Hedge

Inflatie is in het algemeen, zeker op de lange termijn, dus bepaald geen goed nieuws voor aandeelhouders. Toch heeft de zaak wel een paar andere kantjes. Voor bepaalde typen bedrijven kan inflatie een zekere verlichting van de concurrentiedruk betekenen. Bedrijven die dingen maken die hun concurrenten op precies dezelfde manier aanbieden, dus puur op prijs moeten concurreren, hebben het extra zwaar in een omgeving zonder inflatie. Inflatie maakt de markten minder transparant omdat niemand precies weet wat het inflatiepercentage in een specifieke deelmarkt is. Soms geeft dat mogelijkheden om een prijsverhoging door te voeren en daarbij meteen de winstmarge iets te verbeteren.

Een veel belangrijker aspect is echter dat een aandeel, net als een huis of een antiek object met een courante waarde, voor iets concreets staat. Iets met een bepaalde intrinsieke waarde. Wat dat betekent zie je het best in landen met extreem hoge inflatiepercentages. Om geld tegen ontwaarding te beschermen, besteedt men het zo snel mogelijk aan iets dat zijn waarde behoudt. Iets dat kan dienen als `hedge' (bescherming) tegen inflatie. De prijs van dollars, goud, maar inderdaad ook huizen of antiek heeft de neiging zo snel te stijgen als het inflatiepercentage. Aandelen van bedrijven die kostenstijgingen kunnen doorberekenen, zodat hun winstmarge in stand blijf, vormen dus ook een inflatiehegge.

Overigens – misschien een beetje raar om dat nu pas te melden – is al het bovenstaande voor Nederlandse aandeelhouders grotendeels irrelevant. Nederland heeft namelijk wél te maken met oplopende inflatie, maar die kan eigenlijk niet vertaald worden in een stijgende rente. Want onze rente wordt bepaald door de inflatie in euroland. En euroland kent op dit moment een veel lager gemiddeld inflatiepercentage dan Nederland, vooral omdat de Duitse economie zo slecht draait.

De nogal exotische situatie die we nu in Nederland kennen – de combinatie van een hoge inflatie bij een lage rente – betekent vooral dat vastrentende beleggingen zoals spaarrekeningen, deposito's, obligaties zeer onaantrekkelijk zijn, terwijl lenen (ook `vastrentend') in reële termen dus steeds aantrekkelijker wordt.

Wat beursgenoteerde bedrijven betreft: aandelen van exporterende bedrijven die hier lokaal te maken hebben met hogere loon en andere productiekosten, kunnen last van krijgen van deze aparte situatie. Voor importeurs is het juist gunstig.