Euthanasie 1

In NRC Handelsblad van 28 april schrijft Michèle de Waard dat het Duits debat over euthanasie elke nuance mist. Men mag onze euthanasie niet met die van de nazi's vergelijken. Voor sociologen en historici betekent vergelijken dat men naar overeenkomsten en verschillen zoekt.

De vergelijking heeft natuurlijk betrekking op enkele fundamentele overeenkomsten. Artsen doden. Ook zonder verzoek. Minister Borst zei in een interview in NRC Handelsblad hier begrip voor te hebben: ,, Het betreft hier de categorie die tot nu toe het vaakst verzwegen bleef door artsen: gevallen van actieve levensbeëindiging waarbij de patiënt al zo ernstig ziek is, dat hij het volgens de euthanasiewet cruciale verzoek vaak niet meer kan uiten.'' Iedereen kan het dus treffen.

En wat te zeggen over een studie van twee Groningse onderzoekers in Medisch Contact die vaststellen dat bijna 18 procent van de sterfgevallen in Nederland het gevolg zijn van pijnbestrijding. Volgens J. Griffith en P. Admiraal een `onmogelijk hoog' aantal. ,,Alleen door een extreem hoge dosering kan men een patiënt met pijnstillers doden. Bij het officiële euthanasiecijfer van 2,5 procent zou nog eens 18 procent opgeteld moeten worden.''

De Amerikaanse professor Hendin heeft dus gelijk met zijn vaststelling dat het ongevraagd doden van mensen in Nederland een routinezaak is geworden.

De Waard vergist zich. De Duitse politici zijn niet getraumatiseerd door het nazi-verleden, maar ze hebben uit het verleden geleerd.

Ze denken niet ongenuanceerd maar ze weten precies waar het om gaat. Het is een ontroerend moment in de geschiedenis dat Duitse politici van de Groenen, de SPD tot de CDU zich inzetten voor de slachtoffers van de routinematig dodende Nederlandse euthanasieartsen.