In de koffer bak

In Duitse rechtbanken speelt de erfenis van de DDR nog steeds een rol. Wat te doen met een Berlijnse vrachtwagenchauffeur die mensen naar West-Duitsland smokkelde, maar die vervolgens met de Stasi ging samenwerken door nummerborden van vluchtauto's door te geven?

Toen de Muur tussen Oost en West er nog stond, kon je in West-Berlijn regelmatig een kleine advertentie in de krant aantreffen: 'Gezocht - vrachtwagenchauffeur voor ritten naar West-Duitsland'. Iedereen wist wat bedoeld werd. Zo werden burgers uit de DDR in de kofferbak naar het Westen gesmokkeld. Een ritje bracht zo'n 2.500 mark op.

De West-Berlijner Ingo was vrachtwagenchauffeur. In de jaren zeventig smokkelde hij mensen over de grens. Dat was niet zo moeilijk. Nadat de Bondsrepubliek en de ddr in 1972 het zogenoemde 'transit-akkoord' hadden gesloten, was beperkt ongecontroleerd verkeer van personen en goederen tussen het kapitalistische en communistische Duitsland mogelijk. Maar dáárvoor staat Ingo niet terecht. De 48-jarige chauffeur wordt ervan verdacht dat hij in tien gevallen de smokkel vanuit West-Berlijn heeft voorbereid, om vervolgens de kentekens van de vluchtwagens te verraden aan de Stasi, het Oost-Duitse ministerie voor Staatsveiligheid.

De kwestie is aan het licht gebracht door de 'Gauck-Behörde', de commissie die de archieven van de Oost-Duitse veiligheidsdienst onderzoekt. Ingo komt voor in de Arrondissementsrechtbank Moabit. Vlak om de hoek staat de gevangenis waar communistenleider Erich Honecker en Stasi-chef Erich Mielke hebben gezeten.

Ingo ontkent niet dat hij voor de Stasi heeft gewerkt. Al bij zijn eerste transport in 1976 werd hij bij de grens gepakt. 'Ik werd door de Stasi gechanteerd om mee te werken', zegt Ingo. Hij kon kiezen: voor de Stasi werken of een celstraf van vele jaren. 'Ik heb mijn levenlang financiële moeilijkheden gehad', voert Ingo tot zijn verdediging aan. De 42.650 mark die hij in totaal van de Stasi kreeg, kon hij goed gebruiken. Maar hij ontkent de organisatie van de smokkeltochten. Dat zou een Libiër, ene Abdullah, op zijn geweten hebben.

De officier van justitie werpt Ingo voor de voeten dat hij mensen in gevaar heeft gebracht. Hij heeft 38 personen schade berokkend - vroegere ddr-burgers en West-Duitse vrachtwagenchauffeurs. De meeste chauffeurs zijn veroordeeld tot celstraffen tot 8 jaar toe. Met een gekweld gezicht hoort Ingo het aan. Hij is kalend, heeft wallen onder zijn blauwe ogen en is in het zwart gekleed. Hij zit bijna voortdurend voorovergebogen en staart bedrukt voor zich uit.

De eerste getuige, Jürgen (61), draagt een rood jack en een slobberige donkere broek. De rechter, een strenge vijftiger, vraagt hem hoe hij in contact is gekomen met de smokkelorganisatie. 'Via een advertentie in de krant', zegt Jürgen. Het ging om een rit naar Hamburg, in 1977. 'U kende het risico?', informeert de rechter. Ja, dat wist Jürgen wel. Hij was in 1962, net na de bouw van de Berlijnse muur, naar Berlijn gekomen, nadat hij was afgezwaaid bij de marine. Hij had een Ford Granada en kon wel wat geld gebruiken. Jürgen had twee vrouwen, die wilden vluchten, opgepikt bij de Stuttgarter Platz en was richting grens gereden. Bij Lauenburg, vlakbij Hamburg, zou hij overnachten en dan weer terugrijden.

Of de vrouwen de hele reis in de kofferbak hadden doorgebracht, wil de rechter weten. Jürgen denkt na. Het is zo lang geleden.

'Het lijkt me niet, dat was toch wel een beetje onmenselijk geweest', zegt hij peinzend. Nee, zegt hij dan, vlak voor de grens was hij naar een parkeerplaats gereden en toen pas had hij ze in de kofferruimte verstopt. Maar bij de grens met West-Duitsland werd hij aangehouden. Jürgen had geen flauw idee wat hem boven het hoofd hing. 'Ik wilde die mensen helpen uit de communistische ddr te vluchten'. Daar was toch niets mis mee?

Of hij de verdachte ooit heeft gezien, vraagt de rechter. Jürgen kijkt naar Ingo en zegt nee. De rechter laat hem een foto zien. 'Ja', zegt Jürgen, 'met hem heb ik gesproken naar aanleiding van de advertentie', zegt hij en wijst een man aan. Dat is geen buitenlander, reageert de rechter. Maar Jürgen weet het zeker.

Jürgen kreeg vier jaar celstraf voor mensenhandel en belandde in de beruchte gevangenis Hohenschönhausen in Oost-Berlijn, waar veel politieke gevangenen zaten. 'Bent u mishandeld?', vraagt de rechter. 'Nee, dat wil zeggen, ik ben in een kelder opgesloten.' Lijdt u nog onder de gevolgen van de straf? 'Ik droom er nog van', zegt Jürgen. Alle tanden zijn er uit zijn mond gevallen. Ondervoeding, stress. Hij is er nog steeds niet overheen, zegt hij.

De volgende getuige is Monika Schuhmacher. Beroep: ambtenaar. Een stevige, blonde vrouw, gehuld in een grote zwarte jas. Ze woonde in Oost-Berlijn en ze had met ene Mehmed, een Turk, contact gehad over haar vlucht naar het Westen. Wie er verder achter de organisatie zat, wist ze niet. Het was al erg genoeg dat ze het land moest verlaten, zegt Monika met trillende stem. 'Ik ben nerveus', zegt ze, ook al is het lang geleden.

Waarom heeft u destijds geen verzoek bij de autoriteiten ingediend voor een uitreisvisum, wil de rechter weten. 'Hoe had ik dat moeten organiseren?', zegt Monika verbaasd. Haar ouders waren partijmensen. Vader was directeur bij een staatsbedrijf, haar moeder behandelde de uitreisvisa. 'Nee, dat was helemaal niet aan de orde.' Dus betaalde Monika een paar duizend mark en ze werd opgepikt door een Ford. Tsja, en toen zijn ze bij de grens gepakt. Ze werd tot tweeëneenhalf jaar veroordeeld voor 'Republikflucht'. Nee, ze is niet lichamelijk mishandeld in de gevangenis, wel geestelijk, zegt Monika. De verhoren 's nachts waren het ergst, herinnert ze zich.

Ze maakt een vermoeide indruk. Na haar gevangenisstraf kon ze zich 'maar moeilijk aanpassen in de collectieve Oost-Duitse maatschappij'. De Stasi dreigde dat ze haar ouders iets zouden aandoen, zodra ze opnieuw probeerde het land te verlaten.

Tijdens de verhoren is Ingo een enkele maal gaan verzitten. Soms, als de slachtoffers vertellen over hun leed, loopt zijn bolle gezicht rood aan. Als de vluchtelinge Ute - die destijds zwanger was - vertelt dat ze haar kind moest afgeven bij een tehuis toen ze de cel in moest, lijkt zijn adem te stokken.

Ute (45) is een kordate verpleegster uit West-Berlijn. Ze heeft nog geluk gehad. Haar straf van twee jaar en vier maanden werd al snel omgezet in een voorwaardelijke.

'Ze kunnen niet bewijzen dat mijn cliënt de vluchtelingen heeft gesmokkeld', zegt Frank Osterloh, Ingo's advocaat na afloop van de zitting. Hij windt zich op. 'Dit is een politiek proces', meent hij. 'De smokkelaars waren arme sloebers, die werkloos waren en geld nodig hadden.' De West-Duitse regering wist dat er mensen uit de ddr gesmokkeld werden. 'Ze lieten het oogluikend toe. Ze hadden er ook belang bij dat knappe koppen het land verlieten. De brd voerde immers oorlog tegen de ddr.' De eigenlijke daders, de Stasi-agenten die Ingo hebben gechanteerd, gaan vrijuit, zegt Osterloh. De wandaden van Oost-Berlijners zijn verjaard. Zij zijn met pensioen en hebben niets te vrezen.

Ingo kan maximaal tien jaar krijgen. Alleen als de Libiër Abdullah bekent dat hij de organisator was, kan Ingo er nog genadig vanaf komen. Abdullah schreef vanuit zijn woonplaats Casablanca dat hij ziek is. Het proces wordt voortgezet. M

Michèle de Waard is correspondent van NRC Handelsblad in Duitsland.

    • Michèle de Waard