IJdele dolfijnen

Dolfijnen zijn als eerste niet-primaten geslaagd voor de spiegelzelfherkenningstest. Maar is het een bewijs voor hun zelfbewustzijn?

Amerikaanse ethologen hebben aangetoond dat dolfijnen via een spiegel merken als er merktekens op hun lichaam zijn aangebracht. Het is een variant op het klassieke experiment dat Gordon Gallup in 1970 uitvoerde met chimpansees. Die mensapen kregen onder verdoving een lik rode verf op hun wenkbrauw en oor. Nadat de chimps bijkwamen inspecteerden ze zich uitvoerig in de spiegel, waarbij ze aan de verfvlekken voelden en daarna aan hun vingers roken. Volgens de onderzoekers is dat een aanwijzing dat de dieren een vorm van zelfbewustzijn hebben.

Na chimpansees volgden orang-oetans en een enkele gorilla, maar buiten deze mensapen slaagde geen enkel ander dier voor de test. Dolfijnen werden ook onderworpen aan de spiegeltest en het leek erop dat zij reageerden, maar omdat zij – zonder armen – niet zoals apen naar de gemarkeerde plekken konden grijpen, was niet ondubbelzinnig duidelijk dat de dieren op hun veranderde zelfbeeld reageerden. Diana Reiss van het New York Aquarium en Lori Marino van de Emory University in Atlanta hebben dat probleem nu ondervangen door een verbeterde proefopzet (Proceedings of the National Academy of Sciences, 8 mei).

Maar de interpretatie van de spiegeltest is niet onomstreden. Volgens sommige onderzoekers, onder wie de Amerikaanse hoogleraar biologische antropologie Daniel Povinelli, levert de spiegeltest geen sluitend bewijs voor het bestaan van zelfbewustzijn. Hij verwijt Gallup en consorten antropocentrisme, omdat de reacties van mensen en mensapen op hun spiegelbeeld uiterlijk wel op elkaar lijken, maar een totaal verschillende inhoud hebben, aldus Povinelli. Uit zijn eigen onderzoek met jonge kinderen blijkt dat zij op een leeftijd van 18 tot 24 maanden ontdekken dat hun spiegelbeeld hun eigen gedrag kopieert. Ook merken ze dat er bijvoorbeeld een sticker op hun hoofd is geplakt. Maar het besef dat zij zelf hun spiegelbeeld zijn, komt pas later. Dit blijkt uit experimenten waarin filmbeelden van het kind aan hem of haar werden vertoond. Die filmbeelden herkennen ze niet. In de Scientific American van november 1998 beschrijft Povinelli de verwarring van de kinderen: ``Alsof ze willen zeggen: ja, dat kind lijkt op mij, maar dat ben ik niet, want ze doet hele andere dingen dan ik nu''. Of in de woorden van de driejarige Jennifer: ``Ja, dat is Jennifer, maar waarom heeft ze mijn truitje aan.'' Dat laatste stadium: zichzelf herkennen op film, bereiken mensapen nooit, denkt Povinelli. Zijn conclusie is dat chimpansees géén goed beeld van zichzelf hebben en hun spiegelbeeld beschouwen als een soortgenoot die hun gedrag kopieert. En dat is dus geen zelfbewustzijn.

In hun artikel verwijzen de dolfijnenonderzoekers Reiss en Marino slechts zijdelings naar de kritiek van Povinelli. Duidelijk is wel dat ze zich alle moeite hebben getroost het zelfbewustzijn van de dolfijn zo ondubbelzinnig mogelijk aan te tonen. Twee tuimelaars (Tursiops truncatus) kregen tijdens verschillende sessies op diverse plekken een gearceerd driehoekig merkteken op hun lijf (zie figuur). De onderzoekers gebruikten daarvoor een zwarte watervaste viltstift en eenzelfde viltstift zonder inkt die diende ter controle. Van de gedragingen van de dolfijnen maakten Reiss en Marino videobeelden, die zij later in willekeurige volgorde aan twee onafhankelijke beoordelaars voorlegden. Alleen als deze twee waarnemers het eens waren over het gedrag van de dolfijn, telde het experiment mee voor de statistische analyse.

Om als bewijs te dienen voor zelfbewustzijn moest het gedrag van de dieren aan strenge voorwaarden voldoen. Zo mochten ze voor de spiegel geen sociaal gedrag vertonen. Dat zou erop wijzen dat ze het spiegelbeeld zien als een soortgenoot en niet als zichzelf. Bij veel dieren is dat het geval. Bekend zijn de woedende roodborstjes die minutenlang tegen de pas gezeemde ruit tikken of pauwen die heftig op een glimmend autoportier inhameren. Een parkiet vrijt heel tevreden met het spiegeltje in zijn kooi.

Een andere voorwaarde was dat de dolfijnen met een zichtbaar merkteken meer tijd voor de spiegel zouden doorbrengen dan de controledieren. Ook moesten de dolfijnen nadat zij een echt dan wel een nepmerkteken hadden gekregen sneller dan normaal naar de spiegel zwemmen.

De twee geteste mannetjesdolfijnen voldeden overduidelijk aan alle eisen. De dieren zwommen soms zelfs al voor het fluitsignaal naar de spiegels en draaiden hun lichaam in driekwart van de gevallen zodanig dat zij de gemarkeerde plek in beeld kregen. De enige keer dat een van hen op zijn tong werd gemerkt, zwom hij onmiddellijk naar de spiegel om er telkens zijn bek open en dicht te doen, een gedrag dat nog niet eerder bij dit dier gezien was. De onderzoekers concluderen dat er `evolutionaire convergentie' is opgetreden, waarbij het zelfbewustzijn zowel in primaten als in dolfijnen langs verschillende evolutionaire wegen tot ontwikkeling is gekomen. Een opvallende overeenkomst tussen primaten en walvisachtigen, waartoe dolfijnen behoren, is dat beide diergroepen in complexe sociale structuren leven.

Reiss en Marino merken overigens ook op dat het nog allerminst vaststaat dat dolfijnen in staat zijn tot complexere vormen van zelfbewustzijn, zoals introspectie en het beoordelen van gemoedstoestanden. Een waterdichte test die dat kan aantonen moet nog worden bedacht.

    • Sander Voormolen