HET LEED VAN DE CULIBEET

Meer vrouwen en minder mannen staan met twee linkerhanden achter het fornuis. Hoe bak je een ei in zeven stappen?

Twee jaar geleden sidderde een golf van verontwaardiging door culinair correct Groot-Brittannië. De infantilisering van het koken op televisie had een dieptepunt bereikt. Delia Smith liet haar publiek zien hoe je een ei moest bakken! De BBC-kooklerares haalde zich de hoon van haar collega's op de hals door in een reeks programma's de beginselen van het koken uit de doeken doen. Maar in weerwil van de scepsis werd de programmareeks een groot succes. Delia had een nieuwe doelgroep aangeboord: de culibeten.

'Ik kan nog geen ei bakken' is de geijkte openingszin waarmee ze uit de kast komen. Culibeten zijn mensen die elke of bijna elke culinaire vaardigheid ontberen. Een van hen betuigde in een ingezonden brief Delia zijn grote dank. De vierenvijftigjarige weduwnaar meldde dat hij het zonder haar niet had gered. Dankzij de televisiekooklessen kon hij nu voor zichzelf zorgen.

Opgewarmde erwtensoep

In de beste families komt, meestal in de mannelijke lijn, culibetisme voor. Ondanks de uitvoerige bedieningsinstructies lukte het mijn vader zelfs niet een diepvriesmaaltijd in de magnetron te bereiden, toen mijn moeder eens een paar dagen van huis was. Hij kreeg de la van de diepvries niet open. De aanwijzing 'de la eerst een beetje oplichten, dan trekken' stond niet in de instructie. En toen een oom aarzelend meldde dat het heel, heel erg lang had geduurd voordat de door hem opgewarmde erwtensoep was ontdooid en er ook nog eens witte stukjes in dreven, was nader onderzoek geboden. Hij bleek de soep met bakje en al te hebben opgewarmd.

Maar het zijn niet alleen mannen op leeftijd die tot het gilde der culibeten behoren. Het aantal vrouwen met beperkte kookvaardig-heden groeit. De huishoudschool is afgeschaft en de meisjes uit de betere kringen trekken na hun middelbareschoolopleiding niet meer naar een kostschool in Lausanne of in de Ardennen om de kneepjes van de fijne keuken onder de knie te krijgen.

Onvermijdelijk neemt het culibetisme dus toe. In de Verenigde Staten is er al menig werkend stel waarvan man noch vrouw ooit iets heeft gekookt, zo memoreerde vorige maand de president-directeur van Ahold bij de bekendmaking van de jaarcijfers. Hij moet het zien als een wenkend perspectief: op kant-en-klaarmaaltijden zit een veel hogere winstmarge dan op de gewone kruidenierswaren.

Over niet al te lange tijd bedraagt het percentage culibeten in Nederland veertig procent, zo luidt de voorspelling. Dat lijkt me eigenlijk geen verontrustend percentage. Ik stel me zo voor dat een halve eeuw geleden de kookparticipatie rond de vijftig procent moet hebben gelegen. De meeste vrouwen konden wel koken, de meeste mannen niet. Zo bezien gaan we er zelfs een beetje op vooruit.

Het ligt nog iets ingewikkelder, zo blijkt uit cijfers van het Sociaal en Cultureel Planbureau. In 1975 leverde veertig procent van de mannen en negentig procent van de vrouwen een bijdrage aan de huiselijke maaltijdbereiding. Het percentage kokende mannen groeide tot zestig in 1990 en de vrouwen bleven even actief achter het fornuis. Per saldo is nu ongeveer een kwart van de bevolking niet-praktiserend in de keuken. In tijd gemeten zijn vrouwen veel actiever bezig met koken. In 1975 stopten ze er vijfmaal meer tijd in dan de mannen, in 1990 bijna driemaal zoveel. Hoewel mannen veel meer tijd aan koken besteden dan vroeger, staan vrouwen nauwelijks minder in de keuken. Waarschijnlijk ruimen ze de rotzooi op die de kokende mannen hebben achtergelaten.

Dominante kookmoeder

Het culibetisme uit zich in verschillende vormen. Zo heb je de klassieke culibeten, de strategische culibeten en de mannen en vrouwen die door een opvoedingsdeficit tot het culibetisme zijn veroordeeld.

De klassieke culibeten zijn veelal wat oudere mannen op leeftijd. Ze zijn opgegroeid in een tijd dat er een duidelijke rolverdeling was tussen mannen en vrouwen. Jongens kregen geen kookonderricht en dat was ook niet nodig. Na hun moeder zou hun echtgenote klaar staan om ze een volledige verzorging te bieden.

De strategische culibeet is meestal ook een man. Hij houdt zich doelbewust gedeisd. Door te veinzen niet te kunnen koken, dan wel geen moeite te doen om het te leren, kan hij zich onttrekken aan een rol in de dagelijkse maaltijdbereiding. Ook hoger opgeleide vrouwen die het hart van een kookprins op het witte paard hebben weten te veroveren, vinden het wel makkelijk zo en laten elke inspanning om de eigen kookvaardigheid te ontwikkelen achterwege.

Het culibetisme dat voortspruit uit een opvoedingsdeficit ontstond vroeger zowel bij mannen als bij vrouwen met een dominante kookmoeder. Zij liet niemand, zoon noch dochter, in haar keuken toe en stond er op zelf de culinaire operaties uit te voeren. Tegenwoordig ontstaat het kookopvoedingsdeficit, doordat de ouders zelf niet meer kunnen koken.

Mannen met praatjes

Culibetisme begint bij de nieuwe generaties veelal pas te storen als er kinderen komen. Tot die tijd is het meer dan uitstekend behelpen met kant-en-klaarmaaltijden, de afhaalchinees en de bezorgpizza. Maar zodra er een gezin ontstaat, leeft de gedachte dat er ook voor het gezin moet worden gekookt - anders knaagt een permanent gevoel van tekortschieten. Bovendien is een dieet van louter kant-en-klaarmaaltijden in een gezin met opgroeiende kinderen al gauw niet meer betaalbaar. Ook bij mensen die alleen achterblijven na een scheiding of de dood van de kokende partner kan het culibetisme gaan knellen.

Wat doe je eraan? Gelukkig is er tweede-kans-kookonderwijs in alle soorten en maten. Er zijn zelfs volksuniversiteiten die speciale kookcursussen voor 55-plus mannen organiseren. Net zoals mensen die op latere leeftijd cello willen leren spelen, kinderen opvoeden of achter de schildersezel plaatsnemen, worstelen kookleerlingen op gevorderde leeftijd met de discrepantie tussen vaardigheden en ambitie. Ervaren eters die gewend zijn aan lekkere dingen, moeten van de grond af aan beginnen om ze zelf te bereiden. Maak maar eens een paella als je nog geen rijst kunt koken, of een bavarois als je nog geen eiwit weet stijf te krijgen. Er past niets dan bewondering voor de thuiskok in spe die deze fase te boven weet te komen.

En willen vrouwen zich nog al eens bescheiden opstellen en hun vaardigheden verbaal minimaliseren, in de beginnersles blijken ze toch al vaak halve keukenprinsessen te zijn. Mannen zijn geneigd hun culinaire mogelijkheden te overschatten. In elk geval gaan hun kooklessen gepaard met veel bravoure. Hun onkunde verbergen ze achter een hoop praatjes en grapjes. Geijkt grapje als het gas hoger wordt gedraaid: 'Hé, kan dat ook in een andere stand?'

Kookgen

Maar zoals in elke sector van het leven zijn er de hopeloze gevallen. De ervaring leert dat sommige mensen het koken nooit onder de knie weten te krijgen. Ze blijven koken met twee linkerhanden - een onhandigheid die niet alleen uit desinteresse is te verklaren. Sommige mensen krijgen het van huis mee. De goede kokers, de professionele koks, verhalen vaak van de voortreffelijke kookkunst die ze thuis hebben genoten. Slechts een heel enkele keer hoor je zo iemand zeggen dat moeder er vroeger niets van bakte. Zo blijft de vraag onbeantwoord of er een kookgen bestaat, dan wel dat de kookcultuur bepalend is.

In het culinair correct denken wordt als vanzelfsprekend aangenomen dat iedereen zou moeten kunnen koken. Dat idee heeft zijn langste tijd gehad. De vrouwen moeten er nog even aan wennen, maar de mannen van de jongste generaties hebben er al geen moeite meer mee. Zelf koken wordt net als zelf brood bakken: iets voor de liefhebbers. M