo Takenaka als minister voor Economisch en Begrotingsbeleid. Koizumi nodigde Takenaka uit met de woorden: ,,Het wordt een verschrikkelijk gevecht. Vecht je mee?'' Takenaka was adviseur van twee eerdere regeringen maar zag zijn adviezen grotendeels afstuiten op het verzet van ambtenaren. In het najaar van 1999 zei Takenaka in een interview met deze krant: ,,Het hervormingsproces loopt nu al enorm achter. Maar als structurele hervormingen géén doorgang vinden kan de economie alsnog een crash beleven. Dan krijgen we een schoktoestand als de nederlaag in de Tweede Wereldoorlog''.

Over de inhoud van `structurele hervormingen' is Takenaka altijd duidelijk geweest: doorvoering van marktprincipes en transparant overheidsbeleid, gebaseerd op regels die voor iedereen duidelijk zijn. Géén ondoorzichtige interventie meer door ambtenaren. De vraag is of Takenaka nu meer invloed zal hebben dan vroeger.

De Nihon Keizai Shinbun (Japans Economisch Dagblad) vergeleek de benoeming van Koizumi met het aantreden van Franklin Roosevelt tijdens de Grote Depressie in de Verenigde Staten begin jaren dertig. Er zijn overeenkomsten in het besef dat het land diep in de problemen zit en in het enthousiasme onder de bevolking dat beiden hebben opgeroepen. Nooit eerder heeft een nieuwe Japanse regering in de peilingen zo'n grote publieke steun gekregen als die van Koizumi. Het grote verschil is echter dat Roosevelt in zijn New Deal een agressief Keynesiaans beleid van hoge overheidsuitgaven in gang zette om de nood onder de bevolking te lenigen. Koizumi zegt juist dat Japan ,,niet langer bang moet zijn voor grote faillissementen''.

De Amerikaanse econoom Paul Krugman vraagt zich in The New York Times van 25 april af of Koizumi niet juist de Herbert Hoover van Japan zal worden, de voorganger van Roosevelt die met zijn saneringsbeleid de crisis verergerde. Krugmans argument is dat Japan leidt aan overcapaciteit omdat men te weinig consumeert. Sanering van `slechte leningen', ofwel overbodige capaciteit, zal slechts leiden tot faillissementen en hoge werkloosheid zonder perspectief te bieden op verbetering van de economie. ,,Koizumi kan Japan in een regelrechte depressie storten'', meent Krugman, die adviseert om de geldpers te laten draaien.

Heizo Takenaka reageerde in 1999 al op saneringskritiek à la Krugman: ,,Amerikanen zeggen vaak dat Japan last heeft van overcapaciteit en dat dit over gaat als de economie weer aantrekt. Maar het probleem is niet óvercapaciteit maar slechte, nutteloze capaciteit die ontstaan is door verkeerde investeringen tijdens de `zeepbel'.'' Het aantrekken van de economie zal er volgens Takenaka niet toe leiden dat deze capaciteit weer wordt benut. Sanering van inefficiënte sectoren is wel degelijk nodig.

Takenaka erkent echter ook dat sanering pijn zal opleveren en dat de overheid deze pijn zal moeten verzachten. Maar niet alléén verzachten zoals de afgelopen jaren is gebeurd. Deregulering en doorvoering van marktprincipes moeten ruimte maken voor nieuwe sectoren. Zo is bijvoorbeeld de kracht van de Japanse mobiele telefoniebedrijven te danken aan deregulering van deze sector begin jaren negentig. Vrijgeven van die markt was echter makkelijk omdat er nog vrijwel geen spelers waren.

Sanering van inefficiënte sectoren begint bij het opruimen van de `slechte leningen' van de banken. Volgens het Financial Supervisory Agency (FSA) belopen de `slechte leningen' – variërend van leningen aan failliete bedrijven tot leningen waarvan de voorwaarden zijn aangepast om nog iets terug te krijgen – bij Japanse banken op 31.800 miljard yen (636 miljard gulden). Meetelling van de overige financiële instellingen (agrarische kredietcoöperaties bijvoorbeeld) brengt het totaal op 80.000 miljard yen.

Dit is de meest conservatieve schatting. De grootste oppositiepartij, de Democratische Partij, kwam laatst na analyse van de cijfers van het FSA zelf tot 150.000 miljard yen (3.000 miljard gulden) ofwel bijna eenderde van het totale bruto binnenlandse product van Japan. Dankzij een kapitaalinjectie in 1998 had het probleem al moeten zijn opgelost. Maar inmiddels erkent iedereen dat het is uitgelopen op een halfzachte poging. Takenaka heeft sinds zijn aantreden al verklaard dat wellicht weer een kapitaalinjectie in de banken nodig is.

Hier komt de structuur van het oude Japan BV om de hoek kijken. Zestig procent van al deze leningen van de banken zijn aan de zwakke sectoren bouw, onroerend goed en distributie (van transport tot middenstand). De banken dwingen tot afschrijving betekent dat banken op hun beurt bedrijven failliet moeten laten verklaren. De toenmalige voorzitter van de beleidscommissie van de LDP, Shizuka Kamei, zei eerder dit jaar tijdens een televisiediscussie met hoogleraar Takenaka over de toekomst van de economie dat hij sanering van de bouwsector ,,nooit zal toestaan''. Kamei's post binnen de LDP maakte hem destijds tot een van de machtigste mannen in het land. Hij is nu echter uit het machtscentrum verdwenen terwijl Takenaka is gepromoveerd tot minister.

De bouwsector biedt aan meer dan zes miljoen mensen werk, 10 procent van de beroepsbevolking en is een belangrijke machtsbasis van de LDP. De bouw is tevens een bodemloze put waarin de stimuleringspakketten van de overheid spoorloos zijn verdwenen. Harde critici uit de oppositie spreken over zinloze bouwprojecten. De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (Oeso) drukt het in zijn Economic Survey van Japan iets beleefder uit: ,,Essentieel zijn [...] maatregelen om de efficiëntie van overheidsuitgaven te verbeteren door onder meer verbetering van begrotingsprocedures en effectievere selectie van projecten en uitvoering.''

De oppositie in Japan heeft er geen enkele fiducie in dat de LDP in staat zal zijn tot werkelijke sanering. De LDP is en blijft de LDP. Toch biedt Koizumi's machtsgreep binnen de LDP een sprankje hoop. De verstrengeling tussen LDP en de bouwsector nam grootse vormen aan tijdens het premierschap van Kakuei Tanaka in de jaren zeventig. De belangrijkste taak van LDP-politici is sindsdien het in de wacht slepen van overheidsprojecten voor hun kiesdistrict, waarvan de opbrengst gedeeltelijk weer terugkeert in hun eigen zakken. Tanaka was de koning van deze geldpolitiek, maakte veel politici van zich afhankelijk en creëerde zo de grootste factie binnen de LDP. Deze factie heeft sindsdien altijd bepaald wie premier werd. Tot de komst van Koizumi. Deze heeft als eerste LDP'er de factie van Tanaka een nederlaag toegebracht in de strijd om het leiderschap.

Iedereen is het erover eens dat een sanering van bankbalansen nodig is. Maar wat zal het effect zijn op de economie? Richard Jerram, econoom bij ING Barings in Tokio, meent dat een geforceerde afschrijving in twee jaar, waarover nu wordt gesproken, kan resulteren in een inkrimping van de Japanse economie met 5 procent. Hij meent dat de overheid dit moet ondervangen door belasting verlagingen en verzwakking van de yen, waardoor de Japanse export concurrerender wordt.

Lagere belastingen kosten de overheid echter geld. Hier komt het tweede probleem aan de orde waarvoor Koizumi een oplossing moet vinden: de staatskas. De schuld van centrale en lokale overheden samen bedraagt 666.000 miljard yen (13.320 miljard gulden), ofwel 130 procent van het bbp. Recentelijk werd in Tokio een symposium gehouden onder de titel `De uitdaging van begrotingshervorming in Japan: kan een crisis worden voorkomen?' David Asher van het American Enterprise Institute toonde een berekening dat bij voortzetting van de huidige begrotingstekorten de schuld over tien jaar boven de 300 procent van het bbp uitkomt: ,,Maar voor we zover komen zal er allang een crisis uitbreken.'' Asher adviseert de Japanse regering om uiterlijk in 2005 het begrotingstekort weg te werken.

Sprekend over staatsschuld ligt er nog een adder onder het gras: de rijkspostspaarbank. De vele miljarden die daar zijn ingelegd, worden gebruikt voor een programma, het Fiscal Investment and Loan Program, waarmee het ministerie van Financiën geheel naar eigen goeddunken investeert. Eind 1999 had FILP voor 414.000 miljard yen (8.280 miljard gulden) uitstaan. Het zou het niet vreemd zijn als het percentage `slechte leningen' minstens even hoog is als bij de banken. Dat zou neerkomen op 62.100 miljard yen, een bedrag dat Koizumi vast bij de staatsschuld kan optellen. De schuld gaat daarmee al snel van 130 procent van het bbp richting 150 procent. Op eerder genoemd symposium vermoedden de sprekers dat de FILP groot verlies draait, aangezien het doel van deze investeringen nu eenmaal niet winst maar het openbaar belang is.

Ashers conservatieve advies om het tekort op de begroting snel weg te werken, brengt ons terug bij de kritiek van Krugman op mensen die menen dat Japan door een economische catharsis moet, dat het land willens en wetens pijn moet lijden om beter te worden. Wellicht is de Japanse bevolking hier klaar voor, gezien de publieke steun voor Koizumi's uitspraak dat desnoods een recessie moet worden geriskeerd. Maar een publieke opinie heeft de neiging grillig te zijn. En het is de vraag of de rest van de wereld blij zal zijn met een diepe recessie in Japan. Koizumi wacht een tocht tussen Scylla en Charybdes: aan de ene kant een Grote Depressie als hij te veel sanering afdwingt in de particuliere sector, anderzijds een faillissement van de overheidsfinanciën als hij net als zijn voorgangers de economie financiële morfine blijft toedienen. Wat Koizumi overigens op korte termijn ook doet, gezien de verzwakte economische situatie in de VS zijn de vooruitzichten sowieso al somber.